2 december 2020

Lijst met niet-wisselbare medicijnen moet eind dit jaar compleet zijn: “Er moeten heldere afspraken komen over de bekostiging”

Bekijk meer artikelen over: Gezondheid en zorg Bekijk meer artikelen over: Wisselen van medicijn

Bijna iedereen is het er over eens dat je bepaalde medicijnen niet moet wisselen. Maar welke geneesmiddelen dat precies zijn, daarover is het lastig eens worden. Achter de schermen bespreken patiëntenorganisaties, artsen, apothekers, groothandels en zorgverzekeraars de voorwaarden voor de niet-wisselen lijst, die er eind dit jaar moet liggen. Een lastige klus want de belangen lopen uiteen.

Meestal gaat het wisselen van vergelijkbare medicijnen goed. Maar het kan ook leiden tot onrust en gezondheidsklachten, zo bleek uit een rapport van veertien patiëntenorganisaties uit 2018. Om het verantwoord wisselen van medicijnen beter vorm te geven, gaf voormalig minister Bruins van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) daarop de opdracht aan het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). Een niet-wisselen lijst zou er komen, opgesteld met patiëntenorganisaties, huisartsen, medisch specialisten, apothekers, groothandels en zorgverzekeraars.

Therapietrouw
Aris Prins, voorzitter van de beroeps- en branchevereniging van apothekers KNMP, die zo’n tweeduizend leden telt, is eveneens voorstander van de niet-wisselen lijst. Al jaren hebben apothekers een dergelijke lijst verwerkt in de handleiding geneesmiddelsubstitutie. “Bij sommige medicatie, zoals bij epilepsie of Parkinson is het wel degelijk van belang dat je met middel A begint en met middel A de hele tijd doorgaat”, zegt Prins. “Of het nou een generiek (merkloos, red) of specialité (merk, red) is, dat maakt dan niet uit.”

Als we met de niet-wisselen lijst meer therapietrouw krijgen, dan gaat dat heel veel opleveren

Aris Prins, voorzitter KNMP

Over de beoogde niet-wisselen lijst zegt hij: “Als we vinden dat mensen om bepaalde redenen niet hoeven te switchen van medicijn, en als we daarover duidelijke afspraken maken, dan is dat goede zorg. Als we met de niet-wisselen lijst meer therapietrouw krijgen, dan gaat dat heel veel opleveren.”

Toch was de KNMP een van de organisaties die de conceptversie dit voorjaar blokkeerde. Prins motiveert: “Als een geneesmiddel om welke reden dan ook op deze lijst staat, dan dient dit middel dus niet gewisseld te worden. Dan moeten daar heldere afspraken uit voortvloeien tussen verzekeraars, voorschrijvers en apothekers, onder andere over de verantwoording en de bekostiging hiervan.” Dat laatste is volgens de apothekersorganisatie nu niet het geval. Zo zou een apotheker bijvoorbeeld van een bepaald medicijn alleen de laagste prijs mogen declareren bij de zorgverzekeraar, en niet die van het soortgelijke medicijn dat op de niet-wisselen lijst staat.

Belangen
De vraag is welke geneesmiddelen er wel en niet op moeten komen te staan. Na anderhalf jaar lang overleg bleek dat de partijen het niet eens werden. Patiëntenorganisaties zien de lijst liever langer worden dan korter, terwijl zorgverzekeraars bijvoorbeeld baat hebben bij een niet al te lange lijst. De vraag is dan ook of de deadline voor de niet-wisselen lijst aankomende december gehaald gaat worden. 

Preferentie
Bij medicijnen die dezelfde werkzame stof bevatten, mag de zorgverzekeraar bepalen welke variant, meestal het goedkoopste medicijn, hij vergoedt. Dit is vastgelegd in het preferentiebeleid. Door dit voorkeursbeleid zijn er inmiddels miljoenen minder uitgegeven aan de zorg. De meeste zorgverzekeraars hebben het preferentiebeleid, geïnitieerd door het ministerie van VWS, ingevoerd vanaf juli 2009. De uitzondering op de vergoedingsregel is wanneer een arts ‘medische noodzaak’ op het recept zet. Ook via het inkoopbeleid van zorgverzekeraars en apothekers kan er bespaard worden op de kosten.

Jaarlijks zijn er ongeveer 9,6 miljoen wisselingen van geneesmiddelen, vermeldt onderzoeksbureau Gupta Strategists die medicijnwisselingen onderzocht voor het ministerie van VWS. Een klein deel van de wisselingen komt door medicijntekorten. Bijna een kwart komt door het preferentiebeleid van zorgverzekeraars. Waardoor de rest komt, is niet duidelijk. Wel is bekend dat het inkoopbeleid van zorgverzekeraars en apothekers een belangrijke rol spelen in medicijnwissel. De minister heeft opdracht gegeven om verder uit te zoeken hoe dit zit.