4 oktober 2016

Oud ambulance-chauffeur:’Ik was die onzinritten spuugzat!’

Bekijk meer artikelen over: Gezondheid en zorg Bekijk meer artikelen over: Spoedzorg

‘Bij de ambulance denk je vaak, je rijdt voor de ergste dingen. Maar in de praktijk was regelmatig 9 van de 10 keer eigenlijk de grootste onzin! Je rukt met toeters en bellen uit en dan blijkt dat iemand gewoon hoofdpijn heeft ofzo.’ Spuugzat, was Bas den Bleker het uiteindelijk. Den Bleker was tot voor kort ambulancechauffeur, maar werkt nu fulltime als kweker van snijbloemen. We spreken hem voor ons dossier spoedzorg.

Den Bleker reed altijd parttime op de ambulance, maar is nu helemaal gestopt met het ambulancewerk. Hij werkte onder andere in de regio Haaglanden. ‘Al die onzinritten zijn niet de enige reden dat ik gestopt ben, maar het speelt wel mee.’ We ontmoeten hem op zijn kwekerij in Poeldijk, in het door kassen gedomineerde Westland.

Overtriage

Den Bleker: ‘Wat de oorzaak is van die onzinritten? Deels de mensen zelf. Die bellen steeds meer 112 voor klachten waar geen ambulance voor nodig is. Bijvoorbeeld voor klachten die al langdurig bestaan. Daar is het niet voor bedoeld.’ Maar Den Bleker wijst ons ook op de toename van spoedritten door de invoering van automatische triagesystemen bij de meldkamers, zo’n 2 tot 3 jaar geleden. Deze ‘uitvraagsystemen’ werken volgens vastgestelde protocollen. Op basis van voorgeprogrammeerde vragen wordt bepaald of de meldkamercentralist een ambulance uitstuurt naar een patiënt. Voorheen was het de centralist zelf die bepaalde of er een ambulance met spoed naar een 112-melding werd gestuurd.

De triagesystemen zijn onder andere ingevoerd om verkeerde medische inschattingen van de meldkamer te voorkomen.

 

’Nu speelt meer: stel je voor dat je er 1 mist! Ja, vroeger ging er ook wel eens iets fout, maar tegenwoordig hang je dan aan de hoogste boom. Daarom wordt nu bij bijna elke melding een ambulance gestuurd.’

Heli naar kind met optater door schrikdraad

Volgens Den Bleker rijden er teveel ambulances naar patiënten die bij de huisarts terecht kunnen en die helemaal geen ambulance nodig hebben. ’Wat ik bijvoorbeeld heb meegemaakt in Rotterdam is dat er een heli ging vliegen en 2 ambulances uitreden voor een kind dat een optater had gekregen door schrikdraad. Wij zeiden: Zullen we niet eerst even kijken, want ik denk dat het reuze meevalt. Dat mocht niet omdat het protocol zegt: 'elektrocutie’. Wij kwamen daar aan bij een jongetje dat alleen maar geschrokken was.'

Hoe erg is het eigenlijk als er meer ambulances worden uitgestuurd na een 112-melding als daarmee ook meer levens worden gered? Den Bleker: ’Dat is erg, want als je met zo’n onzinrit bezig bent iemand anders in de regio niet de juiste zorg ontvangt.’ Als alle ambulances al zijn ingezet kan het volgens Den Bleker gebeuren dat voor een nieuw urgent spoedgeval geen ambulance beschikbaar is binnen de wettelijke termijn van 15 minuten.

Maar wat als iemand een hartstilstand krijgt? Den Bleker: ‘Dan komt er een ambulance, misschien wel uit het centrum van Den Haag en dan doe je er gewoon 20 minuten over. Je levenskansen nemen gewoon af.’ Vooral in de buitengebieden van Den Haag speelt dit probleem, aldus Den Bleker. Zo simpel is het’.

Den Bleker is de enige ambulancechauffeur die herkenbaar een interview wil geven.

‘Ik ben zelf al een tijdje weg, mij kan niets meer gebeuren. Oud-collega’s van mij zijn als het tegen zit gewoon hun baan kwijt als ze dit zeggen.’

Auteurs

M.S.

Marjolein Schut

Redacteur