28 februari 2020

Professor over neurofeedback bij ADHD: ‘Het is een doodlopende steeg’

Bekijk meer artikelen over: Gezondheid en zorg Bekijk meer artikelen over: Alternatieve geneeswijzen

Zes jaar geleden waarschuwde professor Oosterlaan met enkele collega’s voor het succes dat sommigen claimden bij een behandeling van ADHD met neurofeedback. Deze hersentraining zou ook goed werken bij slapeloosheid, burn-out, concentratiestoornissen en autisme. Maar er is nog veel meer wetenschappelijk onderzoek nodig om neurofeedback aan te kunnen prijzen als bewezen redmiddel, zo betoogde de neurowetenschapper met een aantal vakgenoten.  

Als we de hoogleraar nu bellen over de laatste ontwikkelingen is hij ronduit negatief over neurofeedback. “Ik beschouw het als een doodlopende weg en ik heb er geen vertrouwen in dat dit ooit iets op gaat leveren”. Het wetenschappelijk onderzoek is evident, aldus Oosterlaan: neurofeedback biedt geen meerwaarde. Gedragstherapie en/of medicatie bij ADHD zijn effectiever. 

Kwakzalverij

Toch claimen andere onderzoekers wel degelijk succes bij deze hersentraining. Twee jaar geleden publiceerde universiteit Utrecht de resultaten van een internationaal onderzoek waarin geconcludeerd werd dat er ‘klinische voordelen behaald met neurofeedback bij kinderen met ADHD suggereren duurzame effecten’. Psycholoog Martijn Arns was één van de onderzoekers en hij is gegrepen door de mogelijkheden van deze hersentraining. Na zijn promotie richtte hij Brainclinics op, een bedrijf dat neurofeedback onderzoekt en ontwikkelt. “Neurofeedback is een paraplubegrip. Veel toepassingen doen niet zoveel, maar het is evident dat de methode, mits goed uitgevoerd, kan werken. Dat is het meest duidelijk bij ADHD”, aldus Arns. Het succes van de behandeling hangt volgens hem samen met de kwaliteit van de therapeut. “Het wordt veel uitgevoerd door mensen die niet goed zijn geschoold. Er is veel kwakzalverij in deze branche en dat vertroebeld enorm”.

Autisme

De discussie over de kwaliteit van onderzoeken was een van de redenen voor Mirjam Kouijzer om na haar promotie aan de Radboud universiteit te stoppen met onderzoek naar neurofeedback bij kinderen met autisme. “Ik ben er na het afstuderen in 2011 helemaal niet meer mee verder gegaan. Ik geloofde er niet meer in. In die tijd hadden mensen in het onderzoek er ook commerciële belangen bij, ze verdienden er hun brood mee. Ik heb met mijn onderzoek destijds geen vrienden gemaakt, haha. Ik geloofde in het effect van neurofeedback, maar hoe beter de kwaliteit van het onderzoek daarnaar, hoe minder er van overbleef”.

Geen bewijs

Kouijzer, nu werkzaam bij jeugdzorg in Brabant, wordt regelmatig door ouders gevraagd naar haar mening over hersentraining. “Ouders zijn wanhopig en grijpen alles aan. Schaden doet neurofeedback ook niet, alleen wel in je portemonnee. Dus ik zeg altijd: je moet zelf een keuze maken, maar er is geen wetenschappelijk bewijs dat het werkt.”

Een jaar geleden werd een nieuwe GGZ-standaardrichtlijn gepubliceerd over neurofeedback. Die is kraakhelder: ‘wegens beperkt bewijs voor werkzaamheid op ADHD symptomen, heterogene resultaten en mogelijke conflicterende belangen, wordt het gebruik van neurofeedback niet aanbevolen.’

Auteurs

H.F.

Huub Floor

Verslaggever