In Stadskanaal stemt de gemeenteraad in 94 procent van alle stemmingen unaniem. De tegenstelling tussen coalitie en oppositie is er nauwelijks zichtbaar. En dit is niet de enige plek waar dit gebeurt: in een handvol gemeenten is bijna alle verdeeldheid verdwenen, blijkt uit een analyse van Pointer. Gaat de samenwerking daar zo goed, of let niemand op?
De gemeenteraad is formeel het hoogste orgaan van de gemeente. Raadsleden controleren het college van burgemeester en wethouders, stellen kaders en vertegenwoordigen inwoners. Maar als coalitie en oppositie nauwelijks van elkaar verschillen in hun stemgedrag, wordt het college nog wel gecontroleerd? En als niemand tegenstemt, wie houdt dan de macht in de gaten? Pointer en Bureau Spotlight doken in de stemdata.
Voor de analyse zijn de digitaal beschikbare stemuitslagen verzameld van moties, amendementen en raadsvoorstellen uit 189 gemeenten van de afgelopen raadsperiode (maart 2022 - november 2025). Daaruit zijn twee dingen berekend. Ten eerste: hoe vaak de gehele raad voor of helemaal tegen stemt. In Stadskanaal wordt in 94 van de 100 stemmingen door de hele raad hetzelfde gestemd. Dat zie je ook in Laarbeek (92 procent), Zwartewaterland (92 procent), Nunspeet (91 procent) en Neder-Betuwe (91 procent). In de stemuitslagen van deze gemeenten is ook nauwelijks verschil te zien tussen de partijen die meebesturen (coalitie) en de partijen die hen zouden moeten controleren (oppositie). In Rotterdam is dat bijvoorbeeld heel anders: daar wordt maar in een kwart van de stemmingen hetzelfde gestemd en is er meer tegenmacht vanuit de raad.
‘Alarmbellen’
“Een combinatie van een hoge unanimiteit en lage scores kan wijzen op beperkte zichtbare tegenmacht in de raad,” zegt Thijs Vos, promovendus politicologie aan de Universiteit Leiden en een van de auteurs van het rapport Gezond Dualisme. Met tegenmacht bedoelt Vos het vermogen van de raad om het college van burgemeester en wethouders bij te sturen of terug te fluiten. Als dat wegvalt, is er niemand die de rem kan aantrekken. “Een score van bijna nul laat bij mij alarmbellen rinkelen.”
Een deel van de verklaring: steeds meer gemeenten sluiten een raadsakkoord in plaats van een coalitieakkoord. Daarin leggen alle partijen samen de hoofdlijnen vast. Het idee is samenwerking boven tegenstellingen. Maar de keerzijde is dat politieke verschillen bij voorbaat worden gladgestreken. “Het haalt de scherpe kantjes eraf, terwijl politiek ook over verschil gaat,” zegt Marius Bakx, verbonden aan Avans Hogeschool en auteur van een proefschrift over lokale tegenmacht.
Stemcijfers vertellen niet het hele verhaal
Toch is de blik op alleen de stemuitslagen niet genoeg. Gemeenteraden stemmen over veel technische zaken waar nauwelijks politiek debat over plaatsvindt: hamerstukken of doorvertalingen van eerder genomen besluiten. “Het wordt pas echt interessant als je kijkt naar de stemmingen waar wel conflict is”, nuanceert Vos.
Bakx wijst op wat buiten de cijfers valt. Welke onderwerpen op de agenda komen is volgens hem minstens zo belangrijk als hoe erover gestemd wordt. De cijfers gaan over moties, amendementen en raadsvoorstellen die daadwerkelijk in stemming zijn gebracht. Wat vooraf in achterkamertjes wordt gladgestreken of nooit ter tafel komt, is niet terug te zien in de stemuitslagen. Bovendien vindt in veel gemeenten het echte debat plaats tijdens niet-openbare raadsinformatieavonden. De stemming in de raadszaal is dan nog slechts een formaliteit.
Maar wie controleert het college?
Maar de vraag blijft: wie controleert de wethouders die de gemeentebesturen? Zoals de Tweede Kamer de regering controleert, zo hoort de gemeenteraad de wethouders in de gaten te houden. In de praktijk valt dat tegen. Wethouders zijn fulltime bestuurders met ambtenaren achter zich. Raadsleden doen het werk ernaast, vaak in kleine fracties. “Je bent geneigd om aan te nemen wat het college zegt, want daar zit de kennis”, staat in het rapport Gezond Dualisme op basis van een interview met een raadslid. Of zoals Bakx het samenvat: raadsleden die meestemmen omdat ‘de wethouder het wel zal weten’.
De Leidse onderzoekers wijzen op nog iets opvallends: de coalitie bepaalt de dynamiek in een gemeenteraad. Het zijn niet de oppositiepartijen die principieel tegenstemmen, maar juist de coalitiepartijen die vaker voorstellen van de oppositie afwijzen. In gemeenten waar die tegenstelling vrijwel ontbreekt, rijst de vraag of oppositiepartijen nog wel de ruimte voelen om voorstellen in te dienen.
Als de tegenstelling tussen coalitie en oppositie te zwak wordt, kan de raad niet goed controleren of wethouders zich aan de afspraken houden. Ook wordt het lastiger om grenzen te stellen aan wat zij mogen beslissen, concludeert het rapport Gezond Dualisme. Vos vat het zo samen: “Een score van 1 is onwenselijk, maar nul is dat ook. Je zoekt het midden, waarin er debat is, maar niet alles automatisch langs de coalitie-oppositielijn loopt.”