Russische veteranen en huurlingen bewaken de schaduwvloot; olieschepen die Westerse sancties vermijden en Moskou’s oorlogsmachine draaiende houden. In een internationaal undercoveronderzoek, waar Pointer onderdeel van is, komen deze Russische beveiligers voor het eerst aan het woord. “We bewaken de bemanning, en zorgen ervoor dat de kapitein zich gedraagt zoals het hoort.”
Het is vlak voor middernacht op 18 december 2025 als Oekraïense drones over de Middellandse Zee scheren. In hun vizier: de Qendil, een 19 jaar oude olietanker onder de vlag van Oman die onderdeel uitmaakt van de zogenaamde Russische schaduwvloot. Drie maanden eerder was het bijna 250 meter lange schip vertrokken vanuit Oest-Loega, nabij de Estse grens, en voer het via de Noordzee door Nederlandse wateren, naar Sikka, India om daar Russische olie af te leveren.
Het schip is nu leeg en weer op de terugweg naar Rusland, als ten zuidwesten van Kreta opeens de eerste explosie inslaat op het dek van het schip. De Oekraïense drones hebben de Qendil gevonden en bestoken het met nog eens 17 brandende projectielen die de pijpleidingen van de tanker laten ontploffen. Enorme vuurballen stijgen op van het dek.
Yuri (echte naam bij de redactie bekend), een Rus die 2 dagen eerder bij het Suezkanaal in Egypte aan boord van de Qendil is gestapt, maakt de aanval van dichtbij mee. Hij is een van de beveiligers aan boord. Maar mogelijkheden om drones tegen te houden heeft hij niet. Dat is ook niet zijn taak. Hij heeft juist de opdracht om de bemanning en kapitein in de gaten te houden. “Net toen we op pad waren, begonnen die aanvallen. Aanvallen door die schurken”, zegt hij.
Nikita (eveneens een pseudoniem), een andere Russische beveiliger, heeft van de aanval gehoord. “Baba Yaga” noemt hij de drones. Vernoemd naar een gevreesde heks uit Russische folklore die kinderen opeet. “Ze vielen een tanker aan met een Baba Yaga, lieten 18 brandbommen op het dek vallen, waardoor de pijpleidingen en het dek in brand vlogen. Maar er brak geen grote brand uit. De Indiase bemanning was gewoon doodsbang. Maar de jongens hebben de hele nacht de bemanning beschermd en hen zelfs in de gang ondergebracht. Er was veel lawaai.”
Hierboven: video van de Oekraïense droneaanval.
Russische staatsoperatie
Een internationaal onderzoek onder leiding van Follow the Money en Dossier Center (opgericht door de Russische oppositieactivist Mikhail Khodorkovsky) laat zien dat Rusland voormalige militairen en huurlingen - zoals Yuri en Nikita - inzet op haar schaduwvloot. De beveiligers hebben als taak de bemanning en kapitein onder de duim te houden, zodat ze niet meewerken aan verzoeken van NAVO-landen, en incidenten te rapporteren aan het Kremlin.
De situatie op de Qendil staat niet op zichzelf. Het schip is onderdeel van een georganiseerde Russische staatsoperatie die zich dagelijks afspeelt in onder meer de Nederlandse zee. Honderden olietankers die van Rusland via de Oost- en Noordzee naar India varen om internationale sancties te omzeilen. Ze vormen de motor van Moskou’s oorlogsmachine en er wordt nauwelijks door Europa tegen opgetreden.
Ex-militairen en huurlingen
Het onderzoeksteam, waar ook Pointer onderdeel van uit maakt, telde in totaal 83 van zulke beveiligers op 65 schaduwvloottankers in de periode januari 2023 tot april 2026. Het team kwam de mannen op het spoor dankzij gelekte bemanningslijsten van meer dan 700 schepen van de Russische schaduwvloot. De Russische beveiligers zijn vaak duo’s, die bij vertrek van een haven onderaan de bemanningslijst worden aangegeven als ‘technicus’, ‘extra’ of ‘beveiliging’. Waarom de ene tanker wel, en de andere niet, beveiligers aan boord heeft, weten we niet.
