28 augustus 2021

Aantal wildaanrijdingen neemt toe: hoe gaan we daarmee om?

Bekijk meer artikelen over: Wonen en leefomgeving Bekijk meer artikelen over: Van wie is de natuur?

Het aantal wildaanrijdingen in Nederland neemt de laatste jaren toe. In Gelderland, de provincie met het grootste natuurgebied van Nederland, worden de meeste aanrijdingen geregistreerd. Vorig jaar werden hier 2145 dieren aangereden, tegenover 1780 in 2015. Boswachter Bart Smit, die actief is op de Veluwe, wijdt dit aan het toegenomen aantal dieren in het natuurgebied.

Als boswachter en faunabeheerder heeft Bart regelmatig piketdienst, hij wordt dan opgeroepen om een dier dat is aangereden op te ruimen, en als het nog leeft uit zijn lijden te verlossen: “Meestal gaan dieren op pad in de vroege ochtend of de avonduren en dan steken ze ook wegen over. Door de vele recreatie op de Veluwe zijn dieren actiever geworden in de schemering. Ze hebben de avonden ‘gekozen’ omdat het dan rustiger is in het bos en op de weg” legt Bart uit. Als we dieren zoals wilde zwijnen, reeën en herten willen hebben in Nederland, zegt hij, moeten we ook beseffen dat er aanrijdingen zullen zijn: “Het zal nooit 100 procent voorkomen worden, er zullen altijd aanrijdingen plaatsvinden.”

Gijs van Aardenne is voorzitter van Stichting Wildaanrijdingen Nederland. Deze stichting houdt voor een aantal provincies in Nederland bij hoeveel dieren worden aangereden, welke dieren dit zijn en om welke locaties het gaat. Die gegevens geven ze vervolgens door aan faunabeheereenheden en provincies. Van Aardenne vindt dat provincies, die het faunabeheer regelen, soms beter kunnen nadenken over de plekken waar ze dieren willen hebben: “We vinden het leuk om overal die wilde dieren te zien, dat is begrijpelijk, dat is ook leuk. Maar houd dan ook rekening met de gevolgen, het betekent namelijk dat we ook conflicten met die dieren zullen krijgen. En daar wordt erg weinig over nagedacht”. Ook is het volgens hem onhandig dat provincies nu op verschillende manieren aanrijdingen bijhouden. “Je moet landelijk een beeld hebben. Dan is het vervolgens aan de maatschappij om daar iets van te vinden.”

In ons onderzoek naar faunabeheer zien we dat verkeersveiligheid vaak door provincies als reden wordt opgevoerd om bepaalde dieren af te schieten. Overtuigend wetenschappelijk onderzoek dat aantoont dat een grotere populatie wild zorgt voor meer aanrijdingen is er nog niet. Maar Bart Smit, als hij kijkt naar de Veluwe, wijdt het aantal aanrijdingen aan het toegenomen aantal dieren in het natuurgebied. Hij vertelt dat hij na een stijging van het aantal wilde zwijnen op de Veluwe ook een hoger aantal aanrijdingen met zwijnen ziet. Dit beaamt Van Aardenne: “Als er meer dieren voorkomen, zien wij dat direct terug in het aantal aanrijdingen.”

Bart Smit vertelt dat ook het gedrag van dieren meespeelt bij het veroorzaken van ongelukken. Als dieren zich meer verplaatsen, is er meer kans dat ze de weg oversteken en daarbij worden aangereden: “Voedsel en rust zijn altijd sturend voor wild. Als die verstoord worden gaan dieren op zoek naar een andere plek”. De rust kan bijvoorbeeld verstoord worden door een boer die zijn mais gaat oogsten waardoor reeën een nieuwe schuilplaats moeten zoeken, of een loslopende hond die wilde dieren achterna gaat.

Het is nog best een zoektocht om te weten welke maatregelen het beste werken tegen wildaanrijdingen. Smit ziet het verlagen van de snelheid als een effectieve manier om wildaanrijdingen te voorkomen, mits er goed gehandhaafd wordt. Ook het plaatsen van wildrasters kan een uitkomst zijn, “maar met de ontsnippering van de Veluwe zijn rasters weggehaald. Nu vinden aanrijdingen meer plaats”. Ontsnippering is het verbinden van natuurgebieden door het wegnemen van knelpunten nabij infrastructuur. Een andere methode om wildaanrijdingen te voorkomen is het plaatsen van een wilddetectiesysteem. “Maar”, waarschuwt Smit: “Je moet wel oppassen dat het geen valse melding wordt. Dat een bord aangeeft dat er wild oversteekt, maar we zien niks. Op een gegeven moment worden mensen daar blind voor.”

De meest effectieve maatregel blijft dan ook het inperken van de populatie, volgens Van Aardenne en Smit. Beiden benadrukken dat het daarbij wel belangrijk is om het per situatie te bekijken. Smit legt uit dat je goed in kaart moet brengen waar de aanrijdingen plaatsvinden. Vervolgens kan je zowel dieren afschieten langs de randen van de weg als in de kern van de populatie. Maar hoe je precies beheert, hangt ook erg af van het gebied en waar de dieren precies zitten.

Hoewel aanrijdingen volgens Van Aardenne nooit helemaal voorkomen kunnen worden, kan je als bestuurder toch extra opletten: “Als je rijdt op een weg waar weleens een wild dier zou kunnen zitten, ga dan wat langzamer rijden, vooral in de schemer en ’s nachts. Een geoefend bestuurder let zelfs op glimmende oogjes in de berm.” En als er dan tóch een dier de weg op schiet, probeer dan niet uit te wijken. Blijf rechtdoor rijden en probeer af te remmen. Zo voorkom je dat je tegen een boom of tegenligger aanrijdt.

Wil je op de hoogte blijven van dit onderzoek?

Elke week sturen we je onderzoeksverhalen, tips van de redactie, en verhalen die je nog van ons kan verwachten.

Auteurs

E.S.

Evelien Schreurs

Redacteur