16 januari 2020

‘Mijn maag is wel geopereerd, maar mijn hersenen niet’

Bekijk meer artikelen over: Gezondheid en zorg Bekijk meer artikelen over: Obesitas

‘Op het moment dat ik mijn maagverkleining kreeg, woog ik 128 kilo. Binnen korte tijd was ik zoveel afgevallen, dat daar nog maar 82 kilo van over was. Maar inmiddels is daar helaas al wel weer 20 kilo bijgekomen. Mijn maag is wel geopereerd, maar mijn hoofd niet’, aldus Ellen Verweij die zich meldde voor ons onderzoek naar overgewicht. 

Thuis aan de keukentafel met een kop thee vertelt Verweij over de levenslange worsteling met haar gewicht. Drie en een half jaar geleden werd ze geopereerd. Voor dat zover was, had ze al een traject gevolgd om af te vallen zonder operatie. Dat hielp, 20 kilo vloog eraf door goede begeleiding en gezonder eten. Maar om definitief verandering in haar leven te brengen, koos Verweij uiteindelijk toch voor een maagverkleining. 

Strijd voor het leven 

‘In het begin gaat het makkelijk. Na de operatie moest ik mezelf echt dwingen om te eten. Ik kon maar hele kleine porties op en moest opletten dat ik wel genoeg binnenkreeg.’ Verweij’s ervaring met de operatie komt overeen met veel van de 12.000 mensen die per jaar een maagverkleining krijgen. Uit de statistieken blijkt dat ongeveer 95% veel afvalt in het eerste jaar na de operatie. 

Maar na een paar jaar verandert dat. Bijna iedereen die een maagverkleining heeft gehad, komt na twee of drie jaar weer wat kilo’s aan. Het lichaam, aldus de chirurgen die de operatie uitvoeren, herstelt zich enigszins en kruipt weer een beetje richting de oude situatie. Niets om je zorgen te maken volgens de artsen, maar toch is het voor veel mensen een worsteling. Ook voor Verweij: ‘Ik kan nog steeds geen heel vol bord eten. Maar het gaat wel veel makkelijker. Ik kan ook alle producten weer zonder problemen eten. En dat maakt het moeilijk. Het blijft een strijd. Een strijd voor het hele leven.’

Wie helpt je na de operatie? 

Na de operatie verhuisde Verweij naar een nieuwe stad, ze kreeg een nieuwe baan en ging samenwonen. Daarbovenop verloor ze 46 kilo en kreeg ze een nieuw uiterlijk. ‘Best pittig allemaal bij elkaar,’ legt ze uit. 

Door het rap veranderende leven en de toegenomen stress werd het ook moeilijker voor haar om oude verleidingen te weerstaan: ‘Kopje thee? Koekje erbij. Dat is een oude gewoonte van mij die een soort snelweg in mijn hoofd is geworden. Als ik dat wil veranderen, moet ik een nieuw karrespoor aanleggen in mijn hoofd, naast die snelweg. Die gewoonte verdwijnt niet zomaar. En als ik dan veel stress heb, krijg ik toch snel een terugval. Ik mis dan ook bepaalde begeleiding vanuit de kliniek na de operatie.’ 

Voor de operatie volgde Verweij een intensief begeleidingstraject waar ze veel heeft geleerd over voeding en bewegen. Na de operatie was er ook een traject - anderhalf jaar lang groepsbijeenkomsten en een halfjaarlijkse medische controle - maar ze mist de hulp om te leren omgaan met terugkerende gewoonten. ‘Dit jaar komt er nog één controle bij de kliniek. Daarna is het afgelopen. Eigenlijk zou je dat veel langer moeten doen. Niet iedere week. Maar één keer in de drie maanden een bijeenkomst bij die diëtist, bij de psycholoog, bij de bewegingsdeskundige. Dan heb je meer steun.’  

Ieder pondje, komt door het mondje 

Verweij is eerlijk en zelfbewust, de kliniek die haar begeleidt stopt geen koekjes en chocolade in haar mond. Dat doet ze zelf enhet heeft geresulteerd in 20 kilo erbij nadat het afvallen door de operatie is gestopt. Maar in haar worsteling met de kilo’s staat ze niet alleen. Wij krijgen tientallen mails van mensen die moeite hebben met de tijd na de operatie. Vaste patronen uit het verleden komen vaak toch terug. 

En ook de ziekenhuizen en klinieken die wij spreken, herkennen dat beeld. Allemaal zijn ze bezig om te kijken hoe ze patiënten beter kunnen begeleiden na de operatie. Opmerkelijk daarbij is dat er veel verschil is tussen hoe die ziekenhuizen dat doen. Bij de één wordt gekeken naar meer sportlessen, bij de ander naar meer psychologische hulp. Ook verschilt het traject per ziekenhuis qua invulling. Bijvoorbeeld hoe vaak mensen moeten of mogen terugkomen, en of dat in groepsverband is of juist individueel.

Traplopen zonder te hijgen

Spijt heeft Verweij niet. ‘Ik kan nu traplopen zonder dat ik boven sta te hijgen en pas allerlei kledingmaten waar ik nooit van heb durven dromen.’ Voor ze begon met begeleiding en afvallen woog ze 150 kilo, inmiddels rond de 100. Volgens alle statistieken is ze een succes, want 50 kilo afvallen lukt maar weinig mensen: ‘Maar ik wil graag rond de 90 kilo wegen. Dat is voor mij een goed gewicht. Nu de feestdagen voorbij zijn, wordt het tijd om weer beter op te gaan letten. Ik weet wat ik moet doen, nu nog een kwestie van uitvoeren.’