Politie zoekt al ruim 30 jaar naar identiteit vermoorde vrouw: ‘Wie geeft ‘Zwin’ haar naam terug?’
Begin jaren negentig vindt een Duitse toerist lichaamsdelen in twee slootjes in Zeeuws-Vlaanderen. Nog altijd is niet bekend wie de anonieme dode vrouw is, laat staan wie haar vermoordde. De politie zet alles op alles om de cold case van 'Zwin', vernoemd naar het natuurgebied waar ze werd gevonden, op te lossen en deelde hiervoor het onderzoeksdossier met Pointer.
Het is woensdagavond 6 juli, 1994. Een Duitse toerist laat zijn hond uit rond vakantiedorp Het Zwin in Retranchement, vlakbij de Zeeuwse badplaats Cadzand. Als hij langs de parkeerplaats bij bezoekerscentrum Het Zwin loopt, trekt de hond plots aan de lijn, richting de slootkant. Vanuit de berm vliegen twee eksters krassend weg, maar de hond trekt zich er niks van aan. Hij ruikt iets.
Al snel ontdekt de toerist waar zijn hond zo op aanslaat. Hij ziet iets liggen wat hem doet denken aan een dood konijn. Als hij beter kijkt, krijgt hij de schrik van zijn leven. Het is geen konijn, maar een menselijke schedel. En verderop liggen nog meer lichaamsdelen.
Politie staat nog steeds voor groot raadsel
Ruim drie decennia later weet het Cold Case team van de Politie Eenheid Zeeland-West-Brabant nog altijd niet wat de identiteit van de vrouw is, laat staan wie haar heeft omgebracht en hoe ze vervolgens in meerdere delen in twee sloten terechtkwam. In een ultieme poging om meer over de vrouw te weten te komen, krijgt Pointer toegang tot het politiedossier.
Omdat uit onderzoek van de Politieacademie blijkt dat een reconstructie getuigen ertoe kan bewegen informatie te delen, zet Pointer met een podcast en dit artikel alle informatie over de Zwin-zaak op een rij. Op deze manier hoopt de politie op tips en mogelijke familieleden die zich alsnog melden.
Een reconstructie van de vondst
Het is 19.58 uur, op 6 juli 1994, wanneer er een telefoontje over de vondst binnenkomt bij de regiopolitie Zeeland. Ter plaatse treffen agenten verdeeld over de twee slootjes naast de oprit van de parkeerplaats meerdere lichaamsdelen aan, die in vergaande staat van ontbinding verkeren.
Aangezien de eerste 24 uur in moordzaken het belangrijkst zijn, wordt direct een recherchebijstandsteam (RBT) van twintig mensen op de zaak gezet. De huidige benaming voor zo’n team is een TGO: Team Grootschalige Opsporing.
De volgende ochtend gaat dit RBT-team aan de slag. Ze geven de brandweer opdracht om de slootjes leeg te pompen in de hoop hier nog sporen te vinden. Ook neemt de politie contact op met de Belgische Rijkswacht, aangezien het lichaam op slechts een paar honderd meter van de grens is gevonden.
Op vrijdag 8 juli wordt in alle vroegte nogmaals gezocht: het RBT-team kamt nu met hulp van de ME en speurhonden de wijde omgeving rond bezoekerscentrum Het Zwin zorgvuldig uit. Het levert geen verdere aanwijzingen op en om vijf uur ’s middags wordt het terrein weer vrijgegeven.
Op maandag 11 juli laat het Gerechtelijk Laboratorium in Rijswijk (tegenwoordig het Nederlands Forensisch Instituut) weten dat alle aangetroffen lichaamsdelen afkomstig zijn van één onbekende vrouw. Rechercheurs en journalisten noemen haar ‘Zwin', vernoemd naar het natuurgebied waarin ze is gevonden.
Toch blijft de politie na die week nog met vragen zitten. Zo werd uiteindelijk niet het hele lichaam teruggevonden. Daarnaast is er geen verpakkingsmateriaal gevonden waar de dader het lichaam in vervoerde en zijn er geen persoonlijke bezittingen of kleding aangetroffen die iets over Zwin kunnen vertellen.
