De afgelopen 2 jaar hebben 440 burgemeesters en wethouders een veiligheidsscan laten uitvoeren. Dat is een flinke stijging ten opzichte van de voorgaande jaren. Dat blijkt uit navraag van het journalistieke platform Pointer (KRO-NCRV) bij het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV), dat deze veiligheidsscans uitvoert. Tijdens een veiligheidsscan wordt onder andere de veiligheid van de woning onderzocht.
Het CCV biedt uitgebreide veiligheidsscans aan lokale bestuurders aan om hun ‘veiligheid’ en ‘weerbaarheid’ te vergroten. Tijdens zo’n scan kijkt een veiligheidsexpert samen met de bestuurder in kwestie naar de veiligheid van de woning. Ook mogelijke risico’s in de werkportefeuille, tijdens reisbewegingen en in de digitale omgeving komen aan bod. Tussen 2020 en 2023 vroegen 342 lokale bestuurders om een veiligheidsscan. De afgelopen 2 jaar is dat aantal dus meer dan verdubbeld.
Projectmanager Mirthe Zantvoord van het CCV ziet twee belangrijke verklaringen voor de toename van het aantal aanvragen: “Eén reden is dat we nu een veel completere scan aanbieden waarbij we vanuit verschillende risicogebieden mogelijke veiligheidsmaatregelen adviseren. Tegelijkertijd is in de media te zien dat lokale bestuurders steeds vaker zelf last krijgen van intimidatie en agressie. We zien dat gevoelige landelijke thema’s zoals de komst van nieuwe azc’s, maar ook de discussie rondom windmolens en de wolf, nu ook lokaal spelen.”
De belangstelling van raadsleden voor dergelijke veiligheidsscans blijft vooralsnog achter. “Sinds juni 2025 hebben we speciaal voor raadsleden een aangepaste scan ontwikkeld. Ik hoop dat deze groep zich nu ook meer gaat aanmelden. De veiligheidsscan is voor alle lokale politici een belangrijke eerste stap om weerbaarder te worden tegen agressie en bedreigingen.”
Politici met migratieachtergrond vaker slachtoffer online haat
Uit de Monitor Integriteit en Veiligheid 2024 blijkt dat bijna de helft van de politieke ambtsdragers te maken krijgt met agressie, en dat 59 procent hiervan online wordt geuit. Daarom onderzocht Pointer ook hoe agressie richting lokale politici zich uit op socialmediaplatform X.
Pointer keek naar de meest recente tweets van 221 lokale politici (burgemeesters, wethouders en raadsleden) uit 125 Nederlandse gemeenten en vond 121 bedreigingen en 722 haattweets gericht op iemands afkomst, geslacht, geaardheid of beperking. Daaruit blijkt dat politici met een migratieachtergrond vaker doelwit zijn van online haat dan politici zonder migratieachtergrond. Ook politici met asiel- of LHBTI+-rechten in hun portefeuille zijn vaker het slachtoffer van online haat dan politici met andere portefeuilles.
Een deel van de gevonden reacties valt onder de vrijheid van meningsuiting. Maar wanneer we onze resultaten voorleggen aan Bart Schermer, hoogleraar Privacy & Cybercrime aan de Universiteit Leiden, ziet hij ook een aantal berichten voorbijkomen die mogelijk strafbaar zijn. “Bij iets als ‘oprotten naar je zandbak’ is er sprake van belediging, en dat mag niet. En bij ‘deporteer alle moslims’ is er sprake van haatzaaien.”
Je kunt niet in één keer een enorme groep mensen vervolgen die samen zorgen voor een onveilige online sfeer, daar is het strafrecht niet voor bedoeld.
Toch is het vervolgen van mensen die zich schuldig maken aan online haat volgens Schermer altijd een moeilijke afweging: “Mensen mogen best boze en choquerende uitingen doen, je moet als politiek figuur tegen een stootje kunnen. Maar haatzaaien is absoluut strafbaar.” Wel is het strafrechtelijk vervolgen van daders lastig, beaamt Schermer. “Je kunt niet in één keer een enorme groep mensen vervolgen die samen zorgen voor een onveilige online sfeer, daar is het strafrecht niet voor bedoeld.”
Kijk hier de Pointer-uitzending 'Lokaal bestuur onder vuur' terug, of via NPO Start.