LHBTIQA+'ers voelen zich onveilig op sociale media: ‘Met zoveel haatreacties lijkt dat de norm’

Ruim driekwart van de LHBTIQA+-personen voelt zich online onveiliger dan een jaar geleden, vooral op de sociale media platformen X (voorheen Twitter), Instagram en Facebook. Dat blijkt uit een enquête van Pointer en het AD onder meer dan 3.500 LHBTIQA+-personen. Zij krijgen op sociale media bijvoorbeeld te maken met haatreacties, bedreigingen en gemene grappen. Volgens experts spelen het anti-LHBTIQA+-beleid in Amerika en minder toezicht door de techbedrijven op hun sociale media platformen een grote rol. Als gevolg hiervan past een deel van de respondenten hun online gedrag aan.

LHBTIQA+-personen krijgen online veel haat over zich uitgestort, blijkt uit de enquête van Pointer en het AD. Die berichten zijn heftig. ‘Kankerhomo, krijg aids’, ‘Hitler had wel een oplossing voor dat soort mensen,’ ‘Degene die deze faggot vermoord geef ik een beloning,’ en ‘Maak jezelf van kant, dat is beter voor iedereen’, zijn enkele van de reacties die ze ontvingen.

79 procent van de respondenten ziet meer haatdragende of discriminerende uitingen over LHBTIQA+-personen online sinds begin 2025. Bijna de helft van de respondenten ziet dat LHBTIQA+-personen - vrienden of bekende Nederlanders - vaker worden aangevallen, bijvoorbeeld online.

En dat blijft niet zonder gevolgen: zo zegt een kwart van de deelnemers dat ze hierdoor minder online over hun identiteit delen dan eerst, bijvoorbeeld geen foto’s van Pride of door de regenboogvlag te verwijderen van hun profiel.

De gevoelde onveiligheid komt vooral omdat respondenten veel negatieve reacties onder de berichten van andere LHBTIQA+-personen lezen (57 procent), of negatieve reacties zien onder berichten van bijvoorbeeld nieuwsorganisaties die over de LHBTIQA+-gemeenschap gaan (54 procent) of berichten tegenkomen met haatdragende, discriminerende of gemene grappen over de LHBTIQA+-gemeenschap (ruim 50 procent).

Bijna 15 procent van de respondenten krijgt zelf haatdragende of discriminerende reacties op hun berichten en 10 procent ontvangt haatdragende of discriminerende privé-berichten.

Haatreacties LHBTIQ

Rol van herkiezing Trump

De Amerikaanse president Trump heeft sinds zijn herverkiezing in 2024 meerdere anti-LHBTIQA+-maatregelen getroffen. Zo heeft hij transpersonen ontslagen uit het leger, en worden ze verbannen van verschillende sporten en openbare wc’s. Verder heeft Trump een decreet aangenomen om financiële steun aan transgenderzorg voor jongeren te stoppen. Onder Trump is het DEI-beleid (diversiteit, gelijke kansen en inclusie) in de VS afgeschaft en zijn veel overheidswebsites met voorlichting voor de LHBTIQA+-gemeenschap offline gehaald.

Dat werkt door in de onlinewereld, volgens experts. “Veel techbedrijven zijn gebaseerd in Amerika. Het sentiment richting de LHBTIQA+-gemeenschap is daar veel negatiever geworden,” legt Emma Verhoeven uit, postdoctoraal onderzoeker naar inclusie in de journalistiek aan de Universiteit Antwerpen.

“Zeker als het gaat om bijvoorbeeld X en eigenaar Elon Musk, die steekt zijn politieke voorkeur ook niet onder stoelen of banken.” Musk werkte als speciaal adviseur voor de regering Trump. Ook daarvoor maakte Musk zijn standpunten over LHBTIQA+-onderwerpen duidelijk. Zo verhuisde hij in 2024 de hoofdkantoren van zijn bedrijven SpaceX en X van Californië naar Texas uit woede op de eerste staat. Leraren in Californië mogen daar namelijk niet langer worden verplicht om ouders te informeren over de veranderingen in seksuele geaardheid of genderidentiteit van hun kinderen, wat Musk als ‘aanval op families’ ziet.

