8 mei 2021

Kinderarts Ineke had niet door dat haar dochter anorexia heeft

Bekijk meer artikelen over: Gezondheid en zorg Bekijk meer artikelen over: Jong en psychisch in de knel

Ineke de Kruijf is al 19 jaar kinderarts in het St. Antonius Ziekenhuis. Daar ziet ze regelmatig jonge meisjes en jongens (maar 9 van de 10 keer meisjes) voorbijkomen met anorexia nervosa. Toch herkende ze de eetstoornis 5 jaar geleden niet bij haar eigen dochter. “Het is eigenlijk heel gek, want je bent dan wel arts, maar op zo’n moment ben je vooral moeder. Je wil het ook niet zien.”

De dochter van Ineke en haar man Guus, huisarts van beroep, zat op de middelbare school toen haar eetprobleem begon. Net als iedere andere scholier vertrok ze ’s ochtends vroeg van huis met een volgepakte lunchtrommel. Aan het einde van de dag was die trommel altijd weer leeg. “Maar wat er in de tussentijd gebeurt heb je als ouder voor een heel groot deel niet door.” Het was de psycholoog bij wie haar dochter in therapie was vanwege angsten, die na een poos aan de bel trok omdat ze vermoedde dat er behalve angsten ook een eetstoornis speelde. “Achteraf hoorden we dat ze toen al heel veel op sociale media zat, waar andere meisjes met anorexia elkaar aanmoedigden om af te vallen. Ze zijn daarin ontzettend competitief naar elkaar toe. Dat was echt een stuk waar wij als ouders geen grip op hadden, we wisten er gewoon onvoldoende van.” 

“Voordat mijn dochter ziek werd zag ik in het ziekenhuis ook al kinderen met anorexia,” vertelt Ineke ons in een interview bij haar thuis in een oude boerderij, “maar het is zo’n ingewikkelde ziekte. Ik heb nooit eerder beseft wat een enorme impact zo’n ziekte heeft op het hele gezin. Als ouder wil je je kind vanaf de geboorte van nature voeden, dus als je dochter dan niet eet dan is dat ontzettend frustrerend. Op een gegeven moment doe je er eigenlijk alles aan om ervoor te zorgen dat er maar wat binnenkomt. Als alle gezelligheid rondom eten verdwijnt, dan besef je pas hoeveel dat doet voor een gezin. Als dat allemaal wegvalt, dan is dat heel heftig.”

Coping mechanisme

Toen haar dochter na 2 maanden wachten voor het eerst in behandeling kon bij een in eetstoornissen gespecialiseerde kliniek, nam het gewicht langzaam weer toe. Maar telkens als het weer wat beter ging, kwam de anorexia als een boemerang terug. “Hoe vaak ik wel niet gedacht heb: eet nou toch gewoon. Dat gevoel had ik al toen ik alleen nog maar kinderarts was, maar als moeder nog veel meer. Alleen zo werkt het natuurlijk niet. Ik ben ervan overtuigd dat ieder meisje en iedere jongen met anorexia een onderliggend probleem heeft, en bij onze dochter zijn dat hevige angsten. Die heeft ze altijd al gehad. Als het gewicht weer wat toenam, dan kwamen die angsten en alle negatieve gevoelens weer in alle heftigheid naar boven. Het was voor haar dan natuurlijk het makkelijkst om weer terug te grijpen naar de eetstoornis, want dat was haar coping mechanisme. Hoe minder ze woog, hoe minder ze voelde.” 

Het lukt haar dochter maar moeilijk om de eetstoornis lange tijd in bedwang te houden. De angsten waren zo groot en sterk, dat minder eten keer op keer de enige uitweg leek te zijn. “Het grote probleem is dat het personeel in de eetstoorniskliniek vooral gespecialiseerd is in eetproblemen, en niet in angststoornissen. Dus als het eten weer beter ging, dan moest ze naar een ander loket om te werken aan haar angsten, maar daar waren vaak ook weer wachtlijsten, en in de tussentijd viel ze dan weer zo snel terug in haar eetstoornis, dat ze weer terug naar de kliniek moest.” Haar dochter zat vast in een vicieuze cirkel en een zorgsysteem dat is gebouwd op strikte protocollen en hokjesdenken.  

“Dat op en neer gaan tussen behandelklinieken heb ik echt als heel vervelend ervaren. Een deel van de kinderen met anorexia die bij mij in het ziekenhuis komen zijn, net als onze dochter, al in behandeling voor iets anders, bijvoorbeeld angst, dwang of autisme. Dus die kinderen hebben al een vertrouwensband met een psycholoog, alleen heeft die psycholoog vaak weinig ervaring met eetstoornissen. Als die psychologen nou gecoacht zouden kunnen worden vanuit een landelijk expertisecentrum voor eetstoornissen, en dat in combinatie met wat begeleiding aan huis, dan heb je volgens mij een optimale situatie. Ik ben ervan overtuigd dat dat het verschil maakt.” 

Wil je op de hoogte blijven van dit onderzoek?

Elke week sturen we je onderzoeksverhalen, tips van de redactie, en verhalen die je nog van ons kan verwachten.

Auteurs

S.G.

Silvia Geurts

Redacteur