3 juni 2020

Vrachtwagenchauffeur: “Je ligt in een hokje van twee bij twee boven het motorblok: soms wordt het zestig graden"

Bekijk meer artikelen over: Werk en geld Bekijk meer artikelen over: Werkdruk onder vrachtwagenchauffeurs

“Het is ongezond voor ons en ook gevaarlijk omdat we niet goed uitgerust zijn”, vertelt internationaal vrachtwagenchauffeur Aschwin Cannoo. Hij lobbyt al jaren voor het verplicht stellen van een stand-airco in vrachtwagens. Omdat vrachtwagenchauffeurs ook door warme landen rijden, is het niet alleen in de zomer, maar bijna de helft van het jaar heet. In de cabine is wel airco, maar die werkt alleen als de auto rijdt. Als chauffeurs ‘s nachts of overdag willen slapen, moet dat dus in een snikhete cabine. “Onacceptabel,” vindt Cannoo.

Aschwin Cannoo,naast chauffeur ook voorzitter van twee transportplatforms: “Je ligt in een hokje van twee bij twee boven het motorblok van negentig graden. In de cabine wordt het soms boven de zestig graden. Het raampje openzetten is geen optie, want dat is niet veilig. En de motor laten draaien levert nogal wat decibellen op en mijn baas ziet me aankomen. Als ik zoveel diesel verbrand, dat is ook niet milieuvriendelijk.” Het is niet alleen vervelend voor de chauffeur, maar ook gevaarlijk, zo vindt Cannoo: “Als je in die hitte slaapt, zal je concentratie aanzienlijk minder zijn tijdens je werkzaamheden.”

Deel jouw ervaring

Heb jij ook te maken met hitte op je werk? Werk je ook op een vrachtwagen of bijvoorbeeld in de keuken van een pannenkoekenrestaurant, waar de temperaturen oplopen? Of zijn jouw arbeidsomstandigheden op een andere manier onaangenaam? Laat het ons weten!

Een stand-kachel zit standaard in een vrachtwagencabine, maar een stand-airco niet.  Cannoo: “Veel diertransporten worden gekoeld vervoerd en dat is ook nodig, maar bij vrachtwagenchauffeurs is een gewone airco en een stand-airco een optie waar de werkgever over kan beslissen.” Slapen in een hotel is er ook niet bij. Cannoo: “De onkostenvergoeding voor een dag in het buitenland is minder dan vijftig euro waarvan drie maaltijden betaald moeten worden, waardoor een hotel geen optie meer is.” 

‘Te duur’

In de zomer van 2019 hield vakbond CNV een enquête onder vrachtwagenchauffeurs. Daaruit blijkt dat twintig procent van de chauffeurs een cabine heeft met een stand-airco. Van de chauffeurs zónder stand-airco heeft een grote groep (vier op de tien) dit aangekaart bij de werkgever. Concreet hebben zij gevraagd om een stand-airco. Daar werd volgens CNV, vrijwel zonder uitzondering negatief op gereageerd, met als vaakst gehoorde reacties: te duur, niet nodig, onzin, stel je niet aan, past niet in beleid, komt later wel. Sommige chauffeurs willen de stand-airco best (gedeeltelijk) zelf betalen of er overuren voor inleveren, maar zelfs dat wordt volgens de vakbond door werkgevers geweigerd. Een stand-airco kost ongeveer 3000 euro, waarvan de helft fiscaal aftrekbaar is. 

Een chauffeur laat in de enquête aan CNV weten: “Geen goede nachtrust en de volgende dag nog slaperig en moe. Je krijgt een boete als je een hond in een snikhete auto achterlaat, maar de werkgever laat z’n personeel rustig in de vrachtwagen overnachten.”

Europese regelgeving

Aschwin Cannoo maakt zich daarom hard om in heel Europa de stand-airco op vrachtwagens wettelijk verplicht te krijgen. Hij klopte al aan bij Veilig Verkeer Nederland, bij de Tweede Kamer en bij het Europees parlement, maar hij ving vooralsnog bot. Cannoo: “In Spanje en Italië is er al zo’n wet, maar die geldt alleen voor vrachtwagens uit die landen. Ze kunnen wagens zonder stand-airco uit andere lidstaten nooit de toegang tot het land weigeren. Het heeft dus alleen zin als alle landen dit samen doen.” 

CNV probeert een verplichte stand-airco ook mee te nemen in de cao-onderhandelingen met de werkgevers, maar dat zet volgens Cannoo geen zoden aan de dijk. “Beroepschauffeurs die in Nederland en in andere lidstaten rijden, komen over het algemeen niet uit het land waarin ze rijden. Daarom zal het maar weinig invloed op de verkeersveiligheid in Europa hebben als maar één lidstaat het opneemt in de cao.”

Auteurs

J.M.

Judith Meulendijks

Redacteur