Een op de zes mannen onder de 25 kwam volgens een onderzoek van Offlimits (bedoeld of onbedoeld) in contact met seksuele beelden van minderjarigen*. Het expertisecentrum ondervroeg 601 mannen tussen de 18 en 25 jaar. Het centrum lanceerde deze week een nieuw platform voor jongeren die zich zorgen maken om hun porno-kijkgedrag, en roept samen met de gemeente Amsterdam en ruim honderd internationale organisaties op voor een verbod op apps waarmee foto's van mensen digitaal 'uitgekleed' kunnen worden.
“Ben ik nu pedofiel?” is een vraag die medewerkers van expertisecentrum online misbruik Offlimits weleens krijgen van jongeren die de weg naar hun helpdesk vinden. De organisatie ziet de afgelopen jaren een toename van met name jonge mannen die zich zorgen maken over hun kijkgedrag. Dus ondervroeg het centrum 601 van hen. De conclusie: iets meer dan 15 procent van hen komt online in contact met beelden van seksueel kindermisbruik. Deze beelden kunnen realistisch of virtueel zijn, in dat laatste geval gaat het onder andere om AI-gegenereerde beelden.
“Jongeren en porno is een gevoelig thema”, zegt Kelly van den Heuvel, onderzoeker bij Offlimits. “Men zegt vaak: we willen het helemaal niet. Maar het gebeurt wél, en we weten steeds meer over de nare gevolgen hiervan. Beter dus is om het gesprek op gang te brengen: hoe kan het veiliger?"
Met vier kliks bij strafbaar materiaal
Zo’n vier op de tien Nederlandse mannen kijkt wekelijks naar porno, bleek in 2023 uit onderzoek van Rutgers. Voor de meesten van hen is dit een normale, gezonde uiting van hun seksualiteit. De preventielijn van Offlimits focust zich onder andere op problematisch pornogebruik: als iemands gebruik escaleert tot verslaving, als iemand naar steeds extremer materiaal op zoek gaat, of als iemand strafbaar materiaal kijkt of verzamelt.
En dat gaat makkelijker dan je denkt: eerder onderzoek van Offlimits uit 2024 toonde aan dat je al met vier kliks van ‘normale’ porno bij strafbaar materiaal uit kan komen. De grootste groep ondervraagde jonge mannen uit het recente onderzoek over escalerend pornogebruik komt dan ook onbedoeld bij de beelden van kindermisbruik terecht.
"Als iemand ons benadert, zeg ik altijd als eerste dat ik blij ben dat ze chatten of bellen. Het is een onderwerp waarover jongeren meestal met niemand durven te praten”, zegt Myrna, medewerker bij de preventielijn van Offlimits. Op een drukke dag ontvangen zij en haar collega’s een handvol belletjes per dag. De gesprekken duren soms meer dan een uur. “Dan vraag ik naar iemands geschiedenis om achter de motivaties voor hun kijkgedrag te komen. Ik vraag ook hoe groot iemands drang is; hebben ze er nog controle over? Eventueel verwijs ik ze door naar de juiste hulp.”
Pedofilie of kindermisbruik
Veel jongeren die de preventielijn benaderen beginnen al op jonge leeftijd met het kijken naar porno, ziet Myrna. Daardoor kan er gewenning ontstaan. Soms gaan ze dan op zoek naar steeds extremer materiaal, om dezelfde kick te krijgen die reguliere porno ze eerst gaf. Ook eenzaamheid en mentale problemen zijn volgens haar belangrijke factoren waardoor jongeren kunnen afglijden naar strafbaar materiaal. “En af en toe blijkt tijdens de gesprekken dat jongeren die ons bellen zelf óók slachtoffer zijn geweest van kindermisbruik. Op deze manier wordt de cyclus van geweld voortgezet.”
Maar een heel klein deel van de 601 ondervraagden die aangaven (bedoeld of onbedoeld) in aanraking te komen met misbruikbeelden van minderjarigen zeggen ook daadwerkelijk gevoelens te hebben voor minderjarigen. Het is volgens de medewerkers bij Offlimits dan ook belangrijk om de nuance te maken tussen pedofilie, het plegen van seksueel kindermisbruik en het – bewust of onbewust – kijken naar beelden van kindermisbruik.
Myrna: “Als iemand seksuele gevoelens voor minderjarigen ervaart, kan dat eenzaam en verdrietig voelen. Niemand kiest ervoor om pedofiel te zijn – het is een geaardheid. Maar ernaar handelen is schadelijk, grensoverschrijdend en strafbaar. Mensen met seksuele gevoelens voor minderjarigen handelen hier niet altijd naar. En mensen die seksueel kindermisbruik plegen hoeven geen pedofiel te zijn.”
Jongeren in nood
Problematisch pornogebruik, waaronder het kijken naar gewelddadig of strafbaar materiaal, hangt sterk samen met mentale gezondheidsproblematiek, zoals angst, eenzaamheid en depressie.
Iva Bicanic, klinisch psycholoog en Hoogleraar Seksueel misbruik van kinderen bij UMC Utrecht ziet dit ook in haar dagelijkse praktijk. “De jongens die hiermee worstelen kampen vaak met hele, hele donkere gedachtes.”
Bicanic onderstreept dan ook het belang van het aanbieden van hulp aan jonge mannen die psychisch in de knel zitten. “Ik wil dat het normaler wordt voor jonge mannen om daar woorden aan te geven. We moeten willen begrijpen: wat zit er onder dit gedrag? En dat is vaak zó’n eenzaamheid, zelfhaat, zelfveroordeling en isolatie. Door dit soort extreme dingen te doen proberen jongens en jonge mannen te vluchten van deze emoties die voor hen zo moeilijk zijn.”
Naar aanleiding van de onderzoeksresultaten doet Offlimits een aantal aanbevelingen; zo moeten pornosites hun wettelijke verantwoordelijkheid nemen jongeren te beschermen en te monitoren wat voor materiaal ze promoten. Want, zo lezen we op de website van de organisatie: de jongeren die ze spreken stuiten vaak via pop-ups en advertenties op pornowebsites op strafbaar beeldmateriaal van kindermisbruik. Offlimits vraagt toezichthouders als ATKM om beter te handhaven op bestaande wet- en regelgeving.
Jongeren en hun naasten die zich zorgen maken over hun pornogebruik kunnen terecht bij de anonieme preventielijn van Offlimits via het nieuwe platform okenietoke.nl.
*Offlimits en andere instanties die zich met deze thematiek bezighouden raden af om de term 'kinderporno' te gebruiken, omdat het aan de ernst en het slachtofferschap van kindermisbruik geen recht doet. Daarom kiezen ook wij ervoor om definities als ‘beelden van kindermisbruik’ te gebruiken.
Oproep tot verbod AI-uitkleedsoftware
Op dinsdag 10 februari maakte Offlimits en gemeente Amsterdam bekend samen met ruim honderd internationale organisaties via een manifest op te roepen voor een verbod op apps waarmee foto's van mensen digitaal 'uitgekleed' kunnen worden. Het manifest vraagt overheden om binnen twee jaar wetten in te voeren die het gebruik, de verspreiding en de verkoop van deze tools verbieden. Ook wordt een oproep gedaan aan techbedrijven en het publiek om actie te ondernemen tegen deze schadelijke technologieën en de gevolgen ervan te beperken.