Haatreacties LHBTIQ

Na Trumps herverkiezing en de conservatievere wind die in de VS is gaan waaien, zijn grote sociale media platforms minder streng gaan modereren. Daardoor mogen op sociale media van het bedrijf Meta (o.a. Instagram en Facebook) LHBTIQA+-personen sinds begin 2025 bijvoorbeeld ‘mentaal ziek’ worden genoemd. Onder de leiding van Elon Musk was er eerder al een toename te zien van haat op zijn platform X, blijkt uit onderzoek van de Berkeley Universiteit.

“Als je dan kijkt naar hoe Trump, Poetin of Meloni over de LHBTIQA+-gemeenschap spreken, maar ook naar hoe Nederlandse politici tijdens de Tweede Kamerverkiezingen hard inspeelden op transfobe sentimenten, kun je denken: als andere mensen dit vinden, waarom zou ik het nog onder stoelen of banken steken?", zegt Verhoeven.

X, Instagram en Facebook het meest onveilig

Op bijna alle veelgebruikte sociale media platforms voelen LHBTIQA+-personen zich onveilig, blijkt uit de enquête. Op X (voormalig Twitter) voelen de respondenten zich het meest onveilig.

Dat verbaast experts niks: “Sinds de overname van Musk zijn de tolerante gebruikers van X langzaam vertrokken en zien we alleen nog de mensen die het luidste roepen,” zegt universitair hoofddocent en onderzoeker Laura Baams. Of in de woorden van Wouter Kiekens, onderzoeker gender en seksualiteit aan de Rijksuniversiteit Groningen: “Alles mag nu, sinds Twitter X is.”

Daarna volgen Instagram en Facebook, beide Meta platforms, waar nu dus minder streng gemodereerd wordt. Niet gek dus dat meer respondenten die platforms onveiliger vinden dan Tiktok.

Onderzoeker Kiekens over nog een reden dat TikTok als veiliger wordt ervaren: “Door het algoritme van TikTok kom je al snel alleen maar posts tegen die je zelf wil zien, de rest zie je niet meer. Instagram en Facebook hebben wat dat betreft een minder goed algoritme.” Op die manier maak je op TikTok makkelijker een ‘veilige bubbel,’ legt hij uit. Een ander verschil is dat gebruikers van TikTok relatief minder vaak zelf foto’s en video’s plaatsen dan bij Instagram en Facebook, waardoor de kans kleiner is dat je haatberichten ontvangt.

De apps en platforms die LHBTIQA+-personen het meest vermijden omdat ze zich daar onveilig voelen, zijn X, Facebook en dating-apps.

Ook speelt de populariteit van bepaalde sociale media een rol, denkt Kiekens, voor de keuze om een bepaald platform al dan niet te verlaten. "Sinds de overname van X wordt het minder gebruikt, en is het minder sociaal relevant. Zeker als je het vergelijkt met Instagram en TikTok,” aldus Kiekens. “Ook Facebook is onder jonge mensen steeds minder populair." Als je je op die platforms onveilig voelt, offer je dus minder op door ze te verlaten, is het idee.

Online je geaardheid verbergen

LHBTIQA+-personen passen hun gedrag aan vanwege alle online haat die ze ervaren. Bijna een derde van de respondenten vermijdt het online deelnemen aan discussies, een kwart blokkeert of rapporteert regelmatig andere gebruikers.

Een kwart van de respondenten deelt weinig of niks over hun identiteit online. Zo plaatsen ze bijvoorbeeld geen berichten over Pride of zetten ze geen regenboogvlag in hun biografie. 20 procent gebruikt een pseudoniem of een privé-account. 10 procent van de respondenten heeft een of meerdere accounts volledig verwijderd.

