10 januari 2022

Meer gemeenten doen onderzoek naar Joodse woningroof, maar er is ook kritiek

Tien gemeenten hebben aangekondigd ook onderzoek te gaan doen naar de roofhandel in Joods vastgoed tijden de Tweede Wereldoorlog. Uit een eerdere rondgang langs gemeenten, halverwege november, bleek dat er 73 onderzoeken liepen. Dat aantal loopt nu dus op naar 83. Eindhoven en Dordrecht hebben inmiddels het onderzoek afgerond en gepubliceerd, waarmee het totaal afgeronde onderzoeken nu op 17 ligt. Ronny Naftaniel, voorzitter van het Centraal Joods Overleg, is kritisch op de uitkomsten van de Eindhovense en Dordtse onderzoeken.

Pointer doet al twee jaar onderzoek naar de roofhandel in Joods vastgoed in de Tweede Wereldoorlog. Die werd door de Duitsers nauwkeurig vastgelegd in de Verkaufsbücher. In deze administratie staan ruim 7.000 transacties van percelen die van oorsprong van Joodse bewoners waren, maar tijdens hun onderduik of deportatie zijn geroofd en vervolgens zijn doorverkocht aan anderen.

Kwamen de Joodse burgers al terug uit onderduik of vernietingskampen, dan duurde het vaak jaren voordat ze weer intrek konden nemen in hun oorspronkelijke woning. In sommige gemeenten werd zelfs na de bevrijding achterstallige belasting gevraagd. Ook zijn gevallen bekend waarin gemeenten het rechtsherstel hebben gefrustreerd, of weinig coulance hebben geboden aan hun Joodse inwoners.

Pointer stuurde halverwege november een vragenlijst uit naar 244 gemeenten die voorkomen in de Verkaufsbücher, met de vraag of zij onderzoek gaan doen naar hun eigen rol in de Vastgoedboeken-transacties. Toen bleek dat 73 gemeenten een onderzoek hadden lopen, waarvan 15 gemeenten het onderzoek hadden afgerond. 35 gemeenten gaven destijds aan dat zij geen onderzoek gaan doen, ondanks dat er wel dubieuze transacties hebben plaatsgevonden in hun gemeente.

Uit een nieuwe inventarisatie blijkt dat het aantal gemeenten dat onderzoek doet dus is opgelopen naar 83. De gemeenten De Bilt, Kampen, Leiden, Oisterwijk en Tilburg hebben na onze uitzendingen in november en december een aankondiging gedaan dat zij onderzoek gaan doen of laten uitvoeren door een onafhankelijke partij. De Noord-Hollandse gemeenten Castricum, Heerhugowaard, Heiloo, Hollands Kroon en Texel sluiten zich aan bij het al eerder aangekondigde onderzoek van Alkmaar, Den Helder, Bergen en Schagen. Het onderzoek wordt begeleid door het Regionaal Archief Alkmaar en uitgevoerd door de Radboud Universiteit.

In de vorige rondgang hadden 15 gemeenten het onderzoek afgerond. Inmiddels kunnen we Eindhoven en Dordrecht aan dat lijstje toevoegen. Eindhoven publiceerde eind november de uitkomsten van haar onderzoek, uitgevoerd door Maili Blauw. De onderzoeker concludeert dat Eindhoven zelf geen woningen heeft gekocht en dat er geen bewijs is gevonden dat de gemeente na de oorlog naheffingen van belasting heeft gevraagd van de Joodse terugkeerders. De gemeente erkent dat zij onvoldoende aandacht heeft geschonken aan de Joodse inwoners en stelt 90 duizend euro beschikbaar voor een programma om de Joodse cultuur te versterken.

Naast Eindhoven heeft ook Dordrecht haar onderzoek afgerond. Uit een verkennend vooronderzoek, dat op 31 mei 2021 werd aangekondigd, blijkt dat de gemeente Dordrecht geen directe bemoeienis heeft gehad met de verkoop en dat ze ook geen Joodse woningen heeft aangekocht. Daarnaast kon uit de archieven ook niet worden vastgesteld of de gemeente naheffingen van andere belastingen, naast erfpachtbelasting, aan teruggekeerde Joodse inwoners heeft opgelegd.

