2 juni 2021

Jeugdzorg in het rood: wie is het kind van de rekening?

Bekijk meer artikelen over: Gezondheid en zorg Bekijk meer artikelen over: Jeugdzorg in het rood

Ondersteuning voor gezinnen waar de opvoeding ontspoort, hulp voor kinderen in psychische nood, het op het rechte pad houden van ‘probleempubers’: het zijn allemaal taken van de jeugdzorg. Sinds 2015 is het aan de gemeenten om die jeugdzorg goed te regelen. Maar daar hebben ze een nogal zware dobber aan. 

Maar liefst acht op de tien gemeenten koerst dit jaar af op rode cijfers in de jeugdzorgbegroting. Hoe komt dat en wie betaalt daarvoor uiteindelijk de prijs? 

Onderzoek naar jeugdzorg

Voor dit onderzoek kunnen we ook jouw hulp goed gebruiken. Want de jeugdzorg gaat over harde cijfers, maar ook over verhalen van cliënten, ouders, medewerkers en gemeenteambtenaren. Kun jij ons meer vertellen over de kwaliteit van zorgaanbieders, of de besteding van jeugdzorggeld in jouw gemeente, omdat jij daar van dichtbij mee te maken hebt? 

Deel je verhaal

Eerst in het kort de achtergrond. In 2015 veranderde de jeugdzorg ingrijpend. In plaats van de provincies en het Rijk werden de Nederlandse gemeenten verantwoordelijk voor het inkopen en organiseren van de zorg. Het idee erachter: jeugdzorg zou dichterbij kwetsbare kinderen kunnen worden geregeld als de gemeenten het gingen doen. Daarmee zou de jeugdzorg meteen een stuk goedkoper worden. Maar dat gebeurde niet. Integendeel. Het aantal jongeren in de jeugdzorg nam de afgelopen jaren alleen maar toe, en de uitgaven per jongere ook. Steeds meer gemeenten kwamen in de rode cijfers terecht. Kwetsbare kinderen moeten steeds langer wachten op hulp van jeugdzorg. Vandaag blijkt uit onderzoek van Stichting Het Vergeten Kind dat een kind ‘in nood’ - met ernstige psychische problemen of een instabiele thuissituatie - gemiddeld 10 maanden op die hulp moet wachten.  

Conflict

Steeds meer gemeenten zeggen dat ze zóveel geld uitgeven aan jeugdzorg, dat ze hun huishoudboekje niet meer op orde krijgen. Er moet geld bij, vinden ze. En daarmee ontstond vorig jaar een slepend conflict tussen de gemeenten aan de ene kant en het Rijk aan de andere. Want het Rijk wil niet met meer geld over de brug komen. Het lijkt er nu op alsof de gemeenten in dit conflict aan het langste eind trekken. Vorige week bepaalde een commissie dat het Rijk de komende jaren miljarden extra aan de gemeenten moet overmaken om de jeugdzorg uit het slop te trekken. Maar is de jeugdzorg door die geldinjectie dan ook uit de problemen? Dat is maar zeer de vraag. 

Achterdeur wijd open 

Want sinds de gemeenten verantwoordelijk werden voor de jeugdzorg, liepen niet alleen de kosten enorm op. Zo steeg het aantal jeugdzorgaanbieders explosief: van enkele honderden in 2015 naar maar liefst zesduizend nu. Veel gemeenten stellen maar heel beperkte eisen aan nieuwe aanbieders, wat ten goede zou komen aan keuzevrijheid voor cliënten en innovatie zou moeten stimuleren. Maar daardoor is toezicht houden op alle nieuwe jeugdzorgaanbieders volgens de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) een onmogelijke taak geworden. En zo lijkt een aantrekkelijker situatie te zijn ontstaan voor zorgaanbieders die geld verdienen belangrijker vinden dan het leveren van goede en efficiënte zorg. Heeft het wel zin om meer geld in de jeugdzorg te steken, als het systeem niet kritisch tegen het licht wordt gehouden? 

Wat zeggen de cijfers? 

Samen met onderzoeksjournalistiek platform Follow the Money kijken wij de komende maanden naar hoe gemeenten hun jeugdzorggeld uitgeven. Gaat het geld wel naar zorg of wordt er veel uitgegeven aan bijvoorbeeld administratie? Op welke plekken blijft er geld aan de strijkstok hangen? Waar worden opvallend hoge winsten geboekt, en door welke zorgaanbieders? En wat betekent dat voor de kinderen die jeugdzorg nodig hebben? We vragen gemeenten om hun huishoudboekjes met ons te delen. De komende maanden zullen we je op de hoogte houden van onze bevindingen. 

Auteurs

S.N.

Stephanie Sint Nicolaas

Verslaggever