Brengt oneerlijke zaken aan het licht op basis van datajournalistiek

Illustratie over de geldstroom van zorgbedrijven

Gemeenten hebben nauwelijks zicht op besteding van zorggeld

"We hebben de sluizen wel flink open gehad, en dat heeft veel geld gekost"

Samenvatting

  • In slechts eenderde (120) van de Nederlandse gemeenten is een toezichthouder aangesteld die controleert of zorggeld daadwerkelijk aan zorg besteed wordt.
  • Veel gemeenten wachten sinds de decentralisatie af hoe ze zorgfraude kunnen onderzoeken.
  • Zogeheten 'zorgcowboys' hebben in de afgelopen vijf jaar hun kans gegrepen en geld uit de zorgsector gesluisd.
  • Menno Fenger, hoogleraar bestuursrecht: "We hebben de sluizen wel flink open gehad. Dat heeft enorm veel geld gekost: dat is niet naar zorg gegaan, maar vooral naar zorgaanbieders die daar heel rijk van zijn geworden."
Illustratie over de geldstroom van zorgbedrijven

Illustratie: Wendy van der Waal

De meeste Nederlandse gemeenten weten niet of het geld dat voor onder meer thuiszorg is bedoeld daadwerkelijk aan zorg wordt besteed. Volgens de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft slechts eenderde van de 355 gemeenten een toezichthouder aangesteld die onderzoekt of die bestedingen rechtmatig zijn. Daardoor hebben bedrijven die geld uit de zorgsector wegsluizen in de afgelopen vijf jaar vrij spel gekregen.

"En dat geld krijg je niet meer terug", stelt Miriam Haagh, wethouder Gezondheid, Wijkaanpak en Leren in Breda en woordvoerder van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).

In 2015 hebben gemeenten veel zorgtaken overgenomen van de centrale overheid: de zogeheten decentralisatie. Sindsdien wordt onder meer thuiszorg voor een deel betaald vanuit de gemeenten. En daarmee is de controle op rechtmatige besteding van zorggeld ook bij de gemeenten terecht gekomen.

Gemeenten probeerden in die periode uit te zoeken wat duidelijke richtlijnen zijn om te beoordelen of zorggeld wel aan zorg wordt besteed. Veel zorgondernemers hebben in de afgelopen vijf jaar juist misbruik gemaakt van het gebrek aan toezicht, blijkt uit onderzoek van Pointer, Reporter Radio en Follow The Money.

Uit onze data-analyse bleek dat in 2018 85 grote zorgbedrijven minimaal twee jaar op rij ruim tien procent winst maakten. Deze zorgbedrijven zijn niet per se malafide, omdat die winst in enkele gevallen ook logisch te verklaren valt. Ze liggen echter wel onder het vergrootglas, omdat een doorsnee bedrijf in de geestelijke gezondheidszorg, gehandicaptenzorg en thuiszorg hooguit drie procent winst kan halen.

Van deze 85 bedrijven ontvangen 39 geld uit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De Wmo is bedoeld om zorgbehoevende mensen financieel te ondersteunen, zodat zij langer thuis kunnen wonen. In totaal werd vorig jaar voor 37,9 miljoen euro vanuit gemeenten uitgekeerd aan zorgbedrijven die opmerkelijk hoge winst maken.

Richtlijnen nog niet overal beschreven

Volgens Haagh hebben 'zorgcowboys' in de afgelopen vijf jaar niet volledig vrij spel gekregen. "Vrij spel heb je nergens, denk ik. Maar hoe beter je van tevoren beschrijft wanneer iets misbruik is, hoe makkelijker het wordt om daar daadwerkelijk toezicht op te houden. Handhaven kun je pas doen als je van tevoren beschrijft wanneer je over de grens gaat."

Veel gemeenten stellen voorlopig nog geen officiële toezichthouder aan, omdat die richtlijnen nog niet overal goed zijn beschreven. "Het heeft geen zin om mensen aan te stellen als je nog niet weet hoe je zoiets precies moet doen."