Op zoek naar getuigen
In de eerste dagen na de vondst start de recherche ook met het horen van getuigen. Is er iemand die iets vreemds heeft opgemerkt in het natuurgebied voor 6 juli 1994?
De politie spreekt verschillende mensen die vertellen over een vreemde, sterke geur rond de uiteindelijke vindplaats. Iemand stelt dit zelfs al in maart te hebben geroken.
Er zijn echter ook getuigen die dit juist tegenspreken. Medewerkers van het nabijgelegen strandpaviljoen brachten hun afval in de avond naar een container op de parkeerplaats en roken daar nooit iets vreemds.
Bovendien geeft Cor, een vrijwilliger bij het Zwinmuseum, aan dat hij eind mei watervlooien heeft gehaald uit de sloot waar ‘Zwin’ gevonden is. Op dat moment zag of rook hij daar niets bijzonders. Volgens hem stonk de modder in het natuurgebied altijd.
Ondanks de tegenstrijdige verklaringen heeft de politie wel een andere indicatie die erop wijst dat Zwin er al meerdere weken lag. Toen Zwin werd gevonden, groeide er riet door de huid van een aantal lichaamsdelen (riet groeit zo’n 1 tot 3 centimeter per dag, red.). De politie gaat er daarom voorzichtig vanuit dat ze eind mei op de vindplaats terecht is gekomen.
Ondertussen leiden gesprekken met getuigen ook tot nieuwe vragen. Zo blijkt dat de berm rond de slootjes in de maanden voor de vondst nog gemaaid is. Dit gebeurde met een klepelmaaier, een maaistuk dat met een mechanische arm aan een tractor vastzit. Zou het kunnen dat ‘Zwin’ hierdoor in stukken is geraakt?
Een verdachte auto
De verklaring die bij de politie de meeste oren doet spitsen is die van een koppel uit Hilversum, Astrid en Willem. Vanaf 28 mei huren zij een huisje in zomerdorp het Zwin. Net als de Duitse toerist een paar weken na hen zal doen, lopen Astrid en Willem op een avond terug van het strand met hun hondje als zij iets opvallends zien.
In de berm naast de parkeerplaats van bezoekerscentrum Het Zwin staat een donkere personenauto met de neus naar hen toe, pal naast een van de slootjes waar Zwin een paar weken later zal worden gevonden. De achterbak wijst richting de oprit met daarachter het slootje waarin de meeste lichaamsdelen lagen.
De auto rijdt stapvoets wat op en neer, en net als het koppel langsloopt stapt de bestuurder uit. Ze vinden zijn gedrag opvallend: hij groet hen niet terug en komt nors en besluiteloos over.
Astrid en Willem besluiten het nummerbord te onthouden en thuis op te schrijven. Maar helaas: wanneer zij een maand later worden verhoord door de politie, kunnen ze het papiertje nergens meer terugvinden.
Wie was deze man? Waarom stond hij daar met zijn auto? Had het nummerbord een doorbraak kunnen geven? Allemaal vragen waar de recherche dolgraag antwoord op zou willen hebben, maar die ze door het verlies van het briefje nooit hebben gekregen.
Getuigen in het buitenland
Omdat het lichaam werd gevonden aan de rand van een vakantiedorp, wordt er ook in het buitenland gezocht naar getuigen. De politie stuurt brieven naar alle toeristen uit België, Frankrijk en Duitsland die in de maanden voor de vondst rond het Zwin vakantiehuizen huurden. Ook zijn er flyers in het Nederlands, Duits en Frans in de wijde omgeving te vinden op VVV-kantoren, bankfilialen, campings, hotels en op aanplakplaatsen.
Via internationale persbureaus worden persberichten verstuurd en op de Nederlandse en Belgische televisie verschijnt op 19 juli een opsporingsbericht op TV. Hoewel deze oproep op televisie de politie 15 tips oplevert, leidt de nieuwe informatie niet tot een doorbraak in de zaak.
