Bij vier op de tien GGZ-aanbieders bepaalt de zorgverzekering hoe lang je moet wachten, blijkt uit een analyse van Pointer (KRO-NCRV) van 397 GGZ-aanbieders. Bij bijna een kwart ging de deur deze zomer zelfs helemaal dicht voor bepaalde verzekeraars, terwijl anderen er wél terechtkonden. “Mijn leven is tot stilstand gekomen.”
Zorgverzekeraars spreken met GGZ-instellingen vaak een maximumbedrag per jaar af dat ze mogen declareren: het omzetplafond. Is dat budget op, dan neemt de instelling geen nieuwe patiënten van die verzekeraar meer aan, terwijl patiënten van een andere verzekeraar nog wél behandeld worden.
Pointer monitorde van begin mei tot eind augustus 397 GGZ-aanbieders op zulke behandelstops. Bij 98 aanbieders - bijna een kwart - ging in die periode de deur dicht voor minstens één zorgverzekeraar, terwijl cliënten met een andere polis gewoon behandeld werden. Zulke verschillen spelen vooral bij kleine en middelgrote GGZ-instellingen.
'Er is wel capaciteit, maar niet voor mij'
Wie het treft, hangt sterk af van de polis en of er in de regio voldoende alternatieven zijn. In de nieuwe video van Pointer volgt presentator Jos de Groot de zoektocht van Sietske, die door een omzetplafond 9 maanden moet wachten tot ze kan beginnen met behandeling van een verlammende sociale angst. Het budget bij Zilveren Kruis is op, terwijl haar zorgaanbieder nog wél klanten van kleinere zorgverzekeraars behandelt. “Mijn leven is volledig tot stilstand gekomen, terwijl ik juist zo graag verder wil. Dat doet echt enorm veel met je.”
Klanten van grotere verzekeraars kregen deze zomer vaker behandelstops te maken dan kleinere zorgverzekeraars, die vaak minder of helemaal niet met omzetplafonds werken. Eind augustus hadden 80 GGZ-instellingen een stop voor Achmea (Zilveren Kruis), VGZ, CZ of Menzis. In meer dan de helft van de gevallen konden klanten van DSW - een relatief kleine verzekeraar - er wel terecht. Dit wijst er ook op dat zulke stops niet het gevolg zijn van gebrek aan personeel.
"We hebben in Nederland solidair zorgstelsel, zorgverzekeraars moeten iedereen aannemen, ongeacht hoe oud of ziek ze zijn", zegt Martin Buijsen, hoogleraar gezondheidsrecht aan de Erasmus Universiteit. Hij noemt het daarom frappant dat de omzetplafonds en patiëntenstops vooral het product zijn van de grote concerns: "Die lijken eerder bereid hun marktmacht te gebruiken ten koste van een kwetsbare groep dan de kleinere verzekeraars."
Tweede Kamer: stel verbod in
"Ik vind het niet erg om nee te verkopen, als ik zeker weet dat mensen ergens anders terechtkunnen. Maar ik weet dat je voor autisme hier in de regio 9 maanden moet wachten", zegt klinisch psycholoog Tineke Mikkers-van der Veer tegen Pointer. Ze geldt als een autoriteit op gebied van autismespectrumstoornissen (ASS). “Het is schrijnend dat je mensen op een wachtlijst moet plaatsen, terwijl we de behandelaren hebben klaarstaan."
Als zorgverzekeraar weet je, door met omzetplafonds te werken, dat je die klanten langzaam wegjaagt
Vorig jaar stemde een Kamermeerderheid voor een motie die het kabinet vraagt omzetplafonds in de GGZ te verbieden. Omzetplafonds zijn nuttig voor verzekeraars om grip te houden op de stijgende zorgkosten, maar ze zijn ook controversieel — zeker in de GGZ, waar de wachttijden voor de meeste diagnoses veel langer zijn dan eigenlijk mag. Met grote gevolgen voor de patiënten die wachten op behandeling.
