4 juli 2022

Stroomt het geld van Jehovah's Getuigen waar het niet gaan kan?

De Nederlandse Jehovah’s getuigen zijn net als hun zusterorganisaties in andere landen hetzelfde georganiseerd. Ook als het gaat om de financiële huishouding zijn ze identiek. Veel geld dat bedoeld is voor de Nederlandse tak van Jehovah’s Getuigen stroomt regelrecht  in de kas van de wereldwijde organisatie. Hoe zit dat met de financiële gangen van de Jehovah’s Getuigen?

Net zoals andere kerkgenootschappen in Nederland vallen de Jehovah’s Getuigen onder de ANBI-regeling (Algemeen Nut Beogende Instelling) van de Belastingdienst. Die regeling geeft de kerkgenootschappen een groot belastingvoordeel: ze betalen zelf geen erf- en schenkbelasting en donateurs mogen hun giften aftrekken van inkomsten of vennootschapsbelasting. Bovendien mogen ANBI’s zelf schenkingen doen, waarover ook geen belasting wordt geheven.

Als rechtsvorm zijn de Jehovah’s Getuigen dus een kerkgenootschap. Deze is gebaseerd op de in de Grondwet vastgelegde vrijheid van godsdienst en de daaraan verbonden vrijheid van organisatorische inrichting. In dit artikel bekijken we hoe de Jehova's Getuigen hun organisatie financieel hebben ingericht.

Luister naar de radio-uitzending van Wil van der Schans en Sofia van Nuffel:

Het belastingvoordeel-web van de Jehovah’s Getuige

Met Gods hand

We spreken met Kees, een pseudoniem, want hij wil in zijn huidige leven geen last hebben van z’n verleden, namelijk 50 jaar bij de Jehovah’s Getuigen. Hij was ouderling , maar werd uiteindelijk uitgesloten. Kees weet waar hij over spreekt als hij uitlegt hoe strak de organisatie wordt geleid. "Ja, de regels die hier in Nederland gelden, gelden in elk ander land. Dus er werd altijd met trots gezegd: ‘Je kan je Wachttoren (tijdschrift, de belangrijkste publicatie voor Jehovah’s Getuigen, red.) meenemen naar Australië en daar wordt precies hetzelfde onderwezen’. De manier hoe ouderlingen de gemeenschap dicteren wordt volledig bepaald door het hoofdkantoor in New York.”

Structuur Nederland

De strenge leer gaat dus hand in hand met een strakke leiding, hoewel de lokale structuur enige autonomie lijkt te garanderen. Net als bij andere kerkgenootschappen, hebben de plaatselijke gemeenten een eigen rechtspersoon. De gebondenheid aan het kerkgenootschap zorgt ervoor dat de plaatselijke afdelingen zich uiteindelijk altijd voegen naar de wereldwijde regels en toezicht vanuit het hoofdkantoor. Over alle handelingen, dus ook financieel, moet verantwoording worden afgelegd aan de top, het hoofdkantoor in de New York.

Nu is de vrijheid van godsdienst een groot goed in Nederland, dat in artikel 6 van de Grondwet is vastgelegd. De kerkelijke autonomie, die daarbij hoort, is in Nederland uitgewerkt in artikel 2.2. van het Burgerlijk Wetboek en daarin is bepaald dat kerkgenootschappen hun eigen regels mogen opstellen zolang ‘dit niet in strijd is met de wet’.

Deze bepaling is van belang in het kader van het beleid van de Jehovah’s Getuigen dat leden verbiedt contact te hebben uitgetreden ex-leden: het zogenoemde shunningbeleid.

In een reactie van de Jehovah’s Getuigen op eerdere uitzendingen van Pointer over dit onderwerp erkennen ze dat uitsluiting als principe bestaat. Als een gedoopte Getuige er een gewoonte van maakt om de normen van de Bijbel te overtreden en niet bereid is om te veranderen, zal hij of zij worden uitgesloten. Wel schrijven de Jehovah’s Getuigen dat uitgeslotenen ten alle tijden naar de diensten mogen komen, ze baseren zich op het recht op godsdienstvrijheid.

Momenteel wordt in Nederland bekeken of dit shunningbeleid strafrechtelijk of civielrechtelijk kan worden aangepakt. Op verzoek van minister van Rechtsbescherming, Franc Weerwind, gaat het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatie Centrum (WODC)er onderzoek naar doen.