De overgangsperiode van de decentralisatie is volgens Menno Fenger, hoogleraar bestuursrecht aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, een grote financiële strop geworden. "We hebben de sluizen wel flink open gehad. Dat heeft enorm veel geld gekost: dat is niet naar zorg gegaan, maar vooral naar zorgaanbieders die daar heel rijk van zijn geworden."

"Dat geld is bedoeld voor de meest kwetsbare mensen. Dat zorgondernemers daar misbruik maken - en ook nog eens op grote schaal - daar kun je bijna met je pet niet bij", vindt Haagh. 

Eerst zorg, daarna controle

De uitvoering van de decentralisatie is 'onderschat en ontzettend complex', stelt Fenger verder. Daarom moesten gemeenten alle zeilen bijzetten om zorgbehoevende inwoners na 2015 zorg te kunnen verlenen. "Dat is op zich redelijk goed gelukt. Alle klanten hebben zorg. Pas nu kijken gemeenten hoe ze gaan controleren of die zorg wel rechtmatig en van kwalitatief goed niveau is."

Dat zoiets vijf jaar lang duurt, is volgens Fenger niet volledig toe te rekenen aan de gemeenten. "De overheid heeft te simpel nagedacht over deze overgang. Er is voornamelijk gekeken of mensen goede zorg krijgen. Het feit dat tussen die zorgbedrijven wel eens boeven kunnen zitten, is niet op het netvlies gekomen toen die wettekst werd geschreven."

VNG-woordvoerder Haagh onderschrijft die analyse. "Wij kregen de decentralisatie op ons bordje, en dat was een grote opgave. Eerst hebben gemeenten vol ingezet op de continuïteit van zorg. Mensen die van het ene naar het andere zorgstelsel overgaan, zijn bang om opeens tussen wal en schip te vallen. Voor ons was het in eerste instantie de grootste opgave om ervoor te zorgen dat iedereen zijn zorg behoudt, en dat de kwaliteit van zorg goed is."

Kwetsbare cliënten maken gemeenten kwetsbaar

Vijf jaar na de decentralisatie hebben veel gemeenten tekorten op Wmo-bestedingen: ze moeten meer geld uitkeren dan ze van het Rijk ontvangen. Dat maakt de keuze voor meer toezicht nog ingewikkelder, denkt Haagh. "Je wil iedere euro in de zorg stoppen. Maar je moet afwegingen maken: zet je geld in op toezicht van zorgbedrijven, of in de begeleiding van cliënten? Als je tekorten hebt en je ziet dat de doelgroep groeit, dan wordt die keuze steeds moeilijker."

Volgens hoogleraar Fenger is de kwetsbaarheid van cliënten een van de redenen dat zorgcowboys wegkomen met hun praktijken. "Je kunt wel tegen een zorgaanbieder zeggen dat hij de zorg niet heeft geleverd die is afgesproken, en dat je de verbintenis wil verbreken. Maar waar moeten die klanten heen?"

Gemeenten voelen zich volgens Fenger klemgezet door "slimme, grote advocatenkantoren die meteen gaan dreigen met reputatieschade en alles wat daar omheen komt kijken. Je moet als gemeente heel veel lef hebben om zulke zorgaanbieders aan te pakken. Dus nee, dat gebeurt lang niet in alle gevallen."

Toewijzing van zorgbedrijven

Is het niet veel te laat om nu pas in te grijpen? Haagh: "Iedere euro die niet naar zorg gaat en in de zak van zo’n ondernemer wordt gestoken, is ‘too little too late’. En dat is doodzonde, zeker als je ziet hoeveel zorg er nodig is. Daarom willen gemeenten deze foute gasten er ook echt uitgooien."

Er is ook goed nieuws, denkt Fenger. "Gemeenten ontdekken dat niet iedereen op zijn mooie blauwe ogen kan worden vertrouwd. Ze kijken naar de toewijzing van zorgbedrijven: is die zorgaanbieder met wie we in zee gaan ook daadwerkelijk te goeder trouw?"

Op maandag 16 december (NPO2, 21:35 uur) is de volgende uitzending van Pointer. Samen met Reporter Radio en Follow The Money onderzoeken we of gemeenten de uitgaven van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) wel goed kunnen controleren. Lees hier het bericht van Follow The Money.

Elke week de beste verhalen in je mailbox