Boeren die land pachten moeten recordbedragen betalen om die te blijven gebruiken. De bedoeling was dat de markt flexibeler zou worden, als eigenaren van agrarische grond kortlopende contracten konden afsluiten voor een paar jaar. Maar in het gevecht om de schaarse en dure grond, vrezen vooral biologische boeren buiten de boot te vallen, omdat zij zich minder richten op korte termijn opbrengsten. “Ik kijk niet 6 jaar vooruit, wel 30 jaar.”
Dat er verontwaardiging zou volgen na zijn bericht op social media had biologische boer Fernand de Willigen wel verwacht. Hij zegt bang te zijn 60 van zijn koeien en kalfjes te moeten verkopen of naar de slacht te brengen, als hij zijn land in de Zuid-Hollandse Boterhuispolder niet langer meer kan pachten: “Een boer zonder land kan geen boer meer zijn.” Hij kreeg duizenden reacties op zijn post, waaronder via sociale media, maar ook van politici en lokale media.
Omdat de termijn van De Willigens pacht (grond in betaalde bruikleen) afliep, begon de gemeente Teylingen als eigenaar - de verpachter dus - een aanbestedingsprocedure. De Willigen zou dan wel in zijn boerderij mogen blijven wonen, zijn grond dreigde hij kwijt te raken. En zou een volgende boer ook zoveel moeite steken in het behouden van dat oud-Hollandse Lakenvelder koeienras? Tien jaar lang werkte hij om de natuurwaarde van zijn weilanden te verbeteren, met succes. Het aantal weidevogels is er gestegen, zo worden er tegen de landelijke trend in nu gemiddeld meer Grutto’s geteld dan elders.
Wint de hoogste bieder of de bioboer?
Agrarische grond is in geen EU-land duurder dan in Nederland. Dat komt door de schaarste, maar ook omdat boeren vanwege strengere mestregels steeds vaker extra grond zoeken om hun mest kwijt te raken. Sinds de invoering van het Pachtprijzenbesluit in 2007 is maar liefst 90 procent van de pachtcontracten kortlopend, ook dat drijft de prijs op.
Het was de bedoeling om met flexibele termijnen de markt transparanter te maken en verpachters kunnen mogelijk voorrang geven aan duurzame investeringen. Maar ze kunnen ook voor de hoogste bieder kiezen. En een boer die niet genoeg verdient met boeren, kan een deel van zijn land weer door-verpachten, bijvoorbeeld aan boeren die hun mestoverschot niet kwijt kunnen op hun eigen grond.
Blijft biologische grond wel biologische grond?
Directeur Laurens Nuijten van Biohuis hoort dat veel collega’s onder druk komen te staan en vreest dat ze moeten stoppen. Zijn organisatie vertegenwoordigt 60 procent van de biologische boeren in Nederland. “Ook reguliere boerenbedrijven laten hun oog vallen op stukken land die om de paar jaar vrijkomen, het is dus maar de vraag of dat de duurzaamheid ten goede komt.”
Bio-boeren, pacht-experts en politici pleiten voor een pachtstelsel dat terugkeert naar afspraken voor de lange termijn. Op die manier moet er een einde komen aan het speculeren met agrarische grond. Nu is het voor een boer vaak financieel aantrekkelijker om een deel van het land te verpachten aan een collega die er niét iets biologisch mee doet. Verpachten aan bloembollenkwekers bijvoorbeeld, die ook flink gebruik maken van bestrijdingsmiddelen, waarschuwt een andere biologische boer die Pointer spreekt.
Nieuwe pachtwet
De politiek ziet inmiddels ook wat de gevolgen zijn van het flexibeler maken van de pachtmarkt. GroenLinks en de VVD sloegen zelfs al in 2023 de handen ineen en dienden een initiatiefwet in om langlopende pacht de standaard te maken. Ook BBB-staatssecretaris Rummenie van Landbouw erkent dat er iets moet veranderen. Eind 2025 zegt hij een voorstel in te willen dienen voor een nieuwe pachtwet, die de schommelingen in de prijzen tegen zou moeten gaan.
De gemeente Teylingen heeft besloten een nieuwe aanbestedingsprocedure te beginnen in de Boterhuispolder, waar Fernand de Willigen ook aan mee mag doen. Die heeft dus nog geen zekerheid, bovendien zijn er ook andere biologische boeren die mee willen dingen. “In de gemeenteraad stellen ze nu ook vragen bij deze procedure. De politiek ziet ook in dat het huidige systeem niet werkt en dat er iets moet gebeuren, het liefst met een nieuwe wet. Ik kijk niet 6 jaar vooruit, maar wel 30 jaar."