In België hebben ex-Jehovah’s - na een eerder gewonnen rechtszaak - op 7 juni 2022 in hoger beroep geen gelijk gekregen. De rechter had in de gewonnen zaak de organisatie vorig jaar veroordeeld tot een geldboete van 96.000 euro wegens aanzetten tot haat en discriminatie. In hoger beroep werd die uitspraak teruggedraaid met godsdienstvrijheid als hoofdreden.

De praktijk

Net als in België vormen vrijwillige bijdragen van de leden de basis van de financiering van de Jehovah’s Getuigen. Maar hier zit een redelijk ‘dwingend’ karakter achter de vrijwilligheid, legt Kees uit en hij vertelt hoe dat in zijn werk gaat: "Vanaf het podium roepen de Ouderlingen op om bepaalde bedragen per maand te doneren en dan worden er briefjes uitgedeeld met bedragen per persoon. Er wordt dan een resolutie afgeroepen op het podium en gevraagd, wie is het hier niet mee eens? En natuurlijk, niemand durft dan te zeggen: ‘Hier ben ik het niet mee eens’.”

En die donaties gingen in de boxen (en later meestal online), één donatie voor het zogeheten ‘wereldwijde werk’ en één donatie voor de plaatselijke gemeente. Het ingezamelde geld voor het wereldwijde werk wordt iedere maand afgedragen aan het centrale kantoor van Nederland: in Emmen. Dit geld wordt gebruikt voor allerlei doeleinden, zoals lectuur, kosten voor het bijkantoor, kosten voor het vrijwilligerswerk, videoproductie, en een deel gaat via het bijkantoor door naar New York.

Het geld dat voor de plaatselijke gemeente wordt ingezameld, is voor de exploitatie van de Koninkrijkzaal. Het geld dat overblijft wordt gebruikt om te schenken aan het wereldwijde werk, en dat kan best oplopen. De plaatselijke gemeentes wordt afgeraden een reserve op te bouwen. Het geld dat over is dient ‘geschonken’ te worden aan het wereldwijde werk.

Leden hebben dan belastingvoordeel, omdat giften aftrekbaar zijn, maar de grootste winst zit bij de erfschenkers, vertelt Kees. “Het gebeurt regelmatig dat erfenissen geheel of gedeeltelijk overgemaakt worden.”

Belastingvoordeel

De geldstroom is dus, vanwege de ANBI-status, geheel belastingvrij. Het betekent ook dat er geen erf- en schenkbelasting afgedragen hoeft te worden en dat energiebelasting teruggevraagd kan worden. En giften kunnen kunnen door de gevers worden afgetrokken van de inkomstenbelasting.

Doordat zowel de donateur als de instelling financieel voordeel heeft, komt er minder belastinggeld binnen bij de overheid. De ANBI-regeling brengt inmiddels 600 miljoen euro per jaar minder in het laatje van de Belastingdienst: 367 miljoen aan giftenaftrek en 215 miljoen euro door de vrijstelling van erf- en schenkbelasting.

Aan de vrijstelling zijn wel een aantal belangrijke voorwaarden verbonden, waarvan de belangrijkste is dat voldaan moet worden aan de eis dat de activiteiten gericht moeten zijn op het algemeen nut.

Daarnaast moet jaarlijks de staat van inkomsten en uitgaven gepubliceerd worden, moet worden voldaan aan de eisen van integriteit (geen bestuurders die verdacht worden van een misdrijf), een actueel beleidsplan kan worden overhandigd, bestuurders mogen geen meerderheid hebben in de zeggenschap over het vermogen en het vermogen moet in redelijke verhouding staan tot de activiteiten .

Er bestaan echter uitzonderingen op de publicatieplicht van kerkgenootschappen. Zo hoeven de namen van de bestuurders niet openbaar te worden gemaakt en hoeft er geen balans te worden gepubliceerd, waardoor het vermogen niet bekend wordt. Daarnaast draagt het kerkgenootschap geen onroerendezaakbelasting af voor de gebouwen die gebruikt worden voor de openbare eredienst.

Financieel inzicht

Een belangrijke voorwaarde voor ANBI-stichtingen is het publiceren van de financiële gegevens. Vanaf 2016 moeten ook kerkgenootschappen de gegevens publiceren, dus voor iedereen toegankelijk maken. Uit eerder onderzoek van Pointer bleek al dat veel organisaties met een ANBI-status zich hier niet aan houden. De Jehovah’s Getuigen publiceren wel, maar wel met een min of meer dichte deur. De jaarverslagen staan niet gepubliceerd op de eigen website, maar op een niet door google te vinden site https://jw-anbi.nl/ Met andere woorden: er wordt voldaan aan de eis tot publicatie, maar transparantie is beperkt.

