28 maart 2020

Duivels dilemma van een zorgverlener: patiënt blootstellen, of toch eerst ontsmetten met het risico dat hij overlijdt?

Bekijk meer artikelen over: Gezondheid en zorg Bekijk meer artikelen over: Spoedzorg

Wat als een ambulance waarin net een besmette patiënt heeft gelegen, de eerste is die ter plaatse kan zijn bij iemand die gereanimeerd moet worden? Stuur je die er dan wel of niet op af? Dit zijn de dilemma’s waar zorgmedewerkers nu mee te maken krijgen. “Hoe langer het duurt, hoe zwaarder en hectischer het wordt.”

Vrouw, begin vijftig, verdenking corona. Deze melding kwam vannacht bij Max binnen. Hij bracht de vrouw naar het ziekenhuis. Haar man mocht niet mee in de ambulance. Hij moest met zijn eigen auto achter haar aan. Max: “Bij de SEH (spoedeisende hulp, red.) werd hij geweigerd; hij was aan het hoesten.”

Schoon versus besmet 
Ambulanceverpleegkundige Max komt steeds meer in aanraking met de dilemma’s van schoon versus besmet. “De ene collega werkt sowieso al schoner dan de andere”, valt Max nu erg op. “Er zijn nog steeds collega’s die het maar onzin vinden om zichzelf te beschermen.” 

Maar nu zijn er natuurlijk hele afdelingen bij de ziekenhuizen ingedeeld als besmet en onbesmet. En dat is een gedoe, legt Max uit. Want als op een schone afdeling iemand opeens slechte scores krijgt, dan moet er eigenlijk een IC-team komen om die patiënt te helpen. Maar wat nou als die teams allemaal op de besmette afdeling staan? “Dan moet er dus iemand van de SEH komen opdraven, maar ook die hebben het druk”, zegt Max. “En dat is niet hoe het hoort. Dat is niet goed voor de sfeer binnen een ziekenhuis.”

Het is volgens Max maar de vraag hoe lang het überhaupt nog houdbaar is om schoon en besmet apart te houden. “Ik weet het niet. In Spanje en Italië worden mensen op de gangen verpleegd; ziekenhuizen hebben immers maar een beperkt aantal kamers en capaciteit. Het hangt af van wat er nog komt.” 

“Eerst was er een soort sensatiemodus, nu wordt het grimmiger”
De druk wordt groter en de sfeer grimmiger, merkt de ambulancebroeder. “Eerst was er nog een soort sensatiemodus; alles is nieuw en spannend. Maar hoe langer het duurt, hoe zwaarder en hectischer het wordt.” Max vergelijkt het met een grootschalig ongeval: “Op papier liggen mooie draaiboeken met taakverdeling klaar, maar in werkelijkheid gaat het altijd anders.” 

Hij ziet nu dingen gebeuren die hij een maand geleden niet had verwacht. Stagiaires en assistenten die meer verantwoordelijkheid krijgen dan eigenlijk kan. En ontsmettingsprotocollen die niet meer worden gevolgd, omdat er geen tijd voor is. Max: “Potentieel besmette zorgverleners lopen gewoon bij de orthopedie-afdeling naar binnen.”

Het zijn ook duivelse dilemma’s, meent Max: “Wat nou als een ambulance waarin net een besmet iemand heeft gelegen, de eerste is die ter plaatse kan zijn bij een reanimatie? Stuur je die dan wel of niet? En wat als een patiënt plotseling intensieve zorg nodig heeft, maar alle IC-teams in het besmette gedeelte van het ziekenhuis staan? Laat je ze dan meteen komen of eerst ontsmetten? Ik ben blij dat ik zelf nog niet voor die keuzes heb gestaan.” 

Wil je meer lezen over wat ambulancemedewerker Max meemaakt? Lees hier verslag 1 en verslag 2.