De beveiligers zijn echter geen gewone bewakers. Negentien van hen dienden eerder in het Russische leger. Eenentwintig zijn huurlingen, van wie zestien vochten voor de beruchte Wagner Groep in Syrië of Oekraïne. Vijf hadden banden met de militaire inlichtingendienst GRU of de veiligheidsdienst FSB. Anderen zijn verbonden aan de Russische paramilitaire Moran Security Group die in april door de EU op een sanctielijst werd geplaatst, en aan het eveneens gesanctioneerde PMC Redut, een Russisch particulier militair bedrijf dat opereert onder het bevel van het Russische ministerie van Defensie.
Het onderzoeksteam van Dossier Center sprak undercover met vier van de beveiligers, door zich voor te doen als medewerkers van een Russisch oliebedrijf dat beveiliging zocht voor zijn tankers. De beveiligers gaven tijdens de videogesprekken die volgden gedetailleerde beschrijvingen van hun werkwijze.
Confrontaties bij Estland
De inzet van Russische beveiligers begint in het voorjaar van 2025, na twee confrontaties in de Oostzee die Moskou tot actie dwingen.
Op 11 april 2025 hield de Estse marine de Kiwala aan: een gesanctioneerde schaduwvloottanker zonder geldige vlag. De Chinese kapitein en internationale bemanning werkten mee aan de inspectie, waardoor het schip wekenlang aan de ketting lag.
Iets minder dan een maand later greep de marine van Estland opnieuw in. Ditmaal wilde het de Jaguar aanhouden, een 21 jaar oude schaduwvloottanker die enkele dagen eerder door het VK op de sanctielijst was geplaatst. Net als de Kiwala voer de olietanker zonder een geldige vlag in internationale wateren. Dit keer weigerde de kapitein echter te stoppen. Waarna Rusland een SU-35-gevechtsvliegtuig het Estse luchtruim in stuurde om het schip te beschermen.
Beide confrontaties waren voor Rusland aanleiding om beveiligers in te zetten, zegt Yuri, die volgens zijn cv werkt bij de Moran Security Group. “In het ene geval reageerde de kapitein correct en gaf niet toe aan de provocaties”, zegt hij verwijzend naar de Jaguar. “In het andere geval verkeerd.”
“Om dit soort verkeerde handelingen te voorkomen was één van de taken: observeren en voorkomen dat het schip van koers afwijkt”, vertelt Yuri verder. “En uiteraard tweemaal daags rapportage: positie, toestand, snelheid, koers, enzovoort.”
De bemanning bewaken
De Russische conclusie lijkt helder: een kapitein van niet-Russische nationaliteit is een kwetsbare schakel. Zeker als hij continu verzoeken krijgt van Estse, Deense of Zweedse autoriteiten om het schip aan te leggen voor inspecties. De oplossing: een Russische veteraan naast hem op de brug, om hem in de gaten te houden.
“Er waren voortdurend, vooral bij de Europese landen en bij het Kanaal, pogingen het schip tegen te houden. Eindeloze verzoeken”, vertelt Nikita, die de afgelopen 8 jaar in Syrië werkte bij een particuliere militaire onderneming. “Dat alles moet in de gaten worden gehouden, want een of andere assistent-kapitein zou er wel eens iets ongepasts kunnen uitflappen.”
“Mijn directe betrokkenheid bij deze zaken omvat het toezicht op de bemanning, de kapitein en de eerste stuurman”, vertelt Nikita aan de undercoververslaggever van Dossier Center. “Ik stelde vast wie er informatie doorspeelde, voor wie ze werkten en wat voor soort informatie er vanaf het schip naar de wal werd gestuurd.”
