20 mei 2019

Zorgen om pleegkind dat 18 wordt: ‘Zo’n kind kan gewoon verdwijnen’

Bekijk meer artikelen over: Onderwijs en jeugd Bekijk meer artikelen over: Uithuisgeplaatste kinderen

Hoe worden uithuisgeplaatste kinderen voorbereid om op eigen benen te staan als ze de leeftijd van 18 jaar bereiken? En hoe vergaat het deze jongeren na een leven vol jeugdzorg? Dat vragen we ons af nadat we veel reacties krijgen van pleegkinderen, pleegouders en jeugdhulpverleners op ons onderzoek uithuisgeplaatste kinderen. ‘Een kind kan verdwijnen uit de systemen en niemand die ernaar omkijkt.’

Sinds de uitzending over pleegzorg vorig jaar hebben we contact met Sander, een pleegvader uit Utrecht. Hij maakt zich grote zorgen over zijn inmiddels volwassen pleegzoon. ‘De casus van ons jongste pleegkind is een voorbeeld van wat er mis kan gaan in de jeugdzorg en de pleegzorg. Een kind kan verdwijnen uit de systemen en niemand die ernaar omkijkt,’ schrijft hij ons. Het is niet de eerste reactie die we ontvangen over de voorbereiding en begeleiding van kinderen die op het punt staan de jeugdzorg te verlaten vanwege hun leeftijd.

‘Welk kind is er nu volwassen met 18 jaar?’

Anita, een voormalig gezinsvoogd en jeugdbeschermer die niet met haar achternaam in het artikel wil, bevestigt dit beeld. ‘Het grote probleem in de jeugdzorg is dat alles over de jongeren wordt besloten. Niet met hen. Hierdoor worden ze niet weerbaar gemaakt, niet getraind in zelfstandigheid. En als ze dan 18 worden houdt het op en moeten ze het zelf maar uitzoeken. De overgang naar volwassenenzorg is een harde knip. Te hard als je het mij vraagt.’

Volgens haar worstelen gemeenten hiermee. ‘Kinderen van 15, 16, 17 jaar zijn nergens meer te plaatsen, in ieder geval niet meer in een pleeggezin. Vaak gaan deze kinderen begeleid wonen of op kamertraining. Tot ze 18 zijn. Maar welk kind is er nu echt volwassen met 18 jaar? En dan hebben ze vaak ook nog heel veel trauma’s!’ Anita is inmiddels als jeugdhulpverlener voor zichzelf begonnen en vist naar eigen zeggen letterlijk jongeren uit de goot, omdat ze na jeugdzorg aan hun lot zijn overgelaten. ‘Het is niet zo dat jeugdzorg dit bewust doet, maar wettelijk hebben ze geen middelen meer om iets te doen. De wet schrijft voor dat mensen van 18 jaar volwassen zijn, en dat jeugdzorg niet meer van toepassing is.’

Jong op kamers

Sander kan hierover meepraten. In overleg met de pleegzorginstantie besluit hij een aantal jaar geleden – zijn pleegzoon is dan 15 jaar – dat het beter is voor hem om onder begeleiding op zichzelf te gaan wonen. ‘Hij was jong, maar onze relatie stond behoorlijk onder druk. Daarnaast vroeg zijn zware problematiek om specialistische hulp, en dat konden we hem in ons pleeggezin niet meer bieden.’ Het lijkt destijds een goede beslissing, maar tijdens deze ‘kamertraining’ gaat het compleet mis. ‘Hij hield zich niet aan afspraken en hij vervulde geen taken. Dat was ook te voorspellen. Maar wij hoopten op goede begeleiding hierin.’

De situatie is voor hem weer net zo uitzichtloos als het ooit op zijn negende begon

Sander, pleegvader

Dat is volgens Sander niet of onvoldoende gebeurd. ‘De begeleiders bleken zelf ook onvoldoende toegerust om hem te helpen. Ze gaven hem een time-out. Wij waren daar als pleegouders erg ongelukkig mee. Omdat we vreesden dat hij het zou gebruiken om terug te gaan naar zijn biologische vader, met alle gevolgen van dien. Hij is gestopt met school, zijn contract is niet verlengd en hij heeft zich niet aangemeld voor een uitkering. Hij valt letterlijk overal buiten.’ Zijn pleegzoon is inmiddels volgens de wet volwassen en daarmee niet meer in beeld bij pleegzorg, jeugdzorg, en de leerplichtambtenaar. ‘Een kind van 18 jaar kan gewoon verdwijnen. Het is wachten tot hij in grote problemen komt; Hij kan niet met geld omgaan, heeft geen opleiding en heeft psychische hulp nodig. Alle inspanningen van jeugdzorg ten spijt; de situatie is voor hem weer net zo uitzichtloos als het ooit op zijn negende begon.’

‘Leeftijdgrens in de jeugdzorg moet omhoog’

Sander maakt zich grote zorgen om het welzijn en de toekomst van zijn pleegkind. ‘Er is geen overdracht naar een wijkteam of naar bewindvoerders, helemaal niks. En hoewel wij ons grote zorgen maken om hem, maken we ons misschien nog wel des te meer zorgen om het systeem waarin dit mogelijk is.’ Zijn zorgen worden gedeeld door de Raad voor Volksgezondheid en Samenleving. Die bracht vorig jaar een advies uit over jongeren na jeugdzorg. De voorzitter van de RVS, Pauline Meurs laat ons weten dat het onderzoek wat hen betreft nog zeer actueel is. Hun boodschap: 'Het loslaten van jongeren puur omdat ze meerderjarig worden, moet verleden tijd zijn. Ze zijn vaak te kwetsbaar en dragen nog veel bagage op hun rug.'

De Raad pleitte ervoor om te werken met bandbreedtes in de leeftijd zonder een harde grens bij 18. 'Een belangrijk stap om dat te bereiken is de leeftijdsgrens in de jeugdhulp op te hogen van 18 naar 21 jaar en zelfs naar 23, maar dat alleen is niet genoeg. Er moeten meer voorzieningen komen om jongeren in een kwetsbare periode van hun leven, passende zorg te bieden en dat gebeurt nu onvoldoende.' Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) heeft onderzoek gedaan , maar vindt vooralsnog dat een ophoging van de leeftijd teveel voeten in de aarde heeft.

Kijk hier de uitzending terug die we eerder over dit onderwerp hebben gemaakt.

Auteurs

K.V.

Karlijn Vernooij

Redacteur