23 mei 2020

Waarom jouw Dopper niet van gerecycled plastic is

Geel, rood, blauw, groen… Onze redactie staat vol fleurige flessen. Deze hervulbare Doppers moeten ervoor zorgen dat er minder waterflesjes na eenmalig gebruik in de oceaan belanden. Een product met zo’n milieumissie is vast van gerecycled plastic gemaakt? “Zo simpel is dat niet.”

Voor ons onderzoek naar Plasticrecycling in coronatijd zoeken we producenten die gerecycled plastic gebruiken. Recyclers melden ons namelijk dat ze moeite hebben om hun plastic recyclaat aan de man te brengen. Dat komt doordat er minder geproduceerd wordt vanwege de coronacrisis, zeggen ze, maar ook omdat er zoveel concurrentie is van nieuw plastic, en nieuw plastic meestal makkelijker in geur, kleur en model te krijgen is dan gerecycled plastic.

“Zo simpel is het niet”
We proberen zelf eens wat recyclaat te verkopen, en bellen een rondje langs producenten waarvan wij verwachten dat ze hun producten van gerecycled plastic maken. Nummer één op ons lijstje is de Dopper. Een merk met zo’n milieumissie zal toch zeker recyclaat gebruiken?

Maar helaas, zo simpel is dat niet, legt Niels Heijman, product development manager bij Dopper ons uit. “We zitten met voedselveiligheidseisen. Het recycleproces moet in een gesloten cirkel gebeuren, waarbij je zeker weet dat er alleen voedselverpakkingen in het proces terechtkomen. En de Europese voedselveiligheidsorganisatie EFSA moet dat proces goedkeuren.” Het moet binnen een closed loop gerecycled worden, legt Heijman uit. Dus je moet helemaal kunnen volgen wat er met het plastic gebeurd is. En dat is bijna niet te doen. Heijman: “Huishoudelijk afval komt bijvoorbeeld met vanalles in aanraking. Dan raakt het plastic vervuild en kunnen wij het niet meer gebruiken. Coca Cola lukt dat bijvoorbeeld wel, omdat zij zeker weten dat er niks anders met hun statiegeldflessen van PET gebeurt.”

Nu kun je je Dopper van twee meter hoog laten vallen
Dopper heeft wel geprobeerd om gerecycled plastic uit fabrieken te gebruiken. Heijman: “Dat is plastic uit een productieproces. Wat verder nergens anders is geweest.” Maar daarmee liepen ze tegen andere nadelen aan: “De valsterkte werd minder. Nu kun je je Dopper van twee meter hoogte laten vallen of ermee gooien, en blijft hij heel. Dan zou hij nog maar van 80 of 100 centimeter kunnen vallen.” Ook de geur bleek een probleem. Heijman: ”Het kreeg een hele penetrante kunststofgeur.” En ze kunnen hun herkenbare kleurtjes er niet aan geven. “Maar dat zouden we kunnen oplossen met een speciale grijze recyclevariant.”

Dopper kiest ervoor om te wachten tot de chemische recycling van polypropyleen, de plasticsoort waarvan zij hun flessen maken, beschikbaar is. Bij chemische recycling worden de polymeren gedeeltelijk of geheel tot de oorspronkelijke bouwstenen afgebroken. Die polymeren hebben dezelfde kwaliteit (zuiverheid) als die van de oorspronkelijke kunststof, en er kunnen hoogwaardige kunststoffen mee worden gemaakt met meer toepassingen dan met mechanisch recyclaat, waarbij het plastic alleen wordt gereinigd, vermalen en bewerkt. “Dat duurt nog een jaar of twee”, denkt Heijman. “Dan kunnen we gewoon van huishoudelijk afval Doppers maken, want bij chemische recycling hoef je je geen zorgen te maken over voedselveiligheid.”

De tussenfase met mechanisch gerecycled plastic slaat Dopper dus over. “Er zijn zat toepassingen waarin het nu wel al gebruikt kan worden: als het geen voedselverpakking is en er geen zware constructieve belemmeringen zijn.” Voorbeelden die hij noemt zijn prullenbakken, elektronica en lampen, maar ook wasmiddel- en shampooflessen.

“Het gaat ons echt niet om de prijs”
En Dopper kunnen we er dus aan houden dat ze hun flessen van gerecycled plastic gaan maken, zodra de chemische recycling beschikbaar is? Heijman: “Ja, het gaat ons echt niet om de prijs. We hebben ook een onderzoekstraject lopen naar het gebruik van biobased polypropyleen. Dat is ook 1,2 tot 1,5 keer zoveel aan materiaalkosten als bij fossiel plastic. Bij chemisch gerecycled materiaal is het waarschijnlijk nog hoger, maar dat vinden we het waard.”