7 oktober 2020

Hoogleraar over het wisselen van medicijnen: “Vertrouwen in ons zorgsysteem op de tocht”

Bekijk meer artikelen over: Gezondheid en zorg Bekijk meer artikelen over: Wisselen van medicijn

Door voortdurende discussies met artsen en apothekers over het wisselen van medicijnen verliezen patiënten het vertrouwen in het zorgsysteem. Daarvoor waarschuwt Marcel Bouvy, hoogleraar farmaceutische patiëntenzorg. “De patiënt wordt van het kastje naar de muur gestuurd.” We spreken met hem voor ons lopende onderzoek ‘Wisselen van medicijn’.

Bouvy is sinds 1992 apotheker, maar daarnaast al ruim tien jaar hoogleraar aan de Universiteit Utrecht. De afgelopen weken publiceerden we diverse artikelen waarin patiënten klagen over bijwerkingen nadat ze noodgedwongen van medicijn waren gewisseld. Soms gebeurt dit omdat een medicijn niet voorradig is, maar het kan ook dat er gewisseld moet worden omdat de zorgverzekeraar alleen een ander, goedkoper middel vergoedt.

Medische noodzaak
We benaderen Bouvy met de vraag: wie bepaalt er eigenlijk welk medicijn ik slik? De huisarts, apotheek of zorgverzekeraar? En heeft de patiënt nog iets te willen? Aanleiding is het grote aantal medicijnwisselingen en een langlopende discussie over ‘medische noodzaak’. Met deze term kan een arts of specialist op het recept aangeven dat de patiënt alleen een specifiek medicijn moet krijgen in verband met eventuele bijwerkingen. Maar in de praktijk wordt die term niet altijd serieus genomen en krijgt de patiënt alsnog een ander, vaak goedkoper middel mee.

Zorgverzekeraars vergoeden lang niet altijd het middel waar ‘medische noodzaak’ op staat. Artsen en specialisten moeten allereerst goed onderbouwen waarom de patiënt alleen dit middel kan slikken. Daarnaast willen de zorgverzekeraars dat eerst een aantal weken een ander, vaak goedkoper, medicijn wordt geprobeerd. Pas als blijkt dat dat medicijn niet goed werkt kunnen zorgverzekeraars eventueel besluiten het voorkeursmiddel te vergoeden.

Ook apothekers hebben een belangrijke rol bij het toekennen van ‘medische noodzaak’. Ze vinden dat artsen veel te makkelijk omgaan met de term. Eerder lieten we apotheker Sebastiaan Wegman aan het woord die ervaart dat medische noodzaak “te pas en te onpas wordt gebruikt en dat de term z’n waarde heeft verloren”. Ook de apothekersvereniging KNMP is van mening dat de term vaak onterecht wordt gebruikt.

Beroepsgroepen wantrouwen elkaar
Tegelijkertijd willen patiënten het liefst hun vertrouwde medicijn blijven slikken, zeker als hun arts 'medische noodzaak' op het recept schrijft. En zo ontstaat er aan de balie van apothekers regelmatig discussie over welk medicijn de patiënt nu ontvangt. Marcel Bouvy waarschuwt voor de gevolgen: “Als er vertrouwen zou zijn tussen verzekeraars, apothekers en artsen dat mensen zorgvuldig omgaan met medische noodzaak zou het goed gaan. Maar het is allemaal wantrouwen.” 

Volgens Bouvy worden beroepsgroepen in het huidige systeem tegen elkaar uitgespeeld. “Artsen en apothekers voelen zich in hun autonomie aangetast omdat de verzekering hen allemaal dingen oplegt. En de verzekeraar denkt: als wij ze te veel vrijheid geven gaan ze weer sjoemelen en dan gaan ze dingen voorschrijven die wij niet willen dat ze voorschrijven. Ik vind dat heel zorgelijk. Want de patiënt is daar niet bij gebaat. Die wordt van het kastje naar de muur gestuurd. De verzekeraars wijzen naar de artsen en apothekers, en andersom. Daar wordt niemand gelukkig van.”

We gaan door met ons onderzoek naar het wisselen van medicijnen en roepen apothekers en zorgverzekeraars op zich te melden en te reageren op dit signaal van hoogleraar Bouvy.