Het lezen van online haat over de LHBTIQA+-gemeenschap kan ook in de fysieke wereld gevolgen hebben volgens Verhoeven. “Als je dagelijks negatieve reacties ziet over jouw identiteit, dan sluipt dat erin. Je kan gaan denken dat mensen om je heen minder tolerant zijn tegenover LHBTIQA+-personen: zo’n bericht kan namelijk van iedereen zijn.”

Kiekens vult aan: “Als je zoveel haatreacties tegenkomt, lijkt het alsof dat de norm is. Daardoor voelt de offline wereld ook onveiliger en kan je waakzamer worden in het dagelijks leven.”

Daders vaak anoniem

De meeste repondenten kregen haatberichten of -reacties van een anonieme dader (tweederde). Daarna kregen de meeste LHBTIQA+-personen het vaakst haatberichten of -reacties van onbekenden zonder anoniem account. Een ruime meerderheid van de respondenten die haatberichten of -reacties heeft ontvangen, doet geen melding bij een instantie (ruim 85 procent).

Zij doen geen melding omdat ze geen resultaat of vervolging verwachten (ruim driekwart), niet verwachten serieus te worden genomen door het sociale media platform, de politie, of een andere organisatie waar ze melding maken (meer dan de helft) of omdat ze niet weten waar ze terecht kunnen (ruim een vijfde). Een kleinere groep zegt geen bewijs te hebben of bang te zijn voor negatieve reacties uit hun omgeving.

Van de bijna 15 procent die wel melding deed van online haatberichten of -reacties die zij ontvingen, zeiden bijna alle respondenten dat er niks met hun melding gebeurde of dat ze niet weten of er iets mee is gebeurd. Slecht twaalf procent van de respondenten zei dat er wel iets met hun melding is gebeurd.

Respondenten kregen verschillende redenen waarom niks werd gedaan met hun meldingen van online haat. Zo kreeg een respondent van Facebook te horen dat de haatreactie niet in strijd was met hun richtlijnen, en een ander dat de hatelijke taal onder hun regels van vrijheid van meningsuiting viel. Ook werd er bij een respondent geen actie ondernomen omdat de haatreactie ‘niet grensoverschrijdend genoeg’ werd beoordeeld, of omdat de anonieme zender niet kon worden opgespoord.

“Als je melding maakt bij een platform zelf, hoor je er vaak niets meer van”, zegt ook Emma Verhoeven. Ook is er een juridische grens die behaald moet worden om bericht te verwijderen, die moeilijk is om te bewijzen, zegt Verhoeven. “De berichten moeten direct aanzetten tot haat of geweld of een concrete bedreiging vormen voor het slachtoffer. Sociale mediaberichten zijn notoir kort en hebben weinig context. Hoe bewijs je dan de intentie erachter?”

Ook hierbij speelt anonimiteit een rol, zegt Baams. “Want als je niet weet wie jou bedreigt, of je die persoon niet kent, is het dan wel een bedreiging?” Bij platforms kan je vragen wie er achter een anonieme account zit, maar die verzoeken worden niet altijd ingewilligd, zegt ze. “En als iemand toch verbannen wordt, kunnen ze zo weer een nieuw account aanmaken.”

Maar dat sociale media platforms online haat niet bestrijden is niet alleen onkunde, ook onwil. “Ze verdienen er ook geld mee. Meer gebruikers is meer geld. Dus als je alle haatposts gaat verbieden, heb je straks gewoon minder gebruikers”, zegt Baams.

Hoe nu verder?

“Platforms zelf zouden meer moeten doen tegen online haat”, vindt Verhoeven, onderzoeker aan de Universiteit Antwerpen. “Maar dat is heel dubbel, omdat Amerika nu het tegenovergestelde signaal geeft.” Europa daarentegen heeft in 2022 de Digital Services Act aangenomen. Volgens die wet hebben de grote sociale media platforms verantwoordelijkheid om op te treden tegen illegale haatspraak op hun websites of apps.