Het ministerie van Volksgezondheid wil de effecten eerst laten onderzoeken. De grote verzekeraars zeggen tegen Pointer dat ze de plafonds juist gebruiken om financieel ruimte te maken voor de meest complexe patiënten, die nu het langst wachten. Kleine instellingen beschikken vaak niet over de expertise die grotere instellingen wel hebben om deze patiënten op te vangen, met name in crisissituaties. Aanbieders die tegen hun plafond aan lopen, kunnen tussentijds een ophoging aanvragen. Klanten die ermee te maken krijgen, kunnen een aanbod krijgen voor zorgbemiddeling naar een aanbieder met een kortere wachtlijst.
'Wegjagen van verlieslatende klanten'
DSW werkte tot nu toe nauwelijks met omzetplafonds, maar gaat dat volgend jaar wel doen bij een groter aantal aanbieders. "Ik vind het een draconische maatregel, maar we staan met onze rug tegen de muur", stelt bestuursvoorzitter Aad de Groot. "We geven jaarlijks 24 miljoen euro meer uit aan GGZ-patiënten dan we op basis van ons marktaandeel zouden moeten doen." Volgens De Groot is dat geen toeval: verzekeraars krijgen te weinig compensatie voor klanten die veel zorg nodig hebben en draaien op deze groep verlies. DSW zag de afgelopen jaren een “enorme instroom van mensen die GGZ gebruiken”.
De topman vindt dat andere zorgverzekeraars het systeem bespelen: "Als zorgverzekeraar weet je, door met omzetplafonds te werken, dat je die klanten langzaam wegjaagt. Je stuurt ze naar verzekeraars die niet met die plafonds werken. Dan doe je naar mijn mening indirect aan risicoselectie: liever niet deze patiënten, want dat kost me geld."
Lees hier de uitgebreide reacties van Zilveren Kruis (Achmea), VGZ, CZ, Menzis
Volgens Zilveren Kruis (Achmea) klopt de informatie op de wachttijdpagina’s van sommige aanbieders niet en zouden er toch verzekerden van Zilveren Kruis worden aangenomen. Die informatievoorziening wordt verbeterd. Zorg wordt ingekocht op basis van het aantal verzekerden in een regio, het aantal aanbieders, de geleverde zorg, de doelmatigheid (kostenefficiëntie) van de aanbieder en de lengte van de wachtlijsten. “Als we een plafond afspreken en dat blijkt in de loop van het jaar niet voldoende, moet de zorgaanbieder dit bij ons melden. Dan beoordelen we of er andere aanbieders zijn of dat we extra zorg moeten inkopen.”
VGZ geeft aan dat omzetplafonds een manier zijn om afspraken te maken over kosten, volume en verdeling van zorg, zodat deze zo eerlijk mogelijk over doelgroepen en regio’s worden verdeeld. “We begrijpen dat deze afspraken vragen kunnen oproepen bij verzekerden en gevolgen kunnen hebben voor zorgaanbieders. Daarom bieden we mogelijkheden voor het verhogen van een budget. Daarnaast zijn we voortdurend in gesprek met brancheorganisaties over verbeteringen in de GGZ. We zijn bereid om dit onderwerp ook te bespreken.”
CZ en Menzis benadrukken beiden dat niet iedere zorgaanbieder dezelfde patiëntengroepen behandelt. Vooral voor mensen met complexe problematiek zijn de wachttijden lang, omdat instellingen zware aandoeningen uitsluiten. CZ zegt: “Solidariteit betekent ook dat deze groep kan blijven rekenen op passende zorg. We moeten zorgvuldig omgaan met de beperkte capaciteit die beschikbaar is. Ook omzetplafonds kunnen een instrument zijn om de beschikbare capaciteit verantwoord te verdelen.”
Menzis voegt toe: “Op die manier kan de beschikbare zorgcapaciteit beter worden ingezet voor de patiënten die deze het hardst nodig hebben, en kunnen de wachttijden voor de meest complexe patiëntengroepen worden teruggedrongen.”
Menzis zegt de kritiek van DSW op de contractering te begrijpen. Ruim contracteren van GGZ leidt ertoe dat andere zorgverzekeraars juist minder doen. “Dit leidt tot een verschraling van de keuzevrijheid voor verzekerden en ondermijnt de solidariteit die essentieel is voor een goed functionerend zorgstelsel.”