7 mei 2019

Condooms, speelgoed en plastic: ‘De Westerschelde lijkt wel het afvoerputje van Nederland’

Bekijk meer artikelen over: Klimaat en duurzaamheid Bekijk meer artikelen over: De plasticplaag

Tipgever Fleur van der Laan houdt van de zee en de rivieren, en woont daarom sinds anderhalf jaar bij de dijk bij Borssele. Een fantastisch mooie plek. Maar het plastic dat er rondzwerft, krijgt ze maar niet opgeruimd. En ze komt erachter dat geen enkele instantie er verantwoordelijk voor is. ‘In de winterperiode kan ik wel twaalf vuilniszakken per keer meenemen.’

Al 16 jaar kijkt Fleur van der Laan vogels. Ze wandelt graag over het strand en achter de duinen. Meeuwen en scholeksters ziet ze er genoeg. Maar andere, zeldzame vogels, ho maar. Misschien een paar lepelaars, wulpen en kluten, maar dat is het wel. Zou het te maken hebben met al het vuil dat hier rondzwerft? Fleur vraagt het zich af: ‘Het vuil spoelt helemaal tot aan de dijk. Daar blijft het achter. En het worden hele kleine stukjes. Daar broeden dan de vogels op, en er lopen hazen en andere dieren.’

We bellen Fleur nadat we met haar in contact zijn gekomen voor ons onderzoek naar Kernenergie. Na jaren zeevarend te zijn geweest, werkt ze namelijk, sinds haar dochter leerplichtig is, bij de Borsselse kerncentrale als operator. Iets minder avontuurlijk misschien, maar een goede plek voor ‘stuurlui’ die aan wal komen. Fleur: ‘Ik denk dat tweederde van mijn collega’s ex-zeevarend is.’ Naast haar baan ruimt ze al ruim een jaar plastic op. En dat is waar we haar over willen spreken.

‘De Westerschelde lijkt wel het afvoerputje van Nederland’

Haar grootste ergernis is de hoeveelheid rotzooi die rondzwerft in de natuur rondom haar huis. ‘Eerder woonde ik bij de Lek. Hier is het zoveel erger met zwerfvuil. De Westerschelde lijkt wel het afvoerputje van Nederland.’ Ze besloot het te gaan opruimen en nam bij elke wandeling met haar hond een zak mee om vuil in te doen. ‘Na een jaar dacht ik: ik krijg het niet opgeruimd. Dat lukt gewoon niet alleen. Toen ben ik instanties gaan aanschrijven of zij konden helpen.’

Eerst legde ze contact met de gemeente. De jutbakken (verzamelbakken voor aangespoeld afval, red.) die er stonden waren namelijk vol: ‘De gemeente leegde op mijn verzoek de bakken, maar verder gebeurde er niks.’ Vervolgens belde ze Rijkswaterstaat, maar die zou direct gezegd hebben: het gebied is niet van ons. Het gaat Fleur namelijk niet om het strand zelf; dat laat Rijkswaterstaat wel maandelijks schoonmaken. Het gaat haar om het gebied áchter de duinen, bij de meertjes en rondom de koelwaterinlaat van de kerncentrale.

Rijkswaterstaat verwijst haar door naar het waterschap. Die geeft aan dat het niet tot haar kerntaken behoort om andermans vuil op te ruimen en verwijst door naar drie vrijwilligersorganisaties. Maar dat zijn maar een paar vrijwilligers en het is geen structurele oplossing, meent Fleur. Ondertussen blijkt dat het gebied toch wél onder Rijkswaterstaat valt, maar dat die het niet onderhoudt.

‘Haaientanden, scheepstrossen, condooms… Maar nummer 1 is plastic’

Toen kwam Fleur met haar verhaal in de Provinciale Zeeuwse Courant. Dat hielp. 9 maart organiseerde ze samen met 36 vrijwilligers en de gemeente een opruimactie. Fleur: ‘Een mooi initiatief. Maar tweejaarlijks en niet voldoende. Eigenlijk moet het gebied waar al het oude versnipperde vuil ligt, afgegraven worden en er moet een net gespannen worden, zodat nieuw vuil op het strand blijft en niet doorspoelt.’ Want nieuw vuil en plastic blijven komen: ‘Omdat ik in de scheepvaart heb gewerkt, weet ik hoeveel er overboord gaat.’ Vanalles heeft Fleur al gevonden tijdens haar wandelingen met de hond: ‘Sieraden, haaientanden, scheepstrossen, condooms, kinderspeelgoed. Maar nummer 1 is toch wel: plastic verpakkingsmateriaal.’

Condooms, speelgoed en plastic: ‘De Westerschelde lijkt wel het afvoerputje van Nederland’

Na de opruimactie van 9 maart was de gemeente overtuigd dat er toch wel heel veel vuil ligt in Fleurs wandelgebied. Er zou een plan komen en daar is nu het wachten op. ‘Maar het zou niet zo afhankelijk moeten zijn van vrijwilligers of vuil wel of niet wordt opgeruimd. De omvang van dit probleem is groot en niemand voelt zich verantwoordelijk. Eigenlijk zou er iets in de wet moeten veranderen.’

Auteurs

K.G.

Karen Geurtsen

Redacteur