29 maart 2021

Aantal doden bij politie-ingrijpen bijna verdubbeld; merendeel vertoonde verward gedrag

Bekijk meer artikelen over: Recht en onrecht Bekijk meer artikelen over: Politiegeweld

In 2020 zijn 16 mensen omgekomen bij politie-ingrijpen. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van voorgaande jaren. Het merendeel vertoonde verward gedrag.

In 2020 zijn 16 mensen omgekomen bij politie-ingrijpen. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte van voorgaande jaren. Het merendeel vertoonde verward gedrag.

Dat blijkt uit een inventarisatie door Controle Alt Delete, de organisatie die zich inzet voor een gelijke behandeling door wetshandhavers van alle mensen in Nederland. 

In veel gevallen is onduidelijk of en zo ja hoe het handelen van de politie van invloed is geweest op het overlijden. Wel bracht het Openbaar Ministerie onlangs naar buiten dat er in 2020 vijf personen zijn omgekomen bij een schietincident met de politie. Dit blijkt uit onderzoek van de Rijksrecherche naar het handelen van de politie in dit soort zaken. Later dit jaar zal de Rijksrecherche voor het eerst cijfers publiceren over het totaal aantal overledenen bij politie-ingrijpen.

Openbare bronnen

Sinds 2016 houdt Controle Alt Delete deze cijfers bij, omdat de politie dat zelf niet doet. Voor dit onderzoek heeft Controle Alt Delete zich gebaseerd op openbare bronnen, zoals nieuwsberichten en de website van de politie. 

Jair Schalkwijk van Controle Alt Delete: “Wij monitoren sinds 2016 hoeveel mensen overlijden onder verantwoordelijkheid van de politie. Dit betekent volgens Controle Alt Delete niet dat al deze mensen omgekomen zijn door nalatig handelen van de politie, of dat de politie in deze zaken strafrechtelijk verwijtbaar gehandeld heeft. Het betekent wel dat ze overleden zijn bij of vlak na een politieoptreden en dat hier grondig onderzoek naar gedaan moet worden om dit te voorkomen in de toekomst.”

Totaal aantal personen overleden bij politie-ingrijpen 2016-2020

Politiewetenschapper Jaap Timmer vindt het lastig om conclusies te verbinden aan de stijging. “Het kan toch echt te maken hebben met toeval of iemand wel of niet overlijdt, het toeval of je als politie met zo iemand in aanraking komt of niet. Dus een stijging of daling zegt niet zoveel. Je moet echt kijken naar de oorzaken van het overlijden en of dat iets zegt over het optreden van de politie of over hun nazorg.”

De politie laat in een reactie weten niet op de cijfers te kunnen reageren, omdat hen onduidelijk is welke criteria Controle Alt Delete precies hanteert. Woordvoerder Helma Huizing: “We kunnen alleen reageren op de officiële cijfers van de Rijksrecherche die later dit jaar naar buiten worden gebracht.” De Rijksrecherche zal later dit jaar voor het eerst cijfers publiceren over het totaal aantal overledenen bij politie-ingrijpen.

Achtergrond aanhouding

In de cijfers is een oververtegenwoordiging te zien van mensen met een migratieachtergrond, namelijk bij acht van de zestien gevallen. Daarvan hebben vijf mensen een niet-westerse migratieachtergrond en drie een westerse migratieachtergrond. Maar wat nog meer opvalt als je naar de achtergrond kijkt van de zestien overledenen in 2020 is dat er vaak sprake was van ‘verward’ gedrag bij de mensen die werden aangehouden. Bij dertien van de zestien gevallen speelde er psychische problematiek.

Achtergrond slachtoffers politie-ingrijpen in 2020

De politie laat weten al langere tijd een toename te zien van het aantal incidenten rond mensen met verward gedrag. “Het gaat hier om cijfers over het aantal incidenten dat wordt geregistreerd, niet om het aantal personen. Dat betekent dat één persoon meerdere incidenten kan veroorzaken. Achter deze cijfers gaat menselijk leed en maatschappelijke overlast schuil. Psychoses, dementie, suïcidaliteit, verslaving etc.”