Ook is het maar de vraag of de Europese Commissie zal optreden tegen Elon Musk of Mark Zuckerberg (baas van onder meer Instagram en Facebook) vanwege de politieke gevoeligheid: beide CEO’s hebben gezegd zich niets van de Europese wet aan te trekken - en de trans-Atlantische relatie staat al onder druk.

Universitair hoofddocent Baams benadrukt dat er meer moet gebeuren tegen online haat dan enkel het modereren van haatberichten op sociale media: “Dan ben je niet de gedachten van mensen aan het veranderen die dit soort berichten sturen. Het is vooral symptoombestrijding. Er is op dit moment zoveel negativiteit tegen queer personen, dat verander je niet door het posten van haatcomments te verbieden.” Daar zou het onderwijs en voorlichting een rol in kunnen spelen, vindt ze.

Haatreacties LHBTIQ

Veilige alternatieven

“Toch is het niet alleen maar kommer en kwel online voor LHBTIQA+-personen”, stelt onderzoeker Kiekens. “Het kan ook echt een manier zijn om jezelf te ontdekken en een community te vinden. Vooral bij LHBTIQA+-jongeren zie je dat ze meer online vrienden maken dan heteroseksuele jongeren.”

Baams ziet ook heil in het creëren van nieuwe platforms waar LHBTIQA+-veiligheid hoger in het vaandel staat. Zo heeft COC Nederland sinds 2020 een app genaamd Jong&Out, voor LHBTIQA+-jongeren onder de achttien. Om de veiligheid te waarborgen en te zorgen dat alleen deelnemers tot en met achttien op de app zitten, moeten deelnemers bij registratie hun legitimatiebewijs laten zien. Verder zijn er duidelijke huisregels en wordt het platform gemodereerd, om nepaccounts en online pesten tegen te gaan.

“Er zouden meer van dit soort veilige platforms gecreëerd kunnen worden, eventueel gefaciliteerd door bestaande social mediaplatforms en de overheid. En tegelijkertijd moeten de mainstream platforms ook veiliger worden gemaakt.”

Kaart met ervaringen van LHBTIQA+-personen
Hier voelen LHBTIQA+-personen in Nederland zich onveilig
| Artikel

Hier voelen LHBTIQA+-personen in Nederland zich onveilig

Op welke plekken voelen LHBTIQA+-personen zich onveilig – en waarom? Meer dan 2.300 respondenten prikten ruim 2.700 locaties op de kaart van Nederland.

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Ontvang iedere week onze beste verhalen in je mailbox.

Samen met jou brengt Pointer oneerlijke zaken aan het licht.

Samen komen we verder

Ons onderzoek begint bij jou. Heb jij een tip of ervaring die je met ons wil delen? Laat het ons weten!

Heb jij een tip of ervaring die je met ons wil delen? Laat het ons weten!

Documentatie uploaden
CAPTCHA
Deze vraag is om te controleren dat u een mens bent, om geautomatiseerde invoer (spam) te voorkomen.

Bedankt, je tip is verstuurd

Wat gebeurt er nu met mijn tip?

Bedankt dat je de tijd hebt genomen om het tipformulier in te vullen. Je tip is verstuurd naar de redacteur van het onderzoek. Wij publiceren niets met naam en toenaam zonder contact met je op te nemen. Soms krijgen we zoveel tips binnen dat het ons helaas niet lukt om iedereen een persoonlijke reactie te sturen. We vragen je begrip hiervoor. 

Benieuwd naar de impact van eerdere tips?

Van kamervragen tot petities en maatschappelijk debat: samen met jou pakken we systemisch falen en onrecht aan. Benieuwd naar de impact van eerdere onderzoeken en ingezonden tips? Bekijk dan nu ons track record.