Yuri bevestigt dat. “Een van de taken die wij hebben, is de bewaking van de bemanning op het moment dat die in contact staat met, bijvoorbeeld, een Deense loods. Zodat de kapitein, over het algemeen Chinese staatsburgers, niets verkeerds zegt, niet het verkeerde pakket documenten laat zien, en zich kortom gedraagt zoals het hoort.”
‘We hebben allemaal een hekel aan ze’
De analyse van de bemanningslijsten van de schaduwvlootschepen laat zien dat het overgrote deel van de bemanning niet Russisch is. Van de meer dan 4000 bemanningsleden, komt 18,5 procent uit Rusland (inclusief de beveiligers). Een groot deel komt uit India (30 procent), Myanmar (17 procent), China (11,3 procent), Bangladesh (10,6 procent) en andere landen.
Een van hen, een bemanningslid aan boord van het schip Saraswati, vertelt dat er twee Russische beveiligers aan boord stapten toen het schip vorig jaar oktober langs Port Said in Egypte voer.
"We hebben allemaal een hekel aan ze”, vertelt het bemanningslid, die anoniem wil blijven. “Want het lijkt wel alsof ze op vakantie zijn en lekker aan het picknicken", zegt hij tegen collega’s van de Britse publicatie SourceMaterial. De Russische beveiligers aten "tien keer" zoveel als hun toegewezen portie, waardoor de voorraden opraakten, klaagt hij.
De beveiligers geven iedere ochtend om 8 uur de positie van het schip door, laat het bemanningslid verder weten. “Ze zijn verbonden aan de Russische federatie en rapporteren aan hun kantoor. Ze krijgen instructies over of we een haven in moeten gaan of niet.” Volgens het bemanningslid zetten de beveiligers – die vaak op de brug van het schip te vinden zijn - soms de kapitein onder druk om hun orders te volgen. Ook als dat tegen instructies van de werkgever van de kapitein in gaat. "De kapitein weigerde," zei hij over een situatie, "maar de Russische beveiligers belden het bedrijf van de kapitein."
Kapitein in de problemen
De druk die beveiligers op de kapiteins zetten blijft niet zonder gevolgen, zo bleek in oktober vorig jaar. Slechts 5 maanden nadat de Kiwala was vrijgelaten door de Estse autoriteiten, werd het schip – nu varend onder de naam Boracay – geënterd door de Franse marine. De Chinese kapitein van het schip, Chen Zhangjie, werd gearresteerd en uiteindelijk veroordeeld tot een jaar cel en 150.000 euro boete omdat hij weigerde de Franse bevelen op te volgen om zijn schip tot stilstand te brengen.
Tijdens de rechtszaak verklaarde de kapitein dat er twee Russische beveiligers aan boord waren, in dienst van Moran Security Group. Het Franse persbureau AFP meldt dat de twee verantwoordelijk waren voor het “toezicht houden op de bemanning en het verzamelen van inlichtingen”.
Hierboven: video van de Moran Security Group.
Schuldig aan spionage
In eerdere berichtgeving over geüniformeerde Russen aan boord van schaduwvlootschepen wordt gezegd dat de beveiligers worden ingezet voor spionage. Het Deense bedrijf DanPilot, de loodsdienst van de Deense staat, schreef in een interne e-mail in augustus 2025 dat er steeds vaker extra Russen aan boord van de schepen zijn, aldus Danwatch. “Ze dragen militaire uniforms en zijn bijzonder actief met het nemen van foto’s, onder andere van mensen op de brug”, aldus de mail.
CNN berichtte eind vorig jaar op basis van inlichtingenbronnen dat Russisch personeel met banden met het leger en veiligheidsdiensten van het land spioneren in Europese wateren, terwijl ze aan boord waren van schaduwvlootschepen.
In een persbericht van januari gaan de Nederlandse ministeries van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) en Justitie en Veiligheid nog een stap verder. De ministeries schrijven dat de schaduwvlootschepen “vermoedelijk ook betrokken zijn bij spionage door de Russische staat” en het in kaart brengen van vitale infrastructuur zoals data- en elektriciteitskabels op de Noordzeebodem.
