30 januari 2020

Professor Seidell hekelt populariteit maagverkleining: ‘Gevolgen zijn ingrijpend en levenslang’

Dikke mensen die een maagverkleining zien als een ‘quick fix’ van hun eetprobleem, komen van een koude kermis thuis, waarschuwt hoogleraar Jaap Seidell. Het grijpt diep in de levensstijl van obese mensen in, die bovendien na de operatie levenslang aan hun eetverslaving moeten blijven werken.

We spreken met Seidell voor ons onderzoek naar Obesitas. Seidell ziet de massale belangstelling voor maagverkleiningen, in ons land zo’n 12 duizend ingrepen per jaar, met lede ogen aan. De grootste problemen doen zich voor na de operatie zegt hij: zo is er een grote kans op complicaties zoals maag- en darmstoornissen, voedingstekorten en bovendien: veel mensen worden na enige tijd ook weer zwaar. Dus, zo zegt de hoogleraar voeding en gezondheid, ‘een maagverkleining is als een last resort, een laatste redmiddel, bedoeld voor mensen waar al het andere heeft gefaald’.

Zware mensen zouden in een vroeg stadium juist een leefstijlprogramma moeten volgen. ‘Het is niet zo dat aan de lopende band bij huisartsen behandelprogramma’s met leefstijl aan mensen met obesitas worden aangeboden. We slaan die stappen heel vaak over. Dat is deels ook de schuld van de zorgverzekeringswet. Het is een schadeverzekering die pas uitkeert als er iets echt heel ernstig mis is. Maar we keren niet uit als je iets preventief wil doen of iets wil voorkomen of uitstellen.’

Maagverkleining = verdienmodel

Daarnaast is zo’n maagoperatie voor ziekenhuizen inmiddels een verdienmodel. Seidell: ’Bedrijfsmatig is leefstijltherapie niet interessant. Operaties wel. Ziekenhuizen ontvangen een ruime vergoeding van de verzekeraar, zo’n 10 tot 12 duizend euro. Dat is veel geld. Die operaties worden steeds makkelijker en korter, de patiënt gaat na een dag weer naar huis. Terwijl, een leefstijlpoli kost alleen maar geld, met een minimale vergoeding. Een diëtiste verdient maar een paar tientjes per uur.’

Een goed leefstijlprogramma waarin ook op de lange termijn wordt voorkomen dat je weer terugvalt in oude gewoontes, dat heeft de hoogleraar nog niet gezien. ‘Als je dezelfde hoeveelheid geld (als voor een operatie, red.) zou besteden om mensen te begeleiden naar een gezondere leefstijl en die ook vol te houden, dan heb je toch een heel ander verhaal, dan de routinematige leefstijlinterventies die worden aangeboden’.

Steeds jonger opereren

Seidell trekt een vergelijking met diabetes: ’We weten dat we bij mensen met een hoog risico op diabetes – en dat hebben heel veel mensen ouder dan 50 jaar – door een niet al te ingrijpende leefstijlinterventie, diabetes 10 jaar kunnen uitstellen. Dat scheelt enorm, kost niet veel geld en niet veel inspanning. Maar dat wordt eigenlijk niet gedaan, we wachten tot mensen extreme obesitas hebben, met veel complicaties. En dan is er eigenlijk geen andere optie meer dan die chirurgie.’

Bovendien ziet de hoogleraar een tendens om op steeds jongere leeftijd en met minder overgewicht ook al een maagverkleining aan te bieden. ‘Dat zou dan eigenlijk alleen maar moeten als ze echt ook alles al geprobeerd hebben. Maar dat is bijna nooit het geval. Bovendien weten we heel weinig over de langetermijnconsequenties, wat het doet met de groei en hormonale ontwikkeling.’