28 mei 2020

Angst en teleurstelling onder mantelzorgers: “Waarom kregen zij zo laat pas mondkapjes?”

Ze zien zichzelf weleens als een vergeten groep in deze coronacrisis; de mantelzorgers. Ze vormen een grote groep in de zorg die behoorlijk onmisbaar is geworden in ons zorgsysteem. Toch worden mantelzorgers in hun ogen in deze crisistijd niet zo behandeld door de overheid. Dat blijkt als we voor ons onderzoek Mantelzorg 

Eerder schreven we over mantelzorg in verpleeg- en verzorgingshuizen, een onmogelijkheid tijdens de lockdown. Zo vertelde Bas ’t Hart ons: “Mijn vader woont in een zorginstelling en ik ben zijn steun en toeverlaat. De zorginstelling heeft de deuren gesloten, ik kom er niet meer in. Hij wordt goed verzorgd, maar het leven is leeg.”

Angst en teleurstelling

Waar Bas ‘t Hart door corona überhaupt geen mantelzorg mág verlenen, gaat voor veel anderen de zorg gewoon door. En ook dat leidt in deze tijd tot de nodige zorgen. “We krijgen nog steeds heel veel vragen en berichten binnen. Zeker twee keer zoveel als normaal”, zegt woordvoerder Fleur Kusters. “Het is vanaf het begin van de coronacrisis erg druk aan de Mantelzorglijn. Wat overheerst bij de mantelzorgers is een gevoel van angst en teleurstelling. Angst, dat ze het virus misschien meenemen naar diegene die ze verzorgen. Ook omdat ze merken dat zorg bieden aan een naaste op anderhalve meter vrijwel niet haalbaar is. Dat stelt ze voor grote dilemma’s.”

Het gevoel van teleurstelling komt vooral als mantelzorgers een gebrek aan steun van de overheid ervaren. Bijvoorbeeld bij het verkrijgen van de juiste beschermende middelen. “Dat kwam erg laat op gang. Hierbij raak je ook aan de erkenning. Mantelzorg is een belangrijk onderdeel van de zorg en waarom krijgen ze dan pas zo laat mondkapjes en waarom niet ook preventief. Juist de zorg om een naaste te besmetten drukt enorm zwaar.”

Grote druk

Mantelzorgers staan vaak onder grote druk en in deze tijden lijkt die druk alleen maar toe te nemen. “Als je aan mantelzorgers vraagt: ‘hoelang houd je het nog vol?’, dan zullen ze bijvoorbeeld zeggen: ‘nog twee weken’. Als je ze het na die twee weken weer vraagt zullen ze zeggen: ‘nog één week’. Kortom, ze zullen geneigd zijn het op te rekken. We zien dit gebeuren en weten niet of velen van hen nu nog op adrenaline draaien en daardoor nu meer aankunnen. Maar, wat gebeurt er na corona? Hoe zal het deze mantelzorgers dan vergaan? Daar maken we ons wel zorgen over.”

Zorg en werk

Veel mantelzorgers zijn ook nog gewoon aan het werk. Een groot aantal van hen is ook werkzaam in de zorg dus zijn er veel zorgen over de kwetsbaarheid van de naaste die ze verzorgen. “We kregen bericht van een vrouw die zelf in de thuiszorg werkt en mantelzorger is voor een zoon die in een begeleid wonen-project zit. Door corona is zij de enige die bij haar zoon komt maar als zij zelf ziek wordt doordat ze voor haar werk corona patiënten moet verzorgen ziet hij straks niemand meer. En, wat als zij het virus op hem overbrengt? Uiteindelijk heeft dat haar doen besluiten om haar baan op te zeggen.”

Auteurs

R.W.

Robbert ter Weijden

Verslaggever