Cirkeldiagram procentueel aantal personen met psychische problematiek

Uit berichtgeving over de zaken in 2020 valt te herleiden dat de politie in alle gevallen op de hoogte was van de verwarde toestand van de verdachten op het moment van de aanhouding.

Onderzoek Rijksrecherche 

Wanneer een arrestant komt te overlijden tijdens of na aanhouding volgt er vrijwel altijd een onafhankelijk onderzoek door de rijksrecherche in opdracht van het Openbaar Ministerie. Als het OM van mening is dat er strafbare feiten zijn gepleegd door de betrokken politiemensen zal het OM overgaan tot vervolging van deze politiemensen.  

In 2020 is bij tien gevallen het onderzoek al afgerond en bij vier gevallen loopt het onderzoek nog. Bij twee gevallen heeft er geen onderzoek plaatsgevonden door de Rijksrecherche. Bij geen van de afgeronde onderzoeken is er overgegaan tot vervolging van de betrokken agenten. Uit de cijfers sinds 2016 blijkt dat er in al die jaren voor zover bekend nooit politiemensen zijn vervolgd voor betrokkenheid bij de dood van een arrestant.

Agenten vervolgd na politie-ingrijpen in 2020

Wat zeggen de cijfers?

Hoe moeten we deze toename in het aantal doden bij politie-ingrijpen duiden? En wat verklaart het grote aantal overledenen dat verward gedrag vertoonde? Dat vragen we aan de Nationale Politie, hoogleraar Jaap Timmer die politiegeweld onderzoekt en aan psychiater Jeroen Zoeteman van Spoedeisende Psychiatrische Hulp Amsterdam. 

De politie ziet het aantal meldingen van personen met verward gedrag al enige jaren stijgen. Brancheorganisatie GGZ Nederland herkent dat. ”Er is inderdaad een stijging van het aantal meldingen personen verward gedrag bij de politie. Het is op basis van de door Controle Alt Delete verstrekte gegevens niet helder of het gaat om mensen met acute psychiatrische problematiek en of de ggz hierbij betrokken was. Bij de term personen met verward gedrag gaat het (ondanks dat dat vaak gedacht wordt) niet om een uniforme groep die onder de ggz valt, maar om mensen met verschillende problematiek: van acuut psychiatrisch tot dementie en sociale problemen.”

‘Politie niet in staat te de-escaleren’

Psychiater Jeroen Zoeteman is directeur van de Spoedeisende Psychiatrie in Amsterdam. Afgelopen jaar heeft hij met een collega onderzoek gedaan naar mogelijke oorzaken van het overlijden bij fatale aanhoudingen, onder andere door het bestuderen van beelden die circuleren op internet van dergelijke gevallen. Met enige slag om de arm, zet hij soms wel wat vraagtekens bij het optreden van de politie na melding van dit soort gevallen. “Ik maak me in algemene zin zorgen over hoe de politie niet in staat is te de-escaleren. Op het moment dat mensen niet goed reageren op instructies - en dat kan door allerlei psychische nood zijn, dat hoeft niet altijd psychiatrische nood te zijn - dat dan de volgende stap is dat je het nog harder gaat zeggen, het korter gaat zeggen, dat je gaat dreigen en als dat dan niet werkt dat je dan geweld gaat toepassen.”

“Ik noem dit handelingsverlegenheid van de politie. Ze weten niet wat ze ermee aan moeten en gaan dan maar improviseren en dan is het niet zo gek dat je soms irrationele keuzes maakt. Maar we moeten ze juist helpen door ze te leren: dit zou je kunnen voorkomen en dit zou je kunnen overwegen te doen.”

Kaart van slachtoffers overleden bij politie-ingrijpen in 2020

Politie werkt samen met GGZ

Volgens de Nationale Politie zijn agenten zich juist al erg bewust van een andere manier van handelen na een melding van een persoon met ‘verward gedrag’ en is dit opgenomen in een trainingsprogramma. “De maatschappij moet erop kunnen vertrouwen dat de politie zich professioneel inzet bij personen met verward gedrag. De politie werkt als het gaat om deze, vaak kwetsbare, groep samen met de GGZ. Agenten en hulpverleners van de GGZ trainen samen om verward gedrag te herkennen en hoe ermee om te gaan.”