Een doodlopende zaak
Vanuit de buurlanden ontvangen de politieonderzoekers ook lijsten met vermiste vrouwen, in de hoop zo achter de identiteit van de dode vrouw te komen. Maar dit levert geen matches of aanknopingspunten op.
De enige informatie waar de recherche zich op dat moment aan kan vastklampen, komt van forensische specialisten. Aan de hand van onderzoek naar de lichaamsdelen van 'Zwin' concluderen zij dat het gaat om een vrouw die vermoedelijk 1.68 meter lang was, en tussen de 25 en 35 jaar oud. Uit later onderzoek zal echter blijken dat haar leeftijd te jong was ingeschat.
Vanaf augustus 1994 komt er steeds minder naar buiten over ‘Zwin’. In de media verschijnt in november een bericht waaruit blijkt dat er nog één rechercheur aan de zaak werkt. Maar hierna wordt het stil rond de onbekende vrouw en ze wordt nog voor het einde van het jaar begraven in een anoniem graf in Sluis.
2017: het graf gaat open
Bijna 23 jaar later, op dinsdagochtend 28 maart 2017, is het een drukke bedoening op de gemeentelijke begraafplaats van Sluis: tenten, mensen in witte pakken en zelfs een kleine graafmachine. Een groep van zo'n vijftien specialisten van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en de Forensische Opsporing van de politie Zeeland-West-Brabant graven die dag de stoffelijke resten van Zwin op voor nieuw onderzoek.
Inmiddels kan de politie met nieuwe onderzoekstechnieken dingen te weten komen die in 1994 nog onmogelijk waren. Het Openbaar Ministerie geeft daarom opdracht om Zwin weer op te graven, een zogeheten 'exhumatie'. De hoop is dat hernieuwd onderzoek naar haar restanten de politie dichter bij de identiteit van 'Zwin' kan brengen.
Onderzoek naar haar botten en tanden
En dit blijkt zeker geen ijdele hoop te zijn. Allereerst kan arts-forensisch antropoloog Reza Gerretsen, namens het NFI, vaststellen dat Zwin al in delen in de sloot moet zijn gelegd. Als expert op het gebied van bontonderzoek ziet hij wel wat beschadigingen die afkomstig kunnen zijn van een klepelmaaier, maar aan de hand van de beschadigingen op de botten en de specifieke snijpunten op de lichaamsdelen kan Gerretsen definitief vaststellen dat er sprake moet zijn geweest van menselijk handelen.
Ook de staat van Zwins gebit levert interessante informatie op. Haar tanden waren voor het grootste deel van haar leven goed bijgehouden, maar 5 jaar voor haar dood verslechterde haar gebit. Bovendien blijkt dat haar hoektand rechtsboven al bij leven miste, iets wat zichtbaar was als ze breeduit lachte. Mensen die haar kenden moet dit zijn opgevallen.
Wat ook opvalt is dat ‘Zwin’ eerder in haar leven wortelkanaalbehandelingen heeft gehad, met vulmateriaal dat voor die periode niet gangbaar was in Oost-Europa.
Zwin krijgt een gezicht dankzij DNA-onderzoek
Ook wordt er in 2017 uitgebreid DNA-onderzoek gedaan naar Zwin. Dit DNA, dat uit haar botten werd gehaald, levert waardevolle informatie op voor de recherche. Zwin blijkt namelijk ouder dan al die tijd werd gedacht: rond de 42 jaar, in ieder geval tussen de 35 en 47 jaar.
Bovendien kunnen er uiterlijke kenmerken uit het DNA worden gehaald: ze had waarschijnlijk bruine ogen, een lichte tot lichtbruine huidskleur en bruin tot zwart haar. Dit haar begon kort voor haar dood vermoedelijk grijs te worden.
Op basis van deze uiterlijke kenmerken maakt een specialist in Engeland een gezichtsreconstructie van Zwin. Zo’n gezichtsreconstructie is geen precieze afbeelding van Zwins gezicht, maar een wetenschappelijke inschatting.