Bewijs daarvoor delen de ministeries niet vanwege “het belang van de nationale veiligheid”. Wel gaat het volgens een woordvoerder om “concrete gevallen die zich in de praktijk hebben voorgedaan”.
‘We willen harder ingrijpen’
In ons onderzoek en de interviews met de beveiligers komen we geen bewijs voor spionage of sabotage tegen. Het vermoeden is voor beide ministeries echter sterk genoeg om “met spoed” een wetswijziging uit te werken, lieten de ministers eind januari weten. Met de wetswijziging moet het mogelijk worden om schaduwvlootschepen onder valse vlag systematisch te inspecteren, te escorteren naar een ankerplaats en in het uiterste geval in beslag te nemen.
“Met deze stappen willen we in de toekomst harder ingrijpen als dit soort schepen door het Nederlandse deel van de Noordzee varen”, zei minister Robert Tieman (BBB). Maar het zal nog wel even duren voor het zover is. De spoedwetgeving zal voor het zomerreces naar de Raad van State gaan, en pas na het zomerreces aan de Tweede Kamer worden voorgelegd, laat het ministerie van IenW weten. Daarna moet de Eerste Kamer het voorstel nog beoordelen en erover stemmen.
Hierboven: Eind januari enteren Franse militairen het schaduwvlootschip Grinch.
Europese aanpak
Andere landen gingen Nederland al voor. Eind januari lieten Franse militairen zich op de Middellandse Zee uit een helikopter op het dek van de Grinch zakken, een 22 jaar oude olietanker met valse vlag die olie vervoert voor Rusland. De kapitein van het schip werd opgepakt en de tanker aan de ketting gelegd. In maart nam België in samenwerking met Frankrijk de Ethera in beslag. En in diezelfde maand enterde Zweden nog een schaduwvlootschip. Begin juni greep Frankrijk opnieuw in. Ditmaal hield het de Tagor aan en arresteerde met behulp van het Verenigd Koninkrijk de Russische kapitein van het schip, omdat hij weigerde bevelen op te volgen.
Europa stelt zich dus steeds actiever op bij de aanpak van de Russische schaduwvloot. Maar honderden tankers met Russische olie varen nog steeds ongemoeid rond. Eén reden is dat Europese inlichtingendiensten ervan uitgaan dat de Russische huurlingen aan boord gewapend zijn, laten verschillende bronnen weten.
“Dat is een groot risico. En ook de reden waarom onze mensen die aan boord gaan, getraind en bewapend zijn voor het geval er gewapende personen aan boord zijn. Maar zodra we weten dat er gewapende personen aan boord zijn, zullen we afzien van het enteren van het schip. We willen een gewapend conflict immers blijven vermijden”, vertelt een inlichtingenmedewerker die anoniem wil blijven. “We weten ook dat er vaak voormalige Wagner-medewerkers aan boord van de schepen zijn. Maar we weten niet op welke schepen ze precies wel of niet aanwezig zijn. Ze gebruiken ook vaak valse namen.”
‘Wapens? Voor welk doel?’
De Nederlandse Kustwacht zegt geen informatie te hebben over eventueel gewapende beveiligers op de schaduwvloot. De ministeries van IenW en Defensie willen er niks over zeggen om “redenen van nationale veiligheid”. Een bron binnen het Duitse ministerie van Defensie zegt dat het in sommige gevallen over “visuele inlichtingen” beschikt “die erop wijzen dat beveiligers gewapend zijn”. “Maar we kunnen dit niet van elke beveiliger zeggen”.
De Russische beveiligers die wij undercover spreken zeggen zelf dat ze ongewapend zijn. “Er zijn geen wapens aan boord”, zegt Nikita in het online interview. “Wapens? Voor welk doel zijn de wapens bedoeld?”, reageert Yuri. “Ik bedoel, het maakt niet uit welk handvuurwapen dan ook, het is onwaarschijnlijk dat het iemand uit een noodsituatie kan redden. Dat betekent dat er voor de bemanning geen reden is om ze te gebruiken. En wat externe factoren betreft: nou, het zal je zeker niet redden van drones of oorlogsschepen...”, zegt hij. “Je kunt ze natuurlijk gebruiken om een signaal af te geven, maar ik heb daar mijn twijfels over.”
