10 april 2019

De gemeentes op Voorne-Putten willen alleen arbeidsmigranten die in de buurt werken

Bekijk meer artikelen over: Werk en geld Bekijk meer artikelen over: Arbeidsmigranten

Wethouder Jan Willem Mijnans van Nissewaard windt er geen doekjes om. Op het eiland Voorne-Putten wil hij geen arbeidsmigranten huisvesten die werken in het Westland. Dat zorgt alleen maar voor extra autoverkeer en dat is nergens goed voor.

Werkgevers willen graag duizenden arbeidsmigranten uit Midden- en Oost-Europa halen om hun vacatures te vervullen. Daar zijn veel flexibele woonplekken voor nodig en die zijn er bij lange na niet genoeg. Dat is niets nieuws. Al in 2012 riep het toenmalige kabinet de regio’s op die plekken te bouwen. De stadsregio Rotterdam, waar de gemeenten op Voorne-Putten toen toe behoorden, zegde 6000 plekken toe. Maar de 14 gemeenten maakten geen onderlinge afdwingbare verdeling en dus gebeurde er veel te weinig. 

In ons onderzoek Arbeidsmigranten vertellen verschillende insiders ons dat waar bijvoorbeeld het Westland en Vlaardingen pogingen hebben gedaan om plekken te creëren, met veel politieke en maatschappelijke strijd tot gevolg, de gemeenten op Voorne-Putten weinig tot geen plekken hebben gerealiseerd. Een paar mensen noemen dat ‘wegkijken’ of de ‘ogen sluiten’.

Wij interviewen wethouder Mijnans (ONS Nissewaard) die namens de vier gemeenten op het Zuid-Hollandse eiland Voorne-Putten het woord voert. De wethouder herinnert zich de gesprekken uit 2012 maar vindt absoluut niet dat Voorne-Putten afspraken zou hebben genegeerd.

Presentator Teun van de Keuken: ‘Er werd dus geconstateerd in de regio: jongens er is iets nodig, we hebben een probleem en we moeten iets oplossen. En u was het daar niet mee eens, of hoe moet ik dat zien?’

Jan Willem Mijnans: ‘Er werd aangegeven dat er een enorme hoos tijdelijke arbeidsmigranten zou komen, en achteraf bleek die hoos enorm mee te vallen. En voor Voorne-Putten gold met name dat we geen tijdelijke locaties nodig hadden, omdat we het met name in de bestaande voorraad hebben opgelost.’

Van de Keuken: ‘Maar het ging natuurlijk om het oplossen van een vraag ‘in de regio’. Dus dat iedereen in de regio zijn steentje zoubijdragen?’

Mijnans: ‘Ja, en daar hebben we in mijn optiek op Voorne-Putten ook zeker aan bijgedragen. Maar dan met name in de bestaande voorraad, en niet door nieuwe locaties te gaan ontwikkelen.’ 

Van de Keuken: ‘In de bestaande voorraad, betekent dat dat je niks extra’s doet?’

Mijnans: ‘Dat was op dat moment ook niet nodig.’

Bouwen voor eigen arbeidsmigrant

Mijnans vindt dat Voorne-Putten niet medeverantwoordelijk kan zijn voor het oplossen van alle problemen in de regio. ‘Ik vind het heel erg noodzakelijk dat de tijdelijke arbeidsmigranten die er welkom zijn, omdat ze goed werk verrichten, ook zo dicht mogelijk bij de werkplek gehuisvest worden. En dat houdt voor mij in dat Voorne-Putten een logische plek is, als er extra werk is op de tweede Maasvlakte, waar wij aan gelegen zijn. Maar het kan niet zo zijn dat wij huisvesting voor arbeidsmigranten maken die vervolgens allemaal naar het Westland of elders in het land rijden. Dan krijg je dat mobiliteitsvraagstuk en daar zitten we natuurlijk ook niet op te wachten want het is al druk zat op de wegen.’

Arbeidsmigranten die in de buurt werken zijn welkom, de rest dus niet. En de Maasvlakte geldt dan als in de buurt, het Westland niet. ‘Op het moment dat we zien dat die aantallen enorm zijn (van arbeidsmigranten die op de Maasvlakte werken, red.), dan zullen we dus op Voorne-Putten snel aan de slag gaan om locaties te creëren.’ Dat beide plekken vanuit Spijkenisse net zo ver weg zijn, maakt blijkbaar niet uit.

Het probleem is wel dat als iedereen zo denkt, en we tegelijkertijd constateren dat die arbeidsmigranten nodig zijn, er geen oplossing komt. Er zijn immers gemeentes, zoals Westland, waar het praktisch onmogelijk is om alle arbeidsmigranten die er werken ook onderdak te bieden. Maar Mijnans houdt vol dat ook hij zijn bijdrage heeft geleverd. Weliswaar niet met flexwoningen, maar in de bestaande wijken.