In Nederland zijn er ongeveer 30.000 crackgebruikers en het aantal stijgt snel, blijkt uit recente cijfers. Vooral in grote steden is de drug nooit ver weg. Maar de aanpak ervan is een wereld van verschil: Pointer ziet hoe Amsterdam inzet op toenadering, terwijl Rotterdam de harde hand gebruikt. “Als je mensen geen perspectief biedt, moet je niet gek opkijken dat ze in de goot terechtkomen”, aldus de Rotterdamse dominee Martijn van Leerdam over de aanpak in zijn stad.
Op klaarlichte dag gaan crackgebruikers en -dealers in het Rotterdamse Museumpark gewoon hun gang: ze dealen en gebruiken vol in het zicht. Hoewel van openlijk drugsgebruik de afgelopen jaren veel minder sprake was, lijkt dat sinds de opkomst van crack weer terug te komen. Zo is ook een paadje in het Oosterpark in Amsterdam - waar veel wordt gedeald en gebruikt - inmiddels omgedoopt tot ‘crack alley’.
De overlast die hierdoor in de straten en parken van grote steden ontstaat, dwingt gemeenten om maatregelen te nemen. Toch is hun aanpak heel verschillend, ziet Pointer. Waar de ene stad het crackgebruik met harde hand probeert te onderdrukken, zoekt de ander juist verbinding met de mensen die erdoor op straat belanden.
Gebruikersbus
Amsterdam zoekt toenadering met een gebruikersbus, die door de gemeente in samenwerking met de Regenboog Groep pal naast het Oosterpark is neergezet. In die bus kunnen, veelal dakloze, gebruikers in een gecontroleerde omgeving gebruiken. “Tientallen mensen zaten in het park dag en nacht op bankjes met elkaar te gebruiken”, vertelt hulpverlener Fabian Sloot. “Die groep liet ontzettend veel vuilnis achter: folie, naalden, etensresten. Het werd grimmig en veel omwonenden durfden niet meer in dat stuk te komen. Inmiddels hebben ze zelfs die bankjes en bosjes eromheen ook weggehaald, om de plek minder aantrekkelijk te maken.”
Maar een plek creëren voor gebruikers bleek in eerste instantie nog niet zo makkelijk. “Ik wilde graag een inloopvoorziening met een gebruikersruimte”, vertelt de stadsdeelvoorzitter van Amsterdam-Oost Carolien de Heer. “Maar een pand vinden in deze omgeving was heel moeilijk. Daarom hebben we een bus omgebouwd en die hier sinds april 2025 neergezet. Het is ook een manier om met mensen in contact te komen. Want je kunt mensen wel wegsturen of beboeten, maar je wilt dat mensen het liefst in de zorg terechtkomen.”
Toch vervangt die bus het park niet helemaal, ziet ook presentator Marijn als ze mee gaat schoonmaken met werkbegeleider Patrick Theunissen. “Ik probeer mensen bij de gebruikersbus te activeren om te helpen, zodat ze wat nuttigs kunnen doen en mee kunnen doen in de maatschappij. In plaats van alleen in een afgesloten ruimte te gebruiken.” Samen met gebruikers prikt hij regelmatig in de bosjes. “Je vindt hier aluminiumfolie, dat gebruikt wordt om vanaf te roken, of zakjes waarin de drugs vervoerd wordt.” Als hij verder struint, komt hij ook veel karton tegen op de grond. “Hier wordt denk ik ook wel geslapen.”
Geslagen met een crackpijp
Door het openlijk gebruiken en dealen in steden, voelen bewoners zich niet meer veilig in hun eigen buurt. Zo vertelt Werner Risakotta, die dicht bij het Rotterdamse museumpark woont: “Dit pleintje is uitnodigend voor gebruikers. Er zijn overal hoekjes en plekjes - zoals portieken - waar ze verstopt kunnen staan. En wat verontrustend is, is dat er constant een nieuwe aanwas is van verslaafde mensen. We zien steeds meer nieuwe gezichten.”
Zelf plaatste Risakotta een laag hek voor de ingang van zijn huis. Daar doet hij ’s avonds een slot omheen, ook al werkt dat niet altijd. “Toen mijn zoon ’s avonds een keer thuiskwam, zat er iemand voor onze deur te gebruiken. Op de vraag of hij weg wilde gaan, is hij vervolgens met een crackpijp in zijn gezicht geslagen. Dat litteken heeft hij nog altijd.”
