In het afgelopen decennium heeft de Rotterdamse haven de strijd met de drugshandel flink opgeschroefd. En dit lijkt zijn vruchten af te werpen. Nieuwe cijfers van het HARC-team laten zien dat de douane voor het vierde jaar op rij minder cocaïne onderschept in de haven. Maar juist dit betekent dat kleinere havens in Nederland en België een toename vrezen.
633 kilo cocaïne, verstopt in kunststof avocado's. Het is één van de 172 partijen drugs die in 2025 door het Hit And Run Cargo (HARC)-team wordt onderschept in de Rotterdamse haven. Dit samenwerkingsverband van de Douane, het OM, de zeehavenpolitie en de FIOD is 25 jaar geleden speciaal opgericht om drugssmokkel in Rotterdam tegen te gaan.
In 2021 werd nog ruim 70.000 kilo cocaïne onderschept in de Rotterdamse haven. In de daaropvolgende jaren zette een dalende trend in. Ook de vandaag gepubliceerde cijfers van 2025 bevestigen dit beeld: afgelopen jaar werd er 11.466 kilo onderschept, waar in 2024 nog 25.900 kilo cocaïne werd gevonden. Extra containerscans, onderwaterdrones en strengere straffen voor uithalers zijn mogelijke verklaringen voor deze dalende curve.
Wat vertellen deze cijfers?
De afgelopen jaren zijn er veel positieve veranderingen geweest in de Rotterdamse haven, ziet Robby Roks, criminoloog aan de Erasmus Universiteit van Rotterdam. “Zo is het aantal aangehouden uithalers de afgelopen jaren gedaald.” De gegevens van het HARC-team bevestigen dat het afgelopen jaar 80 uithalers zijn aangehouden in Rotterdam. Dit waren er in 2024 nog 226. “Dit kan erop wijzen dat de Rotterdamse haven minder een hotspot is geworden,” aldus Roks.
Tegelijkertijd is hij voorzichtig met het duiden van de HARC-cijfers. "Aan de ene kant kan je zeggen dat een daling positief is, omdat dit erop kan wijzen dat criminelen de haven in mindere mate gebruiken. Aan de andere kant valt er ook iets voor te zeggen dat het juist fijn is wanneer je veel onderschept, dan weet je zeker dat het niet op de markt komt."
Onaangetaste markt
En juist op die markt gebeurt iets opvallends: de aangescherpte controles in Rotterdam lijken nauwelijks effect te hebben op de prijs van cocaïne. Het afgelopen jaar berichtten verschillende media over historisch lage straatprijzen voor een kilo cocaïne en over drugskartels die hun voorraden moeten opslaan om op die manier de markt in toom te houden.
Thomas Martinelli, onderzoeker bij het Trimbos Instituut, ziet ook dat de cocaïnemarkt in Europa nauwelijks is veranderd. "We weten dat de productie in de Zuid-Amerikaanse bronlanden alleen maar is toegenomen." En ook de vraag neemt niet af, integendeel. "Het is tegenwoordig zelfs zo dat het aantal mensen met een crackverslaving, de rookbare variant van cocaïne, het eerder altijd populaire heroïne heeft ingehaald."
Zowel Roks als Martinelli concluderen dan ook dat criminelen kiezen voor andere havens om hun smokkelwaar op de Europese markt te krijgen. Martinelli: "Die stromen komen nu gewoon ergens anders aan. Die markt verplaatst zich." Roks: “Waar Rotterdam jarenlang de eerste lijn was voor drugssmokkel, wordt nu gekozen voor andere routes en havens. Havens waar vanzelfsprekend minder beveiliging aanwezig is.”
Ook het HARC-team zelf trekt de conclusie dat de lagere cocaïnevangst niet betekent dat de handel is afgenomen. Zo laat de douane in januari al het volgende op hun website weten: “Het lijkt erop dat criminelen dankzij de opgeworpen barrières steeds meer aan risicospreiding doen en steeds meer smokkelroutes en havens gebruiken. Het maakt criminelen niet uit welke Europese haven zij gebruiken voor de smokkel van drugs."
Grote zorgen bij kleine havens
Een van die havens waar ze bang zijn voor dit zogenaamde ‘waterbedeffect’ is de haven van Gent. Patrick Willocx, hoofd van de Oost-Vlaamse federale gerechtelijke politie: "Aangezien de havens van Antwerpen en Rotterdam strenger zijn geworden, zijn wij zeker bevreesd voor een toename van drugssmokkel. We verwachten nu eigenlijk golven vanuit zowel Nederland als Antwerpen."
Daarom neemt de haven preventieve maatregelen. Zo vertelt Willocx dat er ingezet wordt op een digitaal schild om beter zicht te hebben op wat er allemaal de haven binnenkomt. Ook zullen de havenarbeiders systematisch gescreend worden.
Maar niet alleen in België, ook in eigen land leven er zorgen onder kleine havens. Burgemeester Hans Broekhuizen, van de gemeente Het Hogeland, heeft de veiligheid van de Groningse Eemshaven in zijn portefeuille. "Als kleine haven vermoeden wij dat we te weinig zien wat er gebeurt. Vooral omdat wij sinds een jaar of 10 steeds vaker meemaken dat er drugs aanspoelt op de stranden van de Waddeneilanden of Borkum."
Andere werkwijze
Bovendien lijkt de modus operandi van criminelen anders dan in de grote havens van Rotterdam en Antwerpen. "We hebben signalen dat criminelen kiezen voor een overdracht van grote schepen op kleine schepen, zoals viskotters, of het droppen van pakketten in waterdichte zakken die op een later moment opgehaald kunnen worden," aldus Broekhuizen.
Dit is dan ook de reden dat de gemeente Het Hogeland een samenwerking met vijf andere kustgemeenten met een kleine haven aangaat. Binnen het Platform Ondermijning Kleine Zeehavens gaan de gemeente van Den Haag, Goeree-Overflakkee, Den Helder, Harlingen, Eemsdelta en Het Hogeland de krachten bundelen in de strijd tegen drugssmokkel. Van het Rijk vragen ze zo’n 3 miljoen euro om dit mogelijk te maken. “Aangezien Rotterdam de deur heeft dichtgegooid, is het nu aan ons de taak om onze deur zo goed mogelijk te sluiten."
Door naar de volgende haven?
"We hebben het gevoel dat we het in Rotterdam onder controle hebben, maar dat is ergens ook heel kortzichtig. Want klaarblijkelijk bewerkstelligen we daarmee nog niks op de hele markt. Het probleem wordt te vaak niet in samenhang gezien,” aldus criminoloog Roks.
Naast meer samenwerking zou het waterbedvraagstuk ook op een andere manier aangevlogen kunnen worden, oppert Roks. “Regulering of legalisering zou een alternatieve aanpak kunnen zijn. Helemaal afgepeld start het probleem bij het feit dat we drugs strafbaar hebben gesteld, al is dat natuurlijk niet zonder reden. Maar met zo’n benadering kom je al snel in een normatief vraagstuk terecht. Dus dit is een discussie voor de politiek.”
Martinelli pleit ondertussen voor meer onderzoek naar de vraagkant: waarom zien we steeds meer mensen met een verslaving grijpen naar oppeppende cocaïne in plaats van dempende heroïne? “We moeten dit veel meer bezien als een maatschappelijk probleem in plaats van een criminele opgave. Drugs is nou eenmaal altijd een fenomeen in de maatschappij geweest en zal ook niet zomaar verdwijnen.”