7 januari 2020

Controle op bodemsaneringen in Nederland is papieren werkelijkheid

Bekijk meer artikelen over: Wonen en leefomgeving Bekijk meer artikelen over: Giftige grond

Diesellekkage onder een woonwijk, lood in de speeltuin of chemisch afval in een bosgebied. Bodemverontreiniging moet worden opgeruimd. Maar is de grond na zo’n sanering wel echt schoon? Nederlandse gemeenten en provincies controleren nauwelijks of de bodem na een sanering daadwerkelijk schoon genoeg is. Meer dan de helft van de gemeenten die hiertoe bevoegd zijn controleert dit zelfs helemaal niet. Dat blijkt uit een rondgang van De Monitor en Follow the Money langs alle gemeenten en provincies in Nederland die bevoegd zijn met bodemsaneringen. 

Er wordt volop gesaneerd in Nederland, in 2019 op 7022 plaatsen. Bij driekwart van de gemeenten en provincies is het aantal saneringen in de afgelopen drie jaar toegenomen of gelijk gebleven.

Follow the Money en De Monitor brachten in kaart hoe deze saneringen in Nederland worden gecontroleerd door de overheid. Van de 29 gemeenten die hiertoe bevoegd zijn liet meer dan de helft in de afgelopen drie jaar geen enkel zogenaamd verificatieonderzoek uitvoeren. Tijdens zo’n verificatieonderzoek worden controlemetingen verricht om te kijken of de sanering het beoogde resultaat heeft opgeleverd. Met andere woorden, of het gebied schoon genoeg is voor de toekomstige bestemming. 

Zo kan het gebeuren dat een terrein dat officieel als gesaneerd te boek staat in werkelijkheid ernstig vervuild is. Zoals het bosperceel van Marko de Vries uit het Friese Katlijk. Hij kocht deze oude schietbaan van de politie om er sportactiviteiten met kinderen te ondernemen. Volgens overheidsinformatie uit het Bodemloket is het terrein ‘voldoende gesaneerd’. En er zou ook ‘geen restverontreiniging’ aanwezig zijn. In werkelijkheid ligt het terrein vol met giftige loden kogels, en adviseerde de plaatselijke GGD om er geen kinderen te laten spelen. 

Bewuste keuze

Gemeenten en provincies laten veelal geen verificatieonderzoek doen omdat zij vinden dat deze controles behoren tot het takenpakket van de saneerder zelf. Die is immers gecertificeerd. Wel controleren gemeenten en provincies in de meeste gevallen of een sanering klopt op papier. Is de saneerder een gecertificeerde marktpartij? Voldoet het saneringsplan aan de normen? Check. Ook gaat er tijdens de sanering in bijna de helft van de gevallen iemand langs op locatie.

Deze ‘fysieke controle’ kan in de praktijk echter van alles betekenen. Niet bij elke controle gaat de toezichthouder ook echt het terrein op, en lang niet altijd worden er metingen verricht. Voorbijrijden en vanuit de auto controleren of er daadwerkelijk gegraven wordt, geldt ook als ‘fysieke controle’. 

Gemeenten en provincies kiezen er dus bewust voor om controles voornamelijk aan de markt zelf over te laten. Dit beleid heeft grote gevolgen: de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) constateerde onlangs dat in veertig procent van de gecontroleerde saneringen de protocollen niet werden nageleefd. De inspectie schat dat het in werkelijkheid waarschijnlijk zelfs bij nog meer saneringen misgaat.

Uitzending

Kijk vanavond naar De Monitor om 22.15 uur op NPO 2 om te zien welke gevolgen deze papieren werkelijkheid heeft voor de koper van een terrein dat onvoldoende gesaneerd is. En lees nu alvast het uitgebreide verhaal op Follow the Money

Auteurs

S.G.

Silvia Geurts

Redacteur