En dan?

En als we die website eenmaal gevonden hebben, krijgen we dan ook een degelijk financieel inzicht door de verplichte publicaties? Het antwoord is nee, want echt veel informatie bevatten de jaarverslagen niet. Er zijn donaties voor de eigen gemeente en voor de wereldwijde kerk . Wat in Amsterdam, dat we iets nader hebben bekeken opvalt, is dat er veel wordt gedoneerd voor de gemeente, maar meer wordt uitgegeven aan het wereldwijde werk. In sommige jaren vloeit zo de helft of meer van de donaties voor de gemeente uiteindelijk in de kas van de wereldwijde organisatie.

Kees herkent dit beeld, en legt uit dat de Ouderlingen in dergelijke gevallen wel eens een resolutie hebben voorbereid die werd voorgelegd aan de gemeente. "Mensen die tegen waren konden er tegen stemmen, maar dat gebeurde natuurlijk niet.”

Een web van stichtingen

Er zijn nog twee stichtingen die onder het beheer van het centrale kantoor, van 'Emmen' vallen. Je zou ze de 'hoofdstichtingen' kunnen noemen:
- de Christelijke Gemeente van Jehovah's Getuigen in Nederland en
- het Wachttoren-, Bijbel en Traktaatgenootschap.

Beide hebben ook een ANBI-status en rapporteren hun inkomsten en uitgaven. Hoe en waar dat precies vandaan komt (kerkenleden en/of ander instellingen zonder winststreven) komt niet duidelijk naar voren in de gepubliceerde documenten. Wel is duidelijk dat het in de miljoenen loopt. Ex-Getuige Kees weet dat alles wat na uitgave in zijn gemeente overbleef naar ‘Emmen’ ging. Aan de uitgavenkant zijn wel bedragen bekend, maar de omschrijving van de posten verklaart weinig.

Onder druk

In 2019 werd er door het WODC een rapport gepubliceerd over misbruik en grensoverschrijdend gedrag binnen de gemeenschap van Jehova's Getuigen. De organisatie reageerde daar zo terughoudend op dat er vragen rezen over de legitimiteit van de ANBI-status. Zo vroeg het Tweede Kamerlid Van Toorenburg van het CDA zich af: "Als je een instelling van algemeen nut bent, maar niet bereid bent te kijken hoe je kinderen kan beschermen, welk nut heb je dan?"

In mei 2018 kondigde toenmalige minister Dekker van Rechtsbescherming aan dat hij zou gaan kijken naar de ANBI-status. Het onderzoek, verricht door onder ander René Bekkers, directeur Centrum voor Filantropie van de VU, is in juni 2022 gepubliceerd. De commissie moest nadrukkelijk onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om te voorkomen dat organisaties die gangbare maatschappelijke waarden en opvattingen ondergraven profiteren van belastingvrijstellingen en andere fiscale voordelen. Bekkers legt uit dat het een punt van aandacht is, maar dat de Belastingdienst hier niet voor uitgerust is. Uit ‘Toezicht op Algemeen Nut’ komt een beeld naar voren dat het vrij eenvoudig is een organisatie in de ANBI-regeling te krijgen en dat er vervolgens zelden controles zijn. “Ook voor de Belastingdienst is het, net als voor jullie, zoeken naar zo’n website waar de stukken op gepubliceerd worden. Echte controle vindt slechts steekproefsgewijs plaats, als er aanwijzingen zijn dat er met één van de ruim 40.000 ANBI’s iets niet pluis is”, aldus Bekkers.

Een toets op grondrechten is er niet en zou wat de onderzoekers betreft ook niet moeten komen, daar is de Belastingdienst onvoldoende voor toegerust. Beckers: “Daar werken mensen met verstand van financiën, niet van mensenrechten, dus een grondrechtentoets door hen is onmogelijk. Zo ’n toest zou een rechter of bijvoorbeeld het College van de Rechten van de Mens kunnen doen”.

Marnix van Rij , staatssecretaris van Financiën, zal na de zomer met een reactie komen op het rapport. Ex-leden verenigd in de Stichting Against Watchtower Shunning komen ook na de zomer met het resultaat van hun eigen vooronderzoek naar een rechterlijke procedure tegen de Jehovah’s Getuigen

Dit onderzoek is mede mogelijk gemaakt met subsidie van Journalismfund.eu

Auteurs

W.S.

Wil van der Schans

Samensteller radio
S.N.

Sofia van Nuffel

Freelance journalist