Alle 103 gemeenten waar tijdens de Tweede Wereldoorlog op grote schaal Joods vastgoed werd geroofd, doen nu onderzoek. Dat blijkt uit onderzoek van Pointer (KRO-NCRV). Het gaat om gemeenten waar tijdens de oorlog tien of meer Joodse panden zijn onteigend of waar de gemeente zelf onteigend Joods vastgoed heeft gekocht.
Deze gemeenten staan genoemd in de zogeheten Verkaufsbücher: de registratie van de roofhandel in Joodse woningen en stukken grond. In totaal onderzoeken 176 van de 218 gemeenten die in de Verkaufsbücher staan genoemd deze transacties. Daar zitten dus ook gemeenten bij met minder dan tien transacties.
Pointer heeft sinds 2020 tijdens vijf rondvragen geïnventariseerd welke gemeenten naar hun eigen handelswijze gaan kijken. Enkel in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht zijn onderzoeken begonnen voor 2020: de andere gemeenten zijn begonnen omdat Pointer ze op het bestaan van de Verkaufsbücher heeft gewezen. In de afgelopen maanden hebben de laatste gemeenten waar een onderzoek noodzakelijk was, laten weten dat ze ermee aan de slag gaan.
In deze analyses wordt vaak gekeken of er rechtsherstel heeft plaatsgevonden, of de gemeente onterecht belasting heeft geheven aan terugkeerders of nabestaanden en of ambtenaren na de oorlog coulant en empathisch waren in de procedures. Bij gemeenten met minder dan tien transacties valt te weinig zeggen over de opstelling van het bestuur tegenover de Joodse inwoners, zeggen experts.
Ruim 2,7 miljoen beschikbaar gesteld
Inmiddels zijn 153 onderzoeken afgerond. Die rapporten leveren vaak antwoorden op voor nabestaanden: wat is er met hun familiebezit gebeurd tijdens en na de oorlog?
Enkele gemeenten bieden excuses aan de Joodse gemeenschap nadat zij de conclusies van het rapport onder ogen krijgen. In 14 gemeenten wordt zelfs nog een stap extra gedaan. Daar stelden zij in totaal 2,7 miljoen euro beschikbaar voor onder meer educatie, renovatie van Joods erfgoed en individuele claims van nabestaanden.
Een andere vorm van moreel rechtsherstel is in Hellendoorn te vinden. Daar is geen geldbedrag uitgekeerd, maar wordt sinds 2024 een jaarlijkse herdenking op 29 januari gedaan naar aanleiding van de Joodse woningroof.
Maar lang niet in elke gemeente wordt dit onderwerp zo uitgebreid opgepakt. Een kwart van de 176 gemeenten doet slechts een beperkt vooronderzoek. In zulke gevallen wordt geen onafhankelijke onderzoeker ingeschakeld en is het onderzoek minder omvangrijk.