De politie traint dus specifiek op het omgaan met personen die verward gedrag vertonen. Toch loopt het zo nu en dan fout af. Afgelopen jaar was er bij 13 van de 16 politiedoden sprake van verward gedrag blijkt uit de cijfers van Controle Alt Delete. Maar volgens hoogleraar Timmer moet dit cijfer in perspectief worden gezien. “Het is een flink aandeel, dat klopt wel. Maar de vraag is of dat meer is dan andere jaren.” Timmer bekeek het merendeel van de dossiers van de rijksrecherche over dergelijke zaken van de afgelopen 40 jaar. Hij vraagt zich af of er sprake is van een trendbreuk. "Het behoeft nog nauwkeuriger analyse, maar ik betwijfel dat dit probleem groter is dan de afgelopen 40 jaar.”  

Illustratie politie-ingrijpen in 2020

Sammy kwam om door politiekogel

Of er sprake is van een significante toename of niet, iedereen erkent dat de politie een probleem heeft met de omgang met verwarde mensen. Dat bleek ook in de zaak van de Duitse jongen Sammy Baker, die afgelopen zomer door politiekogels om het leven kwam.

Psychiater Zoeteman: “Ik vond het teleurstellend dat de eenheidsleiding van de politie Amsterdam over Sammy Baker zegt: ‘met een taser hadden we het beter gedaan’. Ik denk dat het echt gaat om het herkennen dat deze mensen in psychische dan wel medische nood zijn.”

“Bij een dodelijk incident komt direct de Rijksrecherche erbij en dan gaan de luiken dicht bij de politie. Dit soort casuïstiek wordt niet tussen verschillende partijen na besproken. Het is meer ieder voor zich en zeker als een persoon overlijdt is het heel moeilijk om hierover met de politie om tafel te komen.”

‘Weinig kritische gesprekken’

Dat roept de vraag op of de politie het eigen optreden achteraf analyseert. Om er, los van een eventueel onderzoek door de Rijksrecherche, zelf van te kunnen leren. Dat is niet iets dat past in de cultuur van de politie zegt hoogleraar Jaap Timmer. “Volgens mij vindt er niet systematisch analyse plaats van het eigen optreden bij dit soort gevallen. Wat je ziet als kenmerk van de politieorganisatie op het moment dat er iets vervelends gebeurd is, dat er cultureel een neiging bestaat binnen de politie om ervan uit te gaan dat de collega’s het altijd met de goede intentie hebben gedaan, en er ook van uitgaan dat hen hierin niks te verwijten is. Maar bij mijn weten vinden er weinig kritische gesprekken plaats binnen de organisatie in de zin van: “Hadden wij in deze situatie iets anders kunnen doen?”.

Woordvoerder van de politie Helma Huizing laat weten dat de politie daar juist al de afgelopen 2 jaar structureel mee begonnen is. Ze wijst op de ‘stelselherziening geweldsaanwending’ die nu ter goedkeuring ligt bij de Eerste Kamer, maar nu al wordt toegepast door de politie. “In de praktijk betekent dit dat elke keer dat er een geweldsmiddel ingezet wordt, dit moet worden gerapporteerd. Op het moment dat er vragen zijn over het optreden dan gaat die rapportage naar de politiechef en die beoordeelt dan of er verder naar gekeken moet worden. En dan kan er bijvoorbeeld een onafhankelijke commissie naar kijken maar ook externe experts. Dat is dan niet in eerste instantie om strafrechtelijk te kijken maar vooral: is het professioneel wat je hebt gedaan? We hebben als politie natuurlijk dat geweldsmonopolie en wij vinden ook dat je daar zorgvuldig en transparant mee om moet gaan. Je moet je voortdurend afvragen: ’Heb ik het goed gedaan? Is het goed gegaan en zou ik het de volgende keer weer zo doen?’.”

Auteurs

R.W.

Robbert ter Weijden

Verslaggever