26 mei 2021

Geluidsoverlast door windmolens: tussen de oren of een serieus probleem? 

Bekijk meer artikelen over: Klimaat en duurzaamheid Bekijk meer artikelen over: Klimaatconflict in de polder

“Zoef…., zoef…., zoef…., zo klinkt het een beetje”, klinisch-fysicus en audioloog Jan de Laat probeert met een wat lage stem het geluid van een windturbine na te doen. Als onderzoeker bij het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) houdt hij zich bezig met de gezondheidseffecten van dat windmolengeluid. En omdat er wetenschappelijk nog veel vraagtekens zijn, pleit hij ervoor om windmolens voorlopig niet al te dicht bij huizen neer te zetten.

In ons onderzoek Klimaatconflict in de Polder onderzoeken we hoe de energietransitie verloopt. In 30 energieregio’s zijn gemeenten druk op zoek naar gebieden om grootschalig duurzame energie op te kunnen wekken. Maar dat zoeken naar locaties stuit regelmatig op verzet van omwonenden, want die zitten helemaal niet te wachten op windmolens in hun ‘achtertuin.’

Zij voelen zich bovendien weinig betrokken bij de windmolenplannen van hun gemeente en maken zich zorgen over wat het geluid van zo’n turbine doet met hun nachtrust én gezondheid. Zeker omdat de turbines soms op minder dan 500 meter van hun huis zullen verrijzen, zo vrezen ze. En door de technische vooruitgang worden ze ook steeds groter, inmiddels vaak zo’n 225 meter hoog.

Emotionele klachten of geluidsklachten?

Hoe terecht zijn die zorgen over de gezondheid eigenlijk? We vragen het audioloog Jan De Laat. Hij is momenteel bezig met een internationale literatuurstudie waarvan de resultaten binnenkort gepubliceerd worden in een medisch tijdschrift. Voor- en tegenstanders van windmolens kijken al enige tijd reikhalzend uit naar die publicatie, want uitspraken van de wetenschapper doen geregeld de nodige stof opwaaien of zorgen op zijn minst voor een pittig debat.

Als het gaat om geluidsoverlast van windmolens moet je volgens De Laat allereerst hinder- en gezondheidsklachten wél onderscheiden van emotionele klachten. “Dat moet je heel zuiver houden en kijken naar welke klachten nu echt alleen te herleiden zijn naar dat geluid”, zo licht hij toe. “In mijn spreekuur kom ik namelijk ook mensen tegen met emotionele klachten ten gevolge van allerlei geluidsaspecten. Als mensen bang zijn voor het geluid kan er stress ontstaan. En dan is het met name die stress die voor klachten zorgt en dus niet het geluid zelf.”

Hoorbaar en niet-hoorbaar geluid

Windturbines produceren twee typen geluid legt de audioloog uit, hoorbaar en niet-hoorbaar geluid. De Laat: “Alles boven de 20 Hertz kun je horen, dat is ongeveer het geluid dat de grootste orgelpijp produceert. Geluid wat daaronder zit is voelbaar en dat zijn trillingen en wordt ook wel ultrasoon geluid genoemd.”

Vooral over dat laagfrequente geluid en ultrasone geluid van windmolens en de effecten daarvan op de gezondheid tast de wetenschap nog in het duister volgens De Laat: “Die grotere windmolens waar nu vaak over gesproken wordt die bestaan nog niet zo lang, maar die produceren wel meer (laagfrequent) geluid dan de kleinere windmolens van nog geen 100 meter hoog. Wat de precieze verschillen en effecten zijn, dat weten we alleen nog niet.”

Slechter slapen

Uit zijn literatuurstudie blijkt dat er internationaal wel klachten zijn van mensen die slechter slapen sinds de komst van een windmolen, aldus de audioloog. “Je kunt je voorstellen dat mensen die vlakbij een windturbine wonen en met een open raam willen slapen daar last van kunnen ondervinden. Dat is gelukkig altijd wel een minderheid, maar het komt wel voor. En als mensen daar dan voor naar de huisarts gaan en vertellen dat zij zich slechter kunnen concentreren, dan moet je daar toch voor oppassen”, vindt De Laat. “Ook al is het geluid dan misschien niet verschrikkelijk hard, dan moet je toch goed kijken wat je daaraan kunt doen.”

Zeker ook omdat volgens De Laat de echte gezondheidsklachten zich vaak pas na verloop van tijd openbaren. “Bij langdurige blootstelling aan dit soort geluiden tijdens de nachtrust zou het bij kinderen bijvoorbeeld een verstoring in de cognitieve ontwikkeling kunnen opleveren. Wetenschappelijk bewezen is dat alleen nog helemaal niet, daar is echt meer onderzoek voor nodig.”

Tien keer de masthoogte

We weten dus vooral ook nog heel veel niet volgens De Laat en hij constateert dat er in andere landen anders omgegaan wordt met die onzekerheden. “Die gaan daar veel pragmatischer mee om en stellen andere normen dan we nu gewend zijn. Je kunt namelijk heel lang blijven zeuren over een geluidsnorm, waardoor het mogelijk is om bijvoorbeeld met begroeiing of met isolatie of met een andere windrichting een ander geluidniveau te behalen, maar je kunt het ook doen zoals in het Duitse Beieren en een afstandsnorm invoeren.” Hij legt uit dat daar wordt gerekend met een afstand tot de rand van de bebouwde kom van tien keer de masthoogte van de windturbine. “Een windmolen van 150 meter kan dus op anderhalve kilometer van een dorp of stad worden neergezet. En dan weet je ook dat het aantal klachten aanvaardbaar zal zijn.”

Het Duitse voorbeeld klinkt als muziek in de oren van de mensen die nu strijden tegen de windturbines vlakbij hun woonwijk. En daardoor wordt De Laat soms ook ongewild in het kamp van ‘de tegenstanders’ getrokken, zo vertelt hij. “Als het over windmolens gaat dan lijkt het alsof er vaak maar 2 kampen zijn. Je bent voorstander van windmolens of je gaat de barricade op omdat windmolens geluidshinder veroorzaken. Maar ik ben wetenschapper en sta juist redelijk neutraal in dit thema.”

Of de energieregio’s en de energiemaatschappijen dat ook zo zien valt te betwijfelen, want de door De Laat voorgestelde ‘afstandsnorm’ zou het voor hen nóg ingewikkelder maken om geschikte plekken te vinden voor de opwekking van windenergie in het dichtbevolkte Nederland. De Laat: “Laten we zeggen dat er wel een aantal molens wat anders gepland zouden kunnen worden. Maar ja, beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald.”

Gebrekkige en vage communicatie met burgers over energietransitie zorgt voor verzet tegen windmolens. Kan die geest nog terug in de fles? Meer weten over dit onderwerp? Kijk dan maandag 31 mei naar de uitzending van Pointer, om 22:15 uur op NPO2.

Wil je op de hoogte blijven van dit onderzoek?

Elke week sturen we je onderzoeksverhalen, tips van de redactie, en verhalen die je nog van ons kan verwachten.