4 april 2022

Amsterdam wil dakloze moeder Silvie op straat zetten: 'Ik kan nergens heen'

Dakloze moeders en hun kinderen werden tijdens de coronacrisis opgevangen in Amsterdam. Hotels stonden leeg en deden zodoende dienst als noodopvang. Nu de coronacrisis voorbij is, stopt ook de opvang. Amsterdam wil de gezinnen nu op straat zetten, maar de moeders stapten naar de rechter. Silvie, een van de moeders, wacht nu in spanning af of ze inderdaad op straat gezet wordt. “Ik weet niet waar ik naartoe moet gaan als ik hier niet kan blijven.”

Teleport Hotel

Het is begin februari als Silvie te horen krijgt dat ze weg moet uit het Teleport Hotel. Er heerst paniek die dag. Moeders en hun kinderen dreigen de volgende ochtend al op straat gezet te worden. Dat is het moment dat advocaat Hannelou de Roo een telefoontje krijgt. Ze wordt vaker gebeld in dit soort situaties. Na jarenlange ervaring in de sociale advocatuur weten hulporganisaties haar makkelijk te vinden.

“Het eerste waar je naar moet kijken zijn de rechten van het kind, maar dat is hier helemaal niet gedaan”, zegt De Roo. “Een kind mag niet op straat gezet worden.” De Roo belt met Anne Martien van der Does, de gemeentelijke Kinderombudsman van de Metropool Amsterdam. “Al vrij snel was duidelijk dat dit niet kon”, haalt Van der Does terug. Een uitzetting wordt afgewend. De moeders mogen voorlopig blijven en kunnen in de tussentijd een zaak aanspannen bij de rechter.

Een paar weken later staat Herman van het buurtteam klaar bij de ingang van het Teleport Hotel. In de sobere lobby zit Silvie met haar zoontje te wachten. Samen lopen we door de gangen van het hotel. In Silvie’s kamer staat de muziek nog aan en ruikt het naar Surinaams eten. “Eigenlijk mogen we hier niet koken, maar ik mocht een ricecooker neerzetten zodat ik toch iets kon maken”, vertelt Silvie. Er staat een bed in de kamer, er is een kitchenette en een badkamer. Niet veel later komen nog twee moeders met hun kind binnen. Ze worden ook opgevangen in het hotel. Silvie heeft ze opgetrommeld om met de journalist te komen praten.

Silvie is Surinaamse en sinds 2018 in Nederland. Ze had een relatie en kreeg een kind. Toen zette haar vriend haar op straat. Dat vertelt Herman. Hij ontfermt zich over haar sinds ze bij het buurtteam aanklopte voor hulp. “Ik zie een moeder die het beste wil voor haar zoontje. Een prachtig kereltje. Daar zit mijn commitment”, zegt Herman.

Geen zin om te lezen? Luister hier onze uitzending:

Gezinnen in de noodopvang

Zelfredzaam

“Ik weet niet waar ik naartoe moet gaan als ik hier niet kan blijven”, roept Silvie. Ze is duidelijk gefrustreerd en kan moeilijk onder woorden brengen wat haar is overkomen. Een paar keer klopte Silvie aan voor hulp bij de GGD. Ze dreigde dakloos te raken, maar bij de GGD werd gezegd dat ze niet geholpen kon worden omdat ze ‘zelfredzaam’ is.

Om tot die conclusie te komen voert de GGD een soort check uit waaruit moet blijken of iemand zorg nodig heeft. Is dat niet zo, dan ben je zelfredzaam en krijg je ook geen hulp vanuit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Maatschappelijke opvang was daarom niet voor Silvie en haar zoontje bestemd.

Herman vindt niet dat Silvie zelfredzaam is: “Mensen worden al snel als zelfredzaam beschouwd, terwijl ze dat helemaal niet zijn. Silvie heeft geen netwerk, haar netwerk bestaat alleen uit hulpverleners.”

Intussen spelen drie kinderen op de hotelkamer met een bal en een cowboy-poppetje. Een van de andere moeders vraagt aan Herman of hij haar ook kan helpen. Herman reageert terughoudend en vraagt of ze al hulp van iemand anders krijgt. Uiteindelijk geeft hij zijn kaartje. Als hij even later vertrekt, zegt hij op de gang met zwaar gemoed: “Ik kan niet iedereen helpen. Ik moet ook mijn grenzen aangeven. Er liggen nog 83 dossiers.”

Rechtszaak

Hoewel Silvie dus geen plek in de maatschappelijke opvang kreeg, werd ze begin dit jaar toch opgevangen. Tijdens de coronacrisis was er namelijk extra noodopvang voor dakloze mensen, ook als ze daar eigenlijk geen recht op hebben. Het rijk gaf de gemeente Amsterdam een toelage om meer mensen op te kunnen vangen. Hotels stonden leeg en werden gereserveerd voor de opvang. Zo kwam Silvie in het Teleport Hotel terecht.