Inmiddels heeft Risakotta daarom ook een camera in zijn portiek opgehangen, net als meerdere buren. De beelden waarop de overlast is vastgelegd, delen ze met Pointer. We zien mensen die voor hun deur slapen, op straat poepen of in portieken aan het gebruiken zijn. Annedebora van Kooij, een andere Rotterdamse buurtbewoner, vertelt: “Soms komen mensen echt naast je staan als je je portiek binnengaat. Dat geeft een dreigend gevoel, als mensen proberen mee te lopen.”
Opvang in de Pauluskerk
Waar Amsterdam probeert gebruikers op te vangen, pakt Rotterdam de overlast van crack met de harde hand aan. Zo heeft wethouder Ronald Buijt van Leefbaar Rotterdam een gebiedsverbod opgelegd voor 80 verslaafden, met hoge boetes als ze zich er niet aan houden. Ook moet de politie meer handhaven en mag bedelgeld worden afgepakt. Buijt wilde niet met Pointer in gesprek om uitleg te geven over dit beleid.
Toch is er ook in Rotterdam een plek waar dakloze en verslaafde personen met open armen worden ontvangen: de Pauluskerk. Deze staat midden in het centrum van Rotterdam. Marijn ontmoet daar Mussa (65). Na verschillende soorten heroïne, gebruikt hij nu ook crack. “Ik word daar gek van. Ik wil ermee stoppen, het maakt me niet stabiel. Je moet er eigenlijk niet aan beginnen. Als je eenmaal begint, is het heel moeilijk om nog te stoppen. Na heroïnegebruik kun je nog in slaap vallen, maar bij crack blijf je wakker. Het is rotzooi.”
De sociaal werkers van de Pauluskerk, die mensen als Mussa opvangen, zien al langer dat het gebruik van crack op hun straten is toegenomen. “Ik heb het idee dat het totaal ontspoord is, dat het een epidemie aan het worden is”, zegt Eric van ’t Zelfde. “Het is een smerige drug, je bent er ontzettend snel aan verslaafd.” Hij koppelt de stijging van het aantal mensen dat op straat leeft, aan de stijging van het drugsgebruik. “Mensen zoeken een copingmechanisme. Vaak is dat eerst alcohol, daarna gaat men zwaarder spul blowen en vervolgens gaat men aan de harddrugs.”
Wat werkt beter?
Wat werkt nu beter: de harde Rotterdamse aanpak of mensen proberen te leiden naar zorg, zoals Amsterdam doet? De stadsdeelvoorzitter in Amsterdam is duidelijk: “Ik denk niet dat boetes of gebiedsverboden werken. Mensen gaan daardoor niet minder bedelen of drugs gebruiken. We moeten ervoor zorgen dat deze mensen hun gebruik onder controle krijgen of kunnen afkicken. In ieder geval wil je ze in een traject krijgen, misschien wel met dagbesteding of huisvesting. Terwijl ook het gebrek aan woningen natuurlijk problemen oplevert. De situatie is daardoor een veelkoppig monster.”
Dominee Martijn van Leerdam van de Pauluskerk gruwt van de manier waarop de Rotterdamse wethouder omgaat met dakloze en verslaafde mensen in zijn stad. “In de afgelopen 4 jaar hadden we een wethouder die vooral zijn spierballen wilde tonen. Maar ‘hard aanpakken’ en ‘we laten het niet over onze kant gaan’ klinkt misschien stoer – als je mensen geen perspectief biedt, moet je niet gek opkijken dat ze in de goot terechtkomen. Een dakloze heeft een dak boven zijn hoofd nodig, en als het even kan ook nog een beetje zorg en hulp daaromheen.”
Stadsdeelvoorzitter De Heer vult aan: “We horen ook van andere steden dat ze een toename zien. Soms zwerven mensen door heel Nederland. Als gemeenten moeten we daarom goed samenwerken. Want als wij hier extra zorg en bedden creëren, kan het ook zijn dat mensen hiernaartoe trekken.”
Bekijk hieronder de tv-uitzending van Pointer terug over crack: