18 januari 2020

Pleidooi voor ban op de kantoortuin: ‘Niet efficient, vermoeiend en stressvol’

Bekijk meer artikelen over: Werk en geld Bekijk meer artikelen over: Ziek door werk

De kantoortuin kunnen we beter afschaffen, vindt hoogleraar cognitieve psychologie Stefan van der Stigchel. Het is niet mogelijk je in één ruimte met soms tientallen collega’s goed te concentreren. Hoewel duidelijke gedragsregels kunnen helpen, wijst de praktijk uit dat de kantoortuin voor de meesten niet werkt.

De ideale kantoortuin bestaat. Dat is de universiteitsbibliotheek. Iedereen werkt in stilte en iedereen weet dat je er niet mag praten. Begint iemand te babbelen, dan zal die meteen tot de orde worden geroepen. Dit is een uitzondering, zegt Van der Stigchel.

De hoogleraar schreef een boek over concentratie en het brein. Mensen kunnen zich op één ingewikkelde taak concentreren en ingewikkeld is het al heel snel. Dat geldt voor alles dat niet automatisch kan. Je brein doet dan een beroep op je werkgeheugen en die kan maar één taak tegelijk. 

Een tweede eigenschap van je brein is dat die altijd alert is op de omgeving. Elke visuele en auditieve prikkel kan je van je taak afbrengen. In een kantoortuin gebeurt niet anders, je wordt steeds afgeleid. ‘Je zit daarmee dus te multitasken. Het is niet efficiënt, je gaat fouten maken, je raakt vermoeid en je krijgt stress omdat je steeds gestoord wordt. In de kantoortuin wordt concentreren bijna onmogelijk gemaakt.‘ 

De gevolgen zijn volgens Van der Stigchel duidelijk: je bent minder productief, want na de onderbreking kost het tijd om de taak weer op te pakken. Hij gelooft overigens niet dat je die verminderde productiviteit in een cijfer kan vangen. Daar spelen te veel factoren een rol. Wel is volgens Van der Stigchel duidelijk dat de kantoortuin tot meer uitval door ziekte leidt. Maar, zo nuanceert hij, dat kan ook aan de airconditioning liggen.

Je bent al gauw een zeikerd

Toch zijn er ook liefhebbers van de kantoortuin. Van de Stigchel verklaart dat uit de grote verschillen in concentratievermogen. Waar de één zich makkelijk afsluit, raakt de ander van slag als de collega begint te typen. Je kunt leren je beter te concentreren, maar dat lukt lang niet iedereen stelt hij. Bovendien blijven de verschillen bestaan. ‘Nu wordt een kantoortuin zo ingericht alsof ieder persoon hetzelfde is. Dat maakt dat je minder begrip voor elkaar krijgt omdat je al gauw als een zeikerd wordt gezien als je vraagt of je collega dat telefoongesprek even ergens anders wil voeren.’ Een ADHD’er zal er sowieso nooit kunnen werken.

Doekje voor het bloeden

De situatie wordt beter als er veel concentratieplekken zijn waar je je kan terugtrekken. Al blijft het een doekje voor het bloeden. ‘Wat we dan zien is dat mensen snel een handdoekje leggen op zo’n plek. Dan wordt het een wedstrijd wie er het eerst zit.’ Je vlucht tijdelijk weg, maar zult vroeg of laat terug moeten naar de kantoortuin.