"Er zijn bijvoorbeeld geen bezwaarschriften tegen aanslagen terug te vinden. Aangezien een groot deel van de financiële administratie, waaronder ook de belastingheffing, niet voor blijvende bewaring in aanmerking komt, zijn alle uitvoeringshandelingen conform de Archiefwet vernietigd. Er kan hierdoor dus niet met 100 procent zekerheid gesteld worden dat er geen naheffingen hebben plaatsgevonden." De gemeente laat weten dat verder onderzoek niet tot andere conclusies zal leiden. "Er is geen aanleiding voor compensatie. Wel zal er aandacht aan gegeven worden bij herdenkingen. Ook zal dit thema betrokken worden bij het herplaatsen van een gevonden steen op de oude Joodse begraafplaats."

Kritiek op onderzoeken

Ronny Naftaniel, voorzitter van het Centraal Joods Overleg (CJO), is kritisch op beide rapporten. "Het onderzoek in Eindhoven is misschien wel als een groot onderzoek aangekondigd, maar uiteindelijk is het vrij beperkt. In het onderzoek is alleen gekeken naar de woningen die in de Verkaufsbücher staan. Dat zijn alleen de panden die na de roof zijn doorverkocht. Maar er zijn ook heel veel woningen onteigend die vervolgens niét zijn doorverkocht. Wat is daarmee gebeurd? Juist bij die woningen komen eventuele naheffingen om de hoek kijken. Ik heb niet de indruk dat daar naar is gekeken in het onderzoek."

Naftaniel vraagt zich ook af wat er met de Joodse woningen is gebeurd die in 1941 al zijn gevorderd door de gemeente. "Er was toen een woningtekort dus hebben ze Joodse mensen opgedragen hun huizen te verlaten. Dat hebben ze gedaan vóórdat de gemeente de opdracht van de Duitsers had gekregen om de woningen te onteigenen. Ze zijn als het ware voor de troepen uitgelopen. Toen de nazi’s daar inkwartierden hebben ze geld afgedragen aan de gemeente voor het gebruiken van die woningen. Maar wat is er met dat geld gebeurd? Hebben de Joodse eigenaren, of nabestaanden, daar ooit wat van teruggezien?" Ook Eindhovenaar Frank Andriesse, die de woningroof vorig jaar ook aankaartte bij de gemeente, is kritisch op de uitkomsten van het onderzoek.

Ook op het Dordrechtse onderzoek is kritiek. "Ook hier zie je dat ze alleen hebben gekeken naar de woningen uit de Verkaufsbücher en niet breder hebben gekeken naar de woningen die niet zijn doorverkocht", zegt Naftaniel. "Daarnaast is het ook te gemakkelijk om te zeggen: 'we hebben geen administratie en geen belastingadministratie meer gevonden. En daardoor kunnen we daar niks over zeggen. We kunnen niet met zekerheid zeggen of er naheffingen of geen naheffing zijn verricht'."

Reacties gemeenten

In een reactie laat gemeente Eindhoven weten dat er nooit een 'groot onderzoek' is aangekondigd en dat er wel degelijk breder is gekeken dan alleen de Verkaufsbücher. Ook laat de gemeente weten dat het rapport is besproken met een klankbordgroep, bestaande uit vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap in Nederland en Eindhoven, om alle vragen zo goed mogelijk en onderbouwd te kunnen beantwoorden. Tot slot reageert de gemeente: "Het rapport is getoetst door het NIOD (Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies, red.). Zij concluderen: 'samenvattend: het rapport is vakkundig, informatief en helder geformuleerd. Technische kwesties worden zorgvuldig ontrafeld en de terminologie die in het publieke debat nog wel eens wil zorgen voor verwarring, wordt helder verklaard. Het rapport voldoet aldus aan de eisen die bij de opdracht gesteld zijn'."

Ook Dordrecht reageert op Naftaniel: "De gemeente heeft alleen een quick-scan uitgevoerd, geen alomvattend onderzoek. Maar uit de quick-scan blijkt dat er geen (belasting)administratie is gevonden. Dat zal dus ook gelden voor de panden waar het CJO op doelt. Op basis van de quick-scan is de verwachting dat nader (extern) onderzoek niet tot andere conclusies leidt." Tot slot laat de woordvoerder weten: "Juist met de laatste zin 'we kunnen niet met zekerheid vaststellen..' maken we ons er niet gemakkelijk van af."

Ben jij benieuwd of jouw gemeente al onderzoek doet naar de Vastgoedboeken? En wil je de gemeente aansporen om onderzoek in te stellen? Schrijf dan een brief. Een voorbeeldbrief vind je hier.

Wil je op de hoogte blijven van dit onderzoek?

Elke week sturen we je onderzoeksverhalen, tips van de redactie, en verhalen die je nog van ons kan verwachten.

Auteurs

M.T.

Mark Jan van Tellingen

Designer
T.M.

Thomas Mulder

Onderzoeksjournalist