Totdat Silvie in februari dus bericht kreeg dat ze eruit moest, en wel de volgende dag om 11.00 uur. “Herman heeft toen twee dagen extra voor me betaald zodat ik nog even kon blijven. De andere moeders moesten wel uit hun kamer. Ze hebben hun spullen op de gang gezet en zijn allemaal naar mijn kamer gekomen.”

Na tussenkomst van advocaten en de kKinderombudsman krijgen de moeders uitstel om in beroep te kunnen gaan tegen de beslissing van de gemeente Amsterdam. Kinderombudsman Van der Does concludeert dat er geen sprake was van rechtsbescherming toen de gemeente zei dat de gezinnen de volgende dag uit de opvang zouden moeten.

“Maar nu is de vraag wat de status is van de opvang die ze hebben gekregen”, zegt advocaat Thomas Kouwenhoven. Hij staat een van de andere moeders bij in de zaak. “Was het toch opvang vanuit de WMO? Was het noodopvang? Of was het gewoon aardig van de gemeente Amsterdam en kunnen ze nu op straat gezet worden?”

Het is een dinsdag in maart als de zaak voorkomt in de Rechtbank van Amsterdam. De zaken van de vijf moeders die een zaak zijn begonnen komen aan bod die middag. Alle moeders nemen hun kinderen mee, want ergens anders kunnen ze niet terecht.

Hannelou de Roo staat die middag Silvie bij en bepleit dat je een kind niet zomaar op straat kunt zetten. Het verdrag voor de rechten van het kind maakt dat een kind altijd onderdak moet hebben. De gemeente Amsterdam brengt daar tegenin dat dat de verantwoordelijkheid van de ouder is. Silvie is zelfredzaam verklaard door de GGD en dus moet ze het zelf kunnen organiseren. De rechter sluit af met de vraag waar Silvie naartoe zou gaan als ze uit de noodopvang zou moeten. Silvie aarzelt en kijkt de rechter vragend aan: “Ik weet het echt niet.”

Uitspraak

Twee weken later komt de uitspraak binnen op de kantoren van de advocaten. De stemming is goed, de rechter stelt dat de moeders en hun kinderen niet uit de noodopvang gezet mogen worden. Er is hier sprake van een humanitaire ondergrens, deze mensen kun je niet op straat zetten nadat je ze eerst wel hebt opgevangen, spreekt de rechter uit.

“Een hele mooie uitspraak”, zegt Kouwenhoven opgetogen. “De rechter zegt expliciet dat er sprake is van een humanitaire ondergrens en dat je deze mensen niet op straat kunt zetten.” Maar wat de gemeente Amsterdam nu met deze gezinnen moet, is onduidelijk. De gemeente mag namelijk zeggen dat de moeders zelfredzaam zijn en dus hoeven ze niet geholpen te worden.

Landelijk beleid

Door een hiaat in de wet vallen deze gezinnen tussen wal en schip. Bij de maatschappelijke opvang kunnen ze niet terecht en ze zijn niet lang genoeg in Amsterdam om aanspraak te maken op noodopvang. Amsterdam hoeft namelijk alleen daklozen op te vangen die al 4 jaar in Amsterdam verblijven. En dat kunnen deze gezinnen niet aantonen.

Kinderombudsman Anne Martien van der Does: “De rechter zegt met zoveel woorden: de oplossing hoort in Den Haag te liggen. Ik vind het een hele mooie uitspraak. Ik kan niet begrijpen waarom deze gezinnen op straat zouden mogen verblijven, en een Syrisch gezin niet. Dat kan niet.” Daarmee doelt Van der Does op de opvangregelingen voor vluchtelingen die wél landelijk georganiseerd zijn.

Wethouder Simone Kukenheim van de gemeente Amsterdam: “Er is geen wet die zegt dat je deze mensen moet helpen. De rechter legt de vinger op de zere plek.” De wethouder geeft aan dat Amsterdam al 200 mensen opvangt en wijst voor een oplossing naar de landelijke overheid. “Wij zitten ook met de handen in het haar omdat we dit niet alleen kunnen.”

Al in 2019 schreef toenmalig staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) Paul Blokhuis dat er gewerkt zou worden aan een oplossing voor deze gezinnen. Die oplossing is er nooit gekomen. Huidig staatssecretaris Maarten van Ooijen wil nu niet inhoudelijk reageren en verwijst naar het plan ‘een huis voor iedereen’ dat dit voorjaar gepresenteerd zou worden.

De uitspraak van de rechter gaat om een voorlopige voorziening. Dat betekent dat de moeders opgevangen moeten worden tot er een echte oplossing is. “Ik ben opgelucht, maar het blijft spannend”, zegt Silvie. Waar ze over een paar weken zit, weet ze nog niet.

Wil je op de hoogte blijven van dit onderzoek?

Elke week sturen we je onderzoeksverhalen, tips van de redactie, en verhalen die je nog van ons kan verwachten.

Auteurs

B.B.

Benjamin de Bruijn

Verslaggever radio
C.C.

Charlotte Claessen

Designer