Toenmalig demissionair minister van Sociale Zaken Mariëlle Paul stelde de bekendmaking dat een plan tegen uitbuiting van arbeidsmigranten van tafel ging, bewust wekenlang uit. Het is dus geen toeval dat dit vorig jaar één dag na de Tweede Kamerverkiezing werd aangekondigd. Dat blijkt uit stukken die Pointer opvroeg via een beroep op de Wet open overheid (Woo).
De timing van het niét afschaffen van de zogeheten inhoudingsmogelijkheid minimumloon maakte veel los. Paul verstuurde de bewuste Kamerbrief op 30 oktober, één dag na de Tweede Kamerverkiezingen. Onder andere haar voorganger Eddy van Hijum verweet de minister openlijk te zijn gezwicht voor lobby van de uitzendbranche. De NSC'er had juist hard aan afschaffing gewerkt, omdat de inhoudingsmogelijkheid volgens hem een verdienmodel in de hand werkte, over de rug van arbeidsmigranten.
Via de regeling kunnen uitzendbureaus in ruil voor huisvesting, een kwart van het minimumloon inhouden op het salaris van arbeidsmigranten. De inhoudingsmogelijkheid zou met ingang van dit jaar stapsgewijs afgebouwd worden, met vijf procent per jaar. Van Hijum stond op het punt zijn plannen voor te leggen aan de ministerraad, toen hij en alle andere NSC-bewindslieden in augustus vorig jaar opstapten. Door tussenkomst van de nieuwe minister, raakte 1 januari 2026 vervolgens uit beeld als startdatum voor het afbouwen. In de bekendmaking van de ommezwaai schreef het ministerie: "Het risico bestaat dat de afbouw van de inhouding op dit moment meer nadelen dan voordelen voor de arbeidsmigrant heeft."
Op de lange baan
In de Tweede Kamer pareerde Paul kritiek op haar timing door te verwijzen naar het verkiezingsreces, dat vorig jaar op 3 oktober startte: "Kabinetsleden worden geacht terughoudend te zijn met het versturen van een brief met een beleidswijziging als uw Kamer met (verkiezings-)reces is." Ze moest haar 'politieke weging' bovendien afstemmen met collega’s van Binnenlandse Zaken en Volkshuisvesting, en daar ging nu eenmaal tijd overheen.
Uit de Woo-stukken blijkt nu dat op ten minste 19 september – ruim voor de start van het reces dus – vorig jaar al duidelijk was dat de minister de plannen op de lange baan wilde schuiven. De Directie Bestuursondersteuning mailde toen intern het volgende rond: "De minister heeft de nota gelezen en geeft aan dit besluit aan te willen houden tot na de verkiezingen omdat het compromis in de oude verhoudingen is gesloten."
De minister had die week twee debatten op haar agenda staan waar het onderwerp ter sprake kon komen. Besloten werd dat Paul dan nog niet zelf met het nieuws kwam, maar voor het geval dat, bereidden ambtenaren wel een Q&A over de besluitvorming voor. "Het leek ons dan het beste om het eerlijke verhaal te vertellen; dat het stilgelegd is door de minister."
'Werkgevers zaten te glimmen'
Dat was ook de strekking van de aankondiging in de Regiegroep van de Stichting van de Arbeid – een vast overlegorgaan waarin het ministerie en sociale partners periodiek vertrouwelijk bijpraten over de arbeidsmarkt. "We hebben aangegeven dat de minister dit nu on hold heeft gezet en dat het dus aan het nieuwe kabinet is", mailt een ambtenaar een dag later aan collega's. "Werkgevers zaten te glimmen en vakbeweging was ‘niet blij’…"
Een week later stellen ambtenaren van Sociale Zaken hun collega’s bij de Arbeidsinspectie en het ministerie van Binnenlandse Zaken op de hoogte: "De passage landt waarschijnlijk in een andere brief. Die brief gaat zeer binnenkort uit."
Dat dat uiteindelijk pas daags na de verkiezingen gebeurt, weken later dus, lijkt volledig toe te schrijven te zijn aan Mariëlle Paul. Al eind september start men op het ministerie met de Kamerbrief. In de tweede week van oktober krijgt ze een conceptversie mee naar huis. Paul heeft geen haast met het accorderen daarvan. Op 20 oktober mailt een ambtenaar dat de demissionaire minister "heeft besloten om de brief pas na de verkiezingen te versturen. We komen er dan op terug".
In reactie op de nieuwe informatie hebben in elk geval PRO en CDA Kamervragen aangekondigd.