23 november 2021

Omgaan met pubers volgens een kinderarts, deel 2: de positief-naïeve puber

Felix Kreier is kinderarts en werkt in het OLVG in Amsterdam. Hij schreef samen met zijn collega Maarten Biezeveld het boek De hamster in je brein over welke invloed je hersenen hebben op je gewicht. Felix begeleidt kinderen met overgewicht en hun ouders op medisch vlak. In dit blog deelt hij zijn ervaringen. 

Blog 2: David, de puber die het helemaal anders gaat doen

David (14) komt stralend mijn spreekkamer binnenstappen. Hij heeft zijn sportpak al aan en is vastberaden: hij gaat het hélemaal anders doen. Hij heeft ernstig overgewicht en beginnende leververvetting (wat op lange termijn kan leiden tot littekenweefsel in de lever, red.) David heeft er goed over nagedacht en zijn plan al klaar: “Dokter, ik ga alleen maar water drinken, salades maken, geen snoep meer eten, ‘s avonds op de bank geen zakken chips opentrekken en elke dag naar de fitness.” Zijn moeder is mee en kijkt trots naar hem. 

Ik zie in mijn praktijk drie soorten pubers voorbijkomen en David is wat ik noem de positief-naïeve puber. Hij weet dat hij een probleem heeft en maakt een briljant plan waarmee hij het roer 180 graden omgooit. “Nou, David”, zeg ik, “ik zie hier dat je huisarts zich zorgen maakt en ik vind het heel fijn en goed dat je dit zo wil aanpakken.”  Dit is namelijk de kracht van jongeren, ze hebben de capaciteit om iets radicaal anders te doen. Vervolgens zeg ik: “Wij gaan jou daarbij helpen.” 

Puberbrein is nog niet af

Het lastige van de hersenen van pubers als David is alleen dat ze nog niet helemaal af zijn. Het stukje van je brein dat maakt dat je je plan dubbelcheckt en ook naar de consequenties kijkt, is nog in ontwikkeling. Dit is eigenlijk de tragiek van het puberbrein: je moet je loskoppelen van je nest en een eigen leven opbouwen, maar tegelijk kun je nog niet plannen. Daarom zie je pubers vaak ondoordachte dingen doen en risico’s nemen; ze storten zich zomaar ergens in.

Aan mij de taak om te voorkomen dat David, alle mooie plannen ten spijt, na een paar weken weer gedesillusioneerd op de bank zit met een zak chips, omdat onze maatschappij gezond leven voor hem niet makkelijk maakt.
“Wat zou een uitdaging kunnen zijn die je tegen kan komen als je het anders gaat doen?”, vraag ik hem. David denkt wat na en zegt dan: “Het zal wel ongezellig zijn als mijn vrienden dan chips gaan eten en ik niet.” En elke dag fitness? “Tja, dat is ook wel vermoeiend.”

Ik leg hem uit dat het niemand in een keer lukt om z’n leven zo om te gooien als David nu voor ogen heeft, maar dat ik zie dat het jongeren wel lukt als ze kleinere stappen nemen. Dan houden ze het wél vol. “Wat zou je kunnen doen?”, vraag ik David. Hij fronst en kijkt me vragend aan: “Beginnen met twee keer per week fitness?”
“Een uitstekend plan”, zeg ik. “En doe het vooral samen met een vriend of vriendin, zodat jullie elkaar kunnen steunen.” Want plannen mag dan moeilijk zijn voor puberhersenen, voor sociale druk zijn ze juist heel gevoelig.

Felix Kreier is kinderarts. Uit privacy-overwegingen is de naam van David gefingeerd.

Meer weten? Lees ook deel 1 over Susan, de ongeïnteresseerde puber:

Meer over dit onderzoek:

Bekijk meer artikelen over: Vet!

Auteurs

K.G.

Karen Geurtsen

Redacteur