21 januari 2020

Minder werk af door de kantoortuin: ‘Mijn baas hoor ik er niet over’

‘Iedereen doet heel erg zijn best om de kantoortuin goed te laten werken, maar het is eigenlijk onmogelijk.’ Hanneke* is beleidsmedewerker bij een grote organisatie. Ze zit met 16 mensen in een open ruimte. Het concentratieverlies is dusdanig, dat haar productiviteit een stuk minder is geworden.

‘Er zijn altijd één of twee collega’s die willen bijpraten. Ik houd ook van een grap en een grol, maar de joligheid op de werkvloer loopt nooit synchroon. Soms ben ik zelf de stoorzender.’ Op de vloer is een ruimte waar meerdere mensen zitten te bellen, het geluid komt van alle kanten. En dan is er de loop van de collega’s. Kortom, Hanneke wordt gestoord op onverwachte momenten. En dat is lastig, vooral als ze werk moet doen waar ze zich voor moet concentreren, zoals het schrijven van artikelen. ‘Mijn grote problemen zijn concentratie en vermoeidheid’.

Gekkenhuis

Hanneke heeft een modus gevonden waarin ze het voor zichzelf werkbaar houdt in de kantoortuin. Het werk dat om focus vraagt doet ze op de woensdag, wanneer er de minste mensen zijn. De ‘klusjes’ spaart ze op voor de drukste dagen in de kantoortuin, dat zijn dinsdag en donderdag. ‘Die dagen kom ik gesloopt thuis.’

Toch is Hanneke niet ontevreden over haar werkplek: ‘Eigenlijk is alles oké: de vierkante meters per persoon, het zitcomfort, de ergonomie is op orde. Maar op maandag, dinsdag en donderdag is het vaak een gekkenhuis. Dat vindt iedereen.’ En op de drukke dagen komt er nog een probleem bij: het binnenklimaat. ‘Hoofdpijn komt regelmatig voor bij ons op kantoor.’

Lagere productiviteit

Uit tevredenheidsonderzoeken bleek dat veel van de werknemers ontevreden zijn over de kantoortuin. De hoop was dat er iets veranderd zou worden. Maar tot nu toe is dat nog niet gebeurd. ‘De manager zegt: het is wat het is.’ Hanneke merkt dat ze in de kantoortuin minder werk gedaan krijgt. ‘Mijn output is ook wat het is.’ Of de managers zich bewust zijn van de lagere productiviteit van werknemers, weet ze niet: ‘Die hoor ik daar niet over.’

Overgang

Hanneke merkt dat ze steeds gevoeliger is geworden voor geluid. ‘Ik heb het daar weleens over met vrouwen die net zoals ik al in de overgang zijn geweest. Tijdens de menopause krijg je steeds meer last van geluid en daarna blijft dat.’

‘Toen ik laatst terugkwam na een weekje griep, zei ik nog tegen mijn manager: ik zie er niet tegen op om weer te gaan werken. maar ik zie er wel tegen op om híer te werken.’

*De echte naam van Hanneke is bij de redactie bekend.