20 maart 2022

Hoe help je iemand die in een gesloten geloofsgemeenschap zit? Vijf tips van experts

Mensen die hun dierbaren zien verdwijnen in een gesloten geloofsgemeenschap, zoals bijvoorbeeld de Jehovah’s Getuigen, weten vaak niet wat ze moeten doen. Wij vroegen twee deskundigen om advies: “Het grootste risico is dat ze je als de vijand gaan zien”.

1. Ga niet de confrontatie aan

Volgens coach voor kerkverlaters Inge Bosscha is het van uiterst belang om niet de confrontatie aan te gaan, hoe moeilijk dat soms ook is: “Het grootste risico is dat ze je als de vijand gaan zien”. Uitspraken als ‘je zit in een sekte’ of ‘ze hebben je gehersenspoeld’ kan je dus beter vermijden. “Leden van een gesloten gemeenschap of sekte hebben een enorme loyaliteit naar die groepering, als je daartussenin gaat staan dan verlies je in één klap het vertrouwen en dan kan je niks meer”. Het verlaten van een schadelijke gemeenschap is volgens haar vooral een intern proces: “Je kan iemand niet dwingen, dat gaat niet”.

2. Verdiep jezelf in de gemeenschap

In plaats van eindeloos discussiëren is het veel productiever om jezelf te verdiepen in de gemeenschap, legt ex-sektelid en godsdienstpsycholoog Johan Detraux uit: “Lees hun boeken, luister toespraken en misschien kan je een bijeenkomst bijwonen”. Op die manier kan je volgens hem kritische vragen stellen die aansluiten op hun belevingswereld: “Bevraag de bouwstenen van het geloof, maar val niet direct aan” Zo kan je volgens Detraux het beste twijfel zaaien: “Je plant eigenlijk zaadjes die zelfs jaren later nog kunnen ontkiemen”.

Is er dan niet het risico dat je er zelf in meegetrokken wordt? Dat valt volgens hem wel mee: “Ruim 90 procent van de mensen die in aanraking komt met een sekte, loopt na het eerste contact weg. Voordat je erin gezogen wordt moet alles kloppen”.

3. Stimuleer authentieke persoonlijkheid

Een kenmerk van een schadelijke geloofsgemeenschap is dat ze je authentieke zelf proberen af te breken, stelt Bosscha. “Het is heel erg goed om een beroep te doen op wie iemand écht is, in plaats van het plaatje wat diegene van zichzelf wilt maken’’. Dit kan volgens haar door iemands favoriete gerecht te maken of door muziek op te zetten waar hij of zij graag naar luistert.

Het stellen van open vragen is ook een prima strategie: “Je kan af en toe vragen stellen als: ‘Wat vind je er eigenlijk van dat je niet meer kan drinken?’ Het is volgens haar essentieel om geregeld te vragen naar wat het iemand oplevert om bij de groep te horen en wat het iemand kost. Maar, het is wel belangrijk dat dit voorzichtig gebeurt, zegt Bosscha ook: “Anders kan je iemand afschrikken’’.

4. Geef geen geld

Het kan soms voorkomen dat sekteleden geld vragen, voor bijvoorbeeld een dure cursus. Het kan dan moeilijk zijn om nee te zeggen, uit angst om de band te beschadigen. Toch moet je volgens Detraux niet zomaar geld geven. “Dit gaat waarschijnlijk naar de organisatie en dan zit diegene er nog verder in’’. Wat wel werkt volgens hem, is aanbieden om facturen te betalen die niet aan de gemeenschap gerelateerd zijn, in plaats van direct geld te geven. “Zo kan je iemand toch ondersteunen en weet je zeker dat jouw geld op de juiste plek terecht komt’’.

5. Houd de communicatielijn open

Beide experts benadrukken in het gesprek dat het enorm belangrijk is dat er contact blijft, ook als diegene zegt dat niet meer te willen. Het is altijd goed om bijvoorbeeld een kaartje te sturen: “Zo iemand denkt dan ‘Goh diegene denkt nog aan mij’’, vertelt Detraux. Die gedachte kan belangrijk zijn als iemand een gesloten gemeenschap wil verlaten, want zeker na een paar jaar zijn er vaak weinig contacten meer over, legt hij uit.

Bosscha: “Dat kan echt een levensreddend lijntje zijn, je moet de magneet zijn die iemand naar de wereld trekt.” Helaas is dat makkelijker gezegd dan gedaan: “Je moet een lange adem hebben, het duurt lang voordat mensen zelf doorhebben dat er iets niet klopt.”

Wil je op de hoogte blijven van dit onderzoek?

Elke week sturen we je onderzoeksverhalen, tips van de redactie, en verhalen die je nog van ons kan verwachten.

Auteurs

K.L.

Kelly Leewis

Redacteur