“En toen ineens kwam die brief: Ik sloeg stijl achterover! Wat gebeurt hier!?”

MKB-ers kan het zomaar overkomen: een pensioenfonds waarbij je níet bent aangesloten, dat ineens honderdduizenden euro ‘achterstallige premie’ of ‘administratiekosten’ opeist. Met mogelijk faillissement tot gevolg. Hoe kan zoiets gebeuren?

Marc van ‘t Veer weet het nog als de dag van gisteren: Het MITT, het bedrijfstakpensioenfonds voor mode, interieur, tapijt en textiel, eist in 2018 dat van ‘t Veer voor al zijn medewerkers een pensioenregeling bij het fonds afsluit. Van ’t Veer is algemeen directeur van Hazet, een bedrijf dat hygiënische artikelen verkoopt. Alleen: 0,17 procent van zijn werkzaamheden bestaat uit het bewerken van textiel. Hazet drukt logo’s op bedrijfskleding. Toch krijgt van ’t Veer een rekening voor ‘achterstallige premie’ van 700.000 Euro. “Het houdt je continue bezig omdat je weet dat er mogelijk een financiële strop boven je hoofd hangt.”

Nederlandse pensioenfondsen proberen soms op agressieve wijze bedrijven aan te sluiten bij hun fonds. Tenminste vijf bedrijfstakpensioenfondsen leggen financiële claims neer bij bedrijven, variërend van ‘administratiekosten’ tot ‘achterstallige premies’. Dat leidt tot paniek bij ondernemers, die die kosten vaak niet kunnen ophoesten, en soms zelfs tot faillissementen.

Geen hoofdzakelijkheidscriterium

Hoe kunnen pensioenfondsen een financiële aanslag opleggen aan ondernemers die nauwelijks in die branche werkzaam zijn? Dat heeft te maken met het zogenaamde ‘hoofdzakelijkheidscriterium’. Een onderneming is verplicht zich bij een pensioenfonds aan te sluiten als minimaal 50 procent (de hoofdzaak) van de werkzaamheden of de omzet verdiend wordt in een bepaalde bedrijfstak, bijvoorbeeld textiel, horeca, of metaal. Maar sommige pensioenfondsen, bijvoorbeeld het MITT, hanteren dat hoofdzakelijkheidscriterium niet. Dat betekent dat ze elke onderneming die werkzaamheden, hoe klein ook, in die bedrijfstak uitvoeren, kunnen vragen zich aan te sluiten bij hun fonds.

210105_ZZPschulden_Illustratie_Header.png

Ondernemer met schulden moet kiezen tussen minder eten of minder stoken

Steeds meer ondernemers zitten in de schuld door corona en moeten kiezen tussen minder eten of minder stoken. Maar schuldhulpverlening van gemeenten voor ondernemers is nog...

500 rechtszaken

Hoe kan dat dan zomaar? Per jaar voeren werkgevers en pensioenfondsen naar schatting zo’n 500 rechtszaken over de vraag of een onderneming verplicht is een pensioen af te sluiten bij zo’n bedrijfstakpensioenfonds. Maar vaker nog wordt er geschikt.

Steph Weigert heeft een bedrijf in relatiegeschenken, Zintuig.nl. Hij heeft twee man personeel in dienst, en ook bij hem viel de brief van het MITT op de deurmat. “Ik heb in de 25 jaar dat ik ondernemer ben wel meer van dat soort brieven gekregen dus die ging linea recta de prullenbak in. En toen volgde er nog één en nog één. Ik verkoop vooral pennen en aanstekers, en nauwelijks textiel. Bovendien: ik máák het niet, ik verhándel het. Ik ben de middleman.” Maar zo gemakkelijk komt Weigert er niet vanaf. Het MITT komt met hoge rekeningen en Weigert ziet zich genoodzaakt een pensioenadviseur in te schakelen. Die adviseert hem dan toch maar over te stappen naar het MITT. Dat doet hij, want een rechtszaak kan hij niet betalen. “Het pensioenfonds is vaak vele malen groter dus heeft veel meer geld, en ze zetten er advocaten op die agressief zijn,” zegt pensioenadviseur Johan van Eekhout. “Klanten zeggen dan: ‘we sluiten gewoonweg aan omdat ik geen zin heb in dit gezeur’.” Marc van ’t Veer van Hazet stapt wel naar de rechter. Hij kan het betalen.

Volgens Hans van Meerten, Bijzonder Hoogleraar Europees Pensioenrecht aan de Universiteit Utrecht en advocaat bij GMW advocaten, maakt een ondernemer uiteindelijk ongeveer 50 procent kans om het pensioengeschil te winnen. “Als een ondernemer geen pensioenregeling heeft is de rechter genegen te denken: ‘beter iets dan niets’.”

Onbedoeld amerikaan

Toeval-Amerikaan strijdt tegen bank

Failliet

Soms gebeurt het zelfs dat niet één, maar twee pensioenfondsen azen op een bedrijf. Een voorbeeld: Er zijn bedrijven waar werkzaamheden verricht worden die zowel onder het pensioenfonds Houtverwerking als onder het pensioenfonds MITT zouden kunnen vallen: beide hebben geen hoofdzakelijkheidcriterium. “Dus krijg je ook nog eens een keer het gevecht tussen pensioenfondsen,” zegt Johan van Eekhout, voorzitter van de Pensioenorde, de beroepsvereniging voor pensioendeskundigen. Hij noemt een incident dat zelfs tot een faillissement heeft geleid: “Een aantal jaar geleden was een hele discussie tussen twee pensioenfondsen. De klant was aangesloten bij het ene fonds, een ander fonds zei ‘je zit verkeerd aangesloten’. Die hebben dat op de spits gedreven en dat is helemaal misgegaan. En het wrange is: de onderneming is failliet, en de curator krijgt uiteindelijk een briefje van ‘oja, we hebben ons vergist.’ Dankjewel, pensioenfonds.”

“Onaanvaardbaar systeem”

De reden dat sommige bedrijfstakpensioenfondsen zo assertief op jacht zijn naar nieuwe premiebetalers is dat ze zelf ook opgejaagd worden. Door een uitspraak van de Hoge Raad uit 2012: als een werknemer gewerkt heeft in een branche die onder een bedrijfstakpensioenfonds valt, maar nooit premie heeft betaald (omdat de werkgever geen pensioen heeft afgesloten), heeft die werknemer toch recht op pensioenuitkering. Arjen Kampherbeek van HerikVerhulst-advocaten: “Die pensioenfondsen zijn daarvan natuurlijk geschrokken, die lopen een risico.” Maar de pensioenfondsen moeten niet zomaar op jacht gaan naar allerlei bedrijven om in te lijven, zegt hij. “Het geeft onzekerheid voor werkgevers, en het geeft onzekerheid voor werknemers. Ik vind dat een onaanvaardbaar systeem.”

Luister naar de uitzending van Sander Bartling:

Pensioenfondsen op oorlogspad!

Makers