8 oktober 2018

Elke week krijg ik verzoeken in mijn mailbox; ‘Weet jij een draagmoeder voor ons’?

Bekijk meer artikelen over: Gezondheid en zorg Bekijk meer artikelen over: Kinderwens

Ik kom in contact met Pauline van Berkel, misschien wel de meeste bekende draagmoeder van Nederland. Twee keer heeft ze een baby gedragen voor een ander stel. En ze heeft de facebookgroep ‘zwanger voor een ander’ opgezet; een besloten club waar meer dan vijfhonderd wensouders en draagmoeders lid van zijn.

‘Steeds meer stellen zijn op zoek naar een draagmoeder. Elke week krijg ik wel verzoeken of ik weet waar een draagmoeder te vinden is.’ Vorig jaar is Pauline voor de tweede keer bevallen van een kindje voor een ander. ‘Het is heel bijzonder om mee te maken. Maar weet waar je aan begint. Kijk er niet met een roze bril naar. Begin er ook niet halsoverkop aan omdat het ook voor teleurstelling kan zorgen.’

Bonuszusje

Pauline heeft nog steeds contact met de wensouders en de kindjes die ze gedragen heeft. ‘Mijn eigen kinderen zien het als bonuszusjes, een stukje extra familie.’ Maar zo harmonieus gaat het niet altijd. ‘Ik zie situaties waar draagmoeders teleurgesteld zijn geraakt omdat de wensouders bijvoorbeeld geen contact meer willen. De draagmoeder krijgt het gevoel verstoten te zijn terwijl ze juist probeerde iets goeds te doen. Daar kan een draagmoeder veel verdriet van hebben.’

Procedure draagmoederschap is complex

Pauline maakt zich dan ook grote zorgen dat we in Nederland geen begeleiding bieden bij deze complexe en ingrijpende gebeurtenis. ‘Het is bizar dat niemand nu hiernaar omkijkt en dat deze stellen geen begeleiding krijgen. Welke rol krijgt de draagmoeder? Hoe leg je dat vast? Wat als het kindje niet gezond blijkt te zijn? Elk koppel probeert nu zelf het wiel uit te vinden. Ik vind dat de medische wereld en de politiek wegkijkt door deze aspirant-ouders en de draagmoeders geen goede juridische en medische begeleiding te bieden.’ 

IVF-draagmoederschap

Alleen als er sprake is van ‘hoog-technologisch’  IVF-draagmoederschap, dus als een draagmoeder via een IVF-procedure zwanger wordt met een embryo van de wensouders, dan wordt er een heel team aan psychologen, gynaecologen en juristen omheen geplaatst. Maar als je voor zo’n procedure wordt afgewezen, en dat overkomt  het gros van de stellen dat zich aanmeldt, dan moet je het zelf uitzoeken.

Strikte criteria

Er zijn maar enkele stellen per jaar die in aanmerking komen voor het IVF-draagmoederschap. Er is één centrum in Nederland die dit uitvoert, het VUmc in Amsterdam. En zij hanteren strikte criteria. Alleen als de vrouw geen of een medisch aantoonbaar niet-functionerende baarmoeder heeft komen stellen in aanmerking. En een andere complicerende voorwaarde is dat van beide wensouders de eígen ei- en zaadcellen bruikbaar moeten zijn, dat beide aspirant ouders dus ook de genetische ouders zijn van het terug te plaatsen embryo. Homostellen vallen hiermee dus automatisch buiten de boot. De enige optie voor hen in Nederland is traditioneel draagmoederschap. Daarbij wordt de draagmoeder zwanger met haar eigen eitje, zonder tussenkomst van een kliniek.

Emotioneel belastend

Maar volgens draagmoeder Pauline zit daar juist ook het pijnpunt. ‘Vaak vinden draagmoeders het emotioneel belastend om hun eigen eitje te gebruiken omdat het kindje dan ook genetisch verwant aan hen is. De enige weg nu is dan maar de stap te nemen naar een buitenlandse kliniek waar de criteria minder strikt zijn.’ Volgens haar zouden veel wensouders en draagmoeders deze stap helemaal niet willen maken maar het liefst hier in Nederland geholpen worden. ‘Het is erg dat de Nederlandse wet op dit moment zó strikt wordt uitgelegd dat wensouders en draagmoeders hun grenzen moeten verleggen en zelfs moeten uitwijken naar het buitenland. Het wordt zo in een schimmig hoekje gedrukt terwijl dat het níet is.’

Auteurs

M.G.

Miranda Grit

Verslaggever