En ook het bemanningslid op de Saraswati geeft aan dat de Russische beveiligers geen wapens dragen. “Ze rapporteren alleen aan hun kantoor via mobiele telefoon”, zegt hij.
Einde oefening?
Volgens de data uit ons onderzoek zijn de Russische beveiligers tot eind december 2025 aan boord van de schaduwvlootschepen. Daarna daalt hun inzet snel. Mogelijk heeft dat te maken met de Oekraïense aanslag op de Qendil, die aan het begin van dit artikel werd beschreven. Vanaf februari vinden we de huurlingen nauwelijks meer op de bemanningslijsten terug. Of dat betekent dat ze er niet meer zijn, of alleen dat ze niet meer op de lijsten worden genoteerd, weten we niet.
Wel is duidelijk dat Oekraïne sindsdien de druk op Rusland opvoert met drone-aanslagen. In maart werd een Russische LNG-tanker opgeblazen en een olietanker aangevallen, in mei viel Oekraïne op verschillende momenten meerdere olietankers aan. Ook heeft Oekraïne haar vizier gericht op Russische olieterminals. In mei viel het land 16 keer Russische raffinaderijen met drones aan om zich te verdedigen tegen de Russische agressie.
Yuri denkt dat de aanslagen ervoor hebben gezorgd dat Rusland minder beveiligers inzet. “Het is zeer waarschijnlijk dat onze operatie, vanwege de algemene politieke situatie, is teruggeschroefd”, zegt hij. “Met andere woorden: iedereen die aan die missies deelnam, heeft inmiddels zijn eindbestemming bereikt. Het maakt niet uit in welke richting zij onderweg waren; het personeel is teruggetrokken. En deze operatie ligt voorlopig stil.” Maar voor hoe lang, is onduidelijk.
De volgende stap van Moskou
Rusland lijkt momenteel een nieuwe strategie te hanteren om de schaduwvloot te beschermen. De inzet van oorlogsschepen bijvoorbeeld om vracht- en olieschepen te begeleiden. Russische oorlogsschepen varen steeds vaker door de Noordzee en het Kanaal. Dat merkt de Nederlandse Koninklijke Marine ook. In 2024 begeleidde de marine nog twintig Russische vaartuigen naar internationale wateren. In 2025 waren dat er al 61.
Tegelijk nemen schaduwvlootschepen vaker routes om het Verenigd Koninkrijk heen, om het Kanaal en Franse wateren te vermijden, zodat de kans op aanhoudingen kleiner is.
Het ministerie van Defensie wil geen uitspraken doen over de aanpak van de schaduwvloot en welke instanties daarin een rol hebben. Wel zegt het “de signalen rond de schaduwvloot serieus te nemen” en zich in te zetten om “de risico’s daarvan aan te pakken”. “Onder meer via sancties, monitoring en samenwerking met partners rond de Noordzee.”
Ondertussen past Poetin zijn strategie aan om zijn olieroute te beschermen. “Dit zal de bevoorrading niet verstoren”, zei de Russische president eind december al toen hij van de aanval op de Qendil hoorde. “Dit zal niet het resultaat opleveren waarop zij (het Oekraïense leger, red.) hopen. Het vormt alleen een extra dreiging. En Rusland zal daar zeker op reageren.”
Dit onderzoek maakt deel uit van het internationale project ‘The Shadow Fleet Mercenaries’ en kwam tot stand onder leiding van Follow the Money en The Dossier Center in samenwerking met Süddeutsche Zeitung, NDR, The Times, SourceMaterial, De Tijd, VRT, OCCRP, Danwatch, Expressen, Delfi, Helsingin Sanomat en Pointer.