25 oktober 2016

Verpleegkundige eerste hulp: ‘Probleem is dat er geen leegstaande bedden zijn voor acute patiënten’

Bekijk meer artikelen over: Gezondheid en zorg Bekijk meer artikelen over: Spoedzorg

‘Er komen steeds meer mensen naar de eerste hulp en ook veel ziekere mensen dan voorheen,’ vertelt Niels Jacobs. Hij is verpleegkundige op de eerste hulp van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC). Hij is een van de medewerkers op een Spoed Eisende Hulp (SEH) die wij spreken voor het dossier Spoedzorg.'

Niels Jacobs ondervindt bijna dagelijks wat de gevolgen zijn van die toegenomen drukte. Patiënten moeten steeds langer wachten voor ze geholpen kunnen worden. Dat geldt vooral voor ouderen, die de afgelopen 3 jaar zorgen voor de grootste toename aan patiënten op de eerste hulp. Ouderen worden vaak door de huisarts gestuurd vanwege 1 probleem, maar hebben vaak veel onderliggende ziektebeelden. Hierdoor moeten zij door diverse specialisten gezien worden en langer op de eerste hulp blijven liggen.

‘Ik vind het niet erg om hard te werken, maar ik vind het wel vervelend als ik patiënten in de gang heb liggen. Mensen die hier uren liggen te wachten.’

Jacobs doelt ook op mensen die uren moeten wachten om naar een ander ziekenhuis overgeplaatst te worden, teruggebracht moeten worden naar een zorginstelling waar zij vandaan komen of om opgenomen te worden in het ziekenhuis. Probleem is dus dat niet alleen de grotere toestroom, maar ook de doorstroom van patiënten die al op de eerste hulp zijn behandeld, stagneert. Wanneer die doorstroom vastloopt moet volgens Jacobs de Spoed Eisende Hulp soms tijdelijk gesloten worden omdat er geen capaciteit meer voor nieuwe patiënten is.

Er zijn in het LUMC te weinig noodbedden voor de piekuren op de Spoed Eisende Hulp, een probleem dat landelijk speelt. Dat heeft volgens Niels Jacobs te maken met de privatisering in de zorg die 10 jaar geleden door de overheid is doorgevoerd. Sindsdien maken ziektekostenverzekeraars afspraken met ziekenhuizen over het aantal geschatte behandelingen van patiënten (dbc’s) die via de huisarts en specialist doorgestuurd worden naar het ziekenhuis. Dit budget bepaalt indirect ook het aantal bedden dat ziekenhuizen beschikbaar hebben. Patiënten die op de eerste hulp terecht komen hebben geen diagnose en zijn volgens Jacobs niet in de onderhandelingen en contracten met zorgverzekeraars meegenomen. Zij worden ook niet meegerekend in het aantal bedden dat nodig is voor acute patiënten die via de eerste hulp binnen komen. Het komt volgens hem regelmatig voor dat patiënten die niet via de eerste hulp zijn binnengekomen zoveel bedden bezet houden dat er geen bedden meer zijn voor spoedgevallen.

Het kost ziekenhuizen veel geld als bedden niet bezet zijn. Dat is ook de reden dat ziekenhuizen kiezen voor een maximale bedbezetting waardoor niet altijd genoeg noodbedden beschikbaar zijn voor acute patiënten. Volgens Jacobs leidt kostenefficiëntie er toe dat ziekenhuizen zelfs kiezen voor een bedbezetting van 110 procent.

‘Vroeger werd een patiënt ontslagen en werd er de volgende dag weer een nieuwe patiënt opgenomen. Nu is het zo dat een patiënt ’s ochtends wordt ontslagen en 2 uur later wordt er weer een nieuwe patiënt opgenomen.’

Auteurs

M.S.

Marjolein Schut

Redacteur