18 januari 2020

Stadsbewoner: ’Het karakter van onze wijk is veranderd, er staan nu dure auto’s’

Bekijk meer artikelen over: Wonen en leefomgeving Bekijk meer artikelen over: Woonproblemen

‘Toen ik hoorde dat ze de benedenwoning hier wilden verkopen, was dat voor mij de druppel,’vertelt Jos Schuurman. Hij hangt een gigantisch spandoek aan de voorkant van zijn huis met daarop: ‘Stop verkoop sociale huurwoningen. HuurwoningenOosterbuurt voor iedereen.’

Met enige nostalgie, maar hij noemt het zelf een analyse, vertelt hij: ‘Vroeger zag je hier in de straat mensen hun ramen lappen of straten vegen. We hadden bijnamen voor buurtbewoners. Zo noemden we iemand ‘de burgemeester’ omdat hij altijd zijn best deed om deftig te praten. We hadden een buurtwinkeltje. Er woonde een automonteur die altijd stond te sleutelen aan auto’s. Er was veel meer reuring in de straat. Je zag dagelijks mensen praatjes maken met elkaar op de stoep. Het karakter van deze buurt is totaal veranderd. Er staan nu dure auto’s in de straat.’ 

 Jos woont zelf al 40 jaar in de Oosterbuurt in Utrecht. Het is een klein buurtje van drie straten vlakbij het centrum aan de oostkant van de stad. In de jaren zeventig waren deze huizen nog van de gemeente. In de jaren tachtig nam de woningcorporatie de woningen over. Jos: ‘Toen noemden ze het nog volkshuisvesting’. In de jaren negentig werden de eerste sociale huurwoningen verkocht. Jos: ‘Nu noemen ze het de huizenmarkt.’ 

Gemengde wijk

Waar maakt Jos zich druk over? Hij woont zelf in een fijne woning, wordt niet weggepest en hoeft er niet uit. En hij snapt ook nog wel dat dingen veranderen. Maar, hij vindt het principieel onjuist en niet goed dat mensen met een kleine portemonnee niet meer in de stad kunnen wonen. ‘De gemeente wilt een gemengde wijk, nou dan denk ik: dat heb je nu. Inmiddels is nog maar de helft van de 110 woningen sociale huur, de rest zijn koopwoningen. Als ze doorgaan met de boel verkopen wordt het juist niet gemengd.’  

Al jaren wordt in Nederlandse steden beleid gevoerd om arme wijken op te knappen en te verbeteren. De voorraad sociale huurwoningen is afgenomen van 42 procent van de totale woonvoorraad in de jaren tachtig naar 30 procent. Daarvoor in de plaats zijn koopwoningen of dure huurwoningen in de vrije sector gekomen. De vraag is: van wie is de stad nog? Gaan we New York, Parijs en Londen achterna, waar de stad van de rijken is, en de mensen met een kleinere portemonnee naar de randen van de stad zijn gedrukt?