Isotopenonderzoek
En dan is er nog de uitslag van het isotopenonderzoek. Op basis van de chemische elementen in de lichaamsdelen van Zwin is er geprobeerd een gebied van herkomst aan te wijzen.
Uit het isotopenonderzoek blijkt dat Zwin een groot deel van haar leven heeft doorgebracht in een Oost-Europees land. Bovendien is ze 5 tot 10 jaar voor haar dood nog verhuisd binnen Oost-Europa. Waarschijnlijk is Zwin pas kort voor haar overlijden in West-Europa aangekomen.
Helaas is het beeld van haar herkomst niet erg specifiek. Het gebied waar zij vandaan zou kunnen komen beslaat Polen tot en met Rusland, en zelfs Italië kan niet worden uitgesloten. Toch is de Oost-Europese herkomst wel iets waar de politie mee door kan.
Mogelijke link naar België?
Het feit dat Zwin 5 tot 10 jaar voor haar dood is verhuisd, leidt tot een hypothese bij George, de rechercheur op de zaak. Het zou kunnen betekenen dat zij na de val van het IJzeren Gordijn, net als vele anderen uit Oost-Europa, in 1989 richting het Westen trok.
Tegelijkertijd kwamen er in die tijd allerlei smokkelcircuits op gang. Mensenhandelaren lokten met name jonge vrouwen naar het Westen met valse beloftes. Ze zouden hier in bars en hotels kunnen werken. In werkelijkheid werd van veel slachtoffers het paspoort afgepakt, kregen zij te maken met geweld en verkrachting en belandden ze in de gedwongen prostitutie. Veel van deze mensen kwamen terecht in Antwerpen.
Omdat Zeeuws-Vlaanderen in 1994 vanuit Nederland alleen nog te bereiken was per boot en de grensovergang naar België dichtbij lag, zou het kunnen dat Zwin vanuit België in het natuurgebied is gedumpt. Zulke dumpingen kwamen daar in die periode vaker voor.
Alle opties openhouden
Tegelijk is het goed om te benadrukken dat het mensenhandelscenario slechts één van de vele mogelijkheden is waar de politie rekening mee houdt. Het kan net zo goed zijn dat Zwin deze kant op is gekomen om te werken als schoonmaker of nanny, in bijvoorbeeld het rijke Knokke, dicht bij de vindplaats van Zwin.
Voor de cold case onderzoekers blijft het zaak om altijd weer uit te zoomen en alle mogelijke scenario’s open te houden.
Hoe nu verder?
9 jaar na de exhumatie en 32 jaar na de vondst van haar lichaam houdt de politie nog altijd hoop op een doorbraak in de zaak Zwin. Rechercheur George: “De belangrijkste vraag is voor ons nu: ‘Wie is zij?’ Als we dat weten, kunnen we haar levenswandel nalopen en komen we hopelijk bij een dader uit.”
Om internationale aandacht te krijgen voor de zaak werd ‘Zwin’ onderdeel van de Identify Me-campagne van Interpol, die sinds 2023 loopt. Deze publiekscampagne heeft als doel om anonieme vrouwelijke doden die zijn gevonden in Europa te identificeren. Inmiddels staan er 49 vrouwen op de site en hebben er 6 hun naam teruggekregen door tips van het publiek en een succesvolle DNA-match.
Rechercheur George en zijn team hopen dat er mensen zijn die meer weten over Zwin die zich nog niet eerder gemeld hebben. Hij hoopt dat de internationale campagne, maar ook media-aandacht zoals de podcast, leiden tot herinneringen bij mensen die in de zomer van 1994 iets verdachtst hebben gezien aan de Zeeuwse kust. En mogelijk zijn er in Oost-Europese landen mensen die haar missen. “Mijn team en ik hebben vrijwel alles nu uitgelopen. We moeten het nu echt van nieuwe tips hebben, of van mensen die haar hebben gekend.”
Weet u iets wat de politie dichter bij de identiteit van 'Zwin' zou kunnen brengen? Neem dan contact op met de politie Zeeland-West-Brabant: https://www.politie.nl/contact/tip-geven.html
Deze publicatie is mede mogelijk gemaakt door het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten.