Stel, je koopt grond die vervuild blijkt te zijn, zoals Marko de Vries. Hij kocht een voormalig schietterrein om met kinderen op te gaan sporten. Na aankoop bleek de grond sterk verontreinigd te zijn met lood. Kan je in zo’n geval de kosten van de sanering verhalen bij diegene die de bodem heeft verontreinigd? 

Voor ons onderzoek naar Giftige grond bellen we met Gerrit van der Veen, advocaat bij AKD te Rotterdam en hoogleraar milieurecht aan de Rijksuniversiteit Groningen. Hij geeft ons eerst een lesje geschiedenis dat begint in 1980 met het  gifschandaal in Lekkerkerk. Daar bleken 300 woningen gebouwd op ernstig verontreinigde grond. De overheid werd geconfronteerd met een dikke rekening voor de sanering. Het was het eerste grote gifschandaal in Nederland en het bleek het topje van de ijsberg te zijn.

Vuilstortplaatsen

Hoe kon dit gifschandaal gebeuren? In de jaren zestig werd er nog niet zo nauw gekeken naar de verwerking van onder andere chemisch afval. Door de toenemende welvaart werd er steeds meer geproduceerd en kwam er dus ook steeds meer afval. Ook groeide de vraag naar bouwgrond. Op sommige plaatsen, zoals in Lekkerkerk, werden woonwijken gebouwd op voormalige vuilstortplaatsen.  

Na de affaire in Lekkerkerk werd de vervuiling van de Nederlandse bodem in kaart gebracht. Al snel bleek dat er veel meer verontreiniging was dan gedacht. Van der Veen: “Het idee was eerst om alle vervuilde terreinen ‘multifunctioneel’ te saneren, met andere woorden: helemaal schoon te maken”, vertelt van der Veen. “Maar al snel bleek dit financieel onmogelijk, maar ook niet altijd nodig.”

‘Schoon genoeg’

De overheid besloot in de wet vast te leggen dat de bodem slechts gesaneerd hoefde te worden tot de functie waarvoor het bedoeld is. Wat betekent dat? Van der Veen geeft een voorbeeld: “Vervuilde grond kan gesaneerd worden zodat er een industrieterrein op gebouwd kan worden maar geen woonwijk. De grond is dan niet ‘schoon genoeg’ om bijvoorbeeld kinderen in de tuin te laten spelen.”

250.000 locaties ernstig vervuild

In 2014 waren er zeker nog 250.000 locaties in Nederland die mogelijk ernstig vervuild waren. Het gaat hier om vervuiling van de grond door bijvoorbeeld chemische wasserijen, benzinestations, garages of gasfabrieken en schietterreinen. Inmiddels zijn deze gevallen zoveel mogelijk in kaart gebracht.

Hoogleraar Van der Veen benadrukt dat er vaak gedacht wordt dat saneren betekent dat de grond daarna ‘schoon is. “Je moet je niet blindstaren op een rapport waarin staat dat er gesaneerd is. Je moet kijken voor welk ‘doel’ er gesaneerd is. Er kan restverontreiniging zijn achtergebleven. Als je een huis koopt op grond met zo’n restverontreiniging, dan kan een uitbouw of het neerzetten van een tuinhuisje lastig worden omdat die restverontreiniging je dan in de weg zit en je niet zomaar in een verontreinigde bodem mag spitten.”

De vervuiler betaalt 

Wat kan je doen als je grond hebt gekocht die vervuild is? In Nederland is het toch zo dat de vervuiler betaalt? “Dat is in beginsel wel zo”, legt Van der Veen uit. “In de jaren 80 kon de Staat de kosten van sanering in principe verhalen op de vervuiler. Maar in 1994 werd Shell door De Hoge Raad vrijgesproken voor de saneringskosten van bodemverontreiniging die het bedrijf voor 1975 had veroorzaakt. De argumentatie was dat de vervuiler alleen verantwoordelijk kan worden gehouden voor de vervuiling die hij had veroorzaakt op een moment dat hij had moeten bedenken dat de overheid zich met sanering bezig zou gaan houden en daarvoor kosten zou gaan maken. Dat was voor 1975 niet zo, omdat de overheid zich zelf toen ook nog niet druk maakte om bodemverontreiniging.”

De uitspraak zorgde voor een flinke deuk in de gedachte ‘de vervuiler betaalt’. In de jaren 90 werd daarom de Wet bodembescherming opnieuw aangepast. De Staat verschoof nu de verantwoordelijkheid voor de kosten van de sanering van de grond naar de eigenaar van de grond. Van der Veen: “Als de eigenaar van de grond niet zelf de vervuiler is, kan hij wel de vervuiler aansprakelijk stellen. Dit is alleen niet zo simpel. Denk maar aan het dumpen van drugsafval in buitengebieden. Die vervuiler ga je natuurlijk nooit vinden.”

Zorgplicht

De Wet bodembescherming kent ook een ‘zorgplicht’ voor de vervuiler. Dit betekent dat alle bodemverontreiniging die na 1987 is veroorzaakt door de vervuiler voor zover redelijkerwijs mogelijk is, moet worden opgeruimd. Is het nu wel goed geregeld en duidelijk wie er moet betalen? Van der Veen: “Ik zie in de praktijk dat er nog steeds veel conflicten ontstaan over deze kwesties. En dat zal in de toekomst vermoedelijk niet minder worden."

Bewust van de bodem

Van der Veen vindt dat iedereen die een stuk grond of een huis koopt zich veel bewuster moet worden van de bodem. “Laatst adviseerde ik een jong stel over de mogelijke aankoop van een huis dat op verontreinigde grond stond”, vertelt Van der Veen. “Ik vond dat ze hierover een clausule in het contract moesten laten opstellen. Ze begrepen het heel goed, maar hebben het toch niet gedaan. Het contract werd onder hun neus geduwd en ze moesten zonder aanpassingen tekenen, anders ging het huis aan hun neus voorbij.”