Mannen zijn niet altijd de dader, maar regelmatig ook juist het slachtoffer van huiselijk geweld. We moeten hier dus anders naar kijken, vinden de voorzitter van de landelijke stuurgroep mannenmishandeling Jeroen Traas en onderzoeker Vivienne de Vogel. De Vogel: “Geweld door vrouwen is vaak minder zichtbaar” en "anders van aard.”
Als maatschappij vinden we het maar moeilijk om te erkennen dat vrouwen ook pleger kunnen zijn van huiselijk geweld, ziet De Vogel. Ze verdiepte zich als onderzoeker bij De Forensische Zorgspecialisten en als schrijver van het boek Geweld door vrouwen jarenlang in het gedrag van vrouwen die geweld plegen. “We vinden het bovendien heel lastig om mannen te herkennen als slachtoffer. Want ja, als man laat je je toch niet slaan of misbruiken? Er zit nog heel veel schaamte op dit thema.”
Een blinde vlek, schaamte en vooroordelen dus. Met grote gevolgen volgens De Vogel. “Als de risico’s van geweld door vrouwen worden onderschat en bij mannen overschat, dan kunnen we de risico’s niet goed inschatten. Dan wordt het ook lastig om op tijd in te grijpen.”
Bijna net zo vaak als vrouwen
Mannen worden waarschijnlijk vaker slachtoffer van huiselijk geweld dan je denkt. Soms vindt de mishandeling plaats door een mannelijke partner, vader of een broer, maar regelmatig is ook de vrouwelijke partner of ex-partner verantwoordelijk. “De schattingen over mannen die te maken hebben met huiselijk geweld lopen uiteen, exacte cijfers ontbreken”, zegt Jeroen Traas, voorzitter van de stuurgroep Mannenmishandeling. “We zijn heel lang uitgegaan van een getal van 80.000 mannen die jaarlijks te maken hebben met ernstig huiselijk geweld, maar uit recente cijfers blijkt dat dat getal best eens hoger zou kunnen liggen. Bijna net zo vaak als vrouwen.”
De cijfers waar Traas op doelt zijn afkomstig uit de Prevalentiemonitor van het CBS (2024). Mannen en vrouwen zijn gevraagd of zij in het afgelopen jaar te maken hebben gehad met huiselijk geweld. Bij fysiek geweld geeft 3,8 procent van de vrouwen aan dat dit het geval is, ten opzichte van 3,4 procent van de mannen. In 16,6 procent van de gevallen was een mannelijke partner de dader, in 14,5 procent een vrouwelijke partner. Als het gaat om dwingende controle, een ernstige vorm van huiselijk geweld waarbij de ene partner de andere controleert en manipuleert, liggen de cijfers ook dicht bij elkaar. Zo geeft 1,6 procent van de vrouwen aan daar in het afgelopen jaar mee te maken te hebben gehad en 1,1 procent van de mannen.
Controleren en isoleren
Uit onderzoek van De Vogel blijkt dat de wijze waarop vrouwen geweld plegen wel verschilt van mannen. “Vrouwen plegen zeker ook fysiek geweld, maar vaak is het toch wat meer verbaal of psychisch. Je moet dan bijvoorbeeld denken aan kleineren, isoleren, vernederen en controleren.” Volgens de onderzoeker komt dat onder andere doordat vrouwen andere tactieken hebben geleerd om hun emoties te uiten. “Dus dan zie je meer valse beschuldigingen, manipuleren en liegen. Bij mannen uit zich dat toch vaker in intimideren en fysiek agressief zijn.”
Psychisch geweld is niet per definitie minder erg dan fysiek geweld en kan hele diepe sporen nalaten, aldus De Vogel. “We weten uit onderzoek dat kinderen die getuige zijn van psychisch geweld bijvoorbeeld ook zelf psychische problemen kunnen ontwikkelen, problemen krijgen op school en alcohol of drugs gaan gebruiken. Dus dat kan heel veel gevolgen hebben.”
Weinig meldingen
Ondanks dat geweld richting mannen regelmatig voorkomt melden zij zich maar weinig bij instanties, ziet Traas. “Er heerst vaak nog veel schaamte en mannen presenteren zich ook niet graag als slachtoffer. Dat maakt dat ze minder vaak hulp inschakelen.” Maar er speelt ook nog iets anders mee. Als directeur van 1 van de 6 opvangcentra voor mannen komt hij regelmatig met deze mannen in contact. "Ze weten niet waar ze hulp moeten halen en ze zijn bijvoorbeeld bang dat ze niet geloofd worden als ze zich melden.”
Niet geloofd worden speelt een belangrijke rol bij het niet melden, ziet ook De Vogel. Bovendien zijn mannen bang voor de consequenties als ze uiteindelijk toch een melding doen of naar de politie stappen. “Maar 3 procent van de mannen die met huiselijk geweld te maken hebben doet aangifte bijvoorbeeld. Ook omdat vrouwen vaak dreigen met dingen als: ‘Je krijgt de kinderen nooit meer te zien als je naar de politie stapt.’ Mannen zijn daar bang voor en doen dan vanwege de angst voor valse beschuldigingen zelf geen aangifte.”
Te weinig kennis
Helemaal ongegrond is die angst niet. Zo krijgen mannen ook regelmatig te maken met negatieve reacties als ze uiteindelijk wél naar instanties stappen, zegt Traas. “Over het algemeen zien we dat veel instanties nog niet zo veel kennis hebben over het feit dat mannen ook slachtoffer kunnen zijn.” De Vogel herkent dat: “Omstanders of de politie zijn toch eerder geneigd om te denken dat de man de pleger was en de vrouw het slachtoffer. Terwijl dat niet altijd zo duidelijk is, dus we vinden dat ook moeilijk om te herkennen.”
Op dit moment zijn er zijn er 40 opvangplekken voor mannen die te maken hebben met huiselijk geweld (tegenover 1000 plekken voor vrouwen). “40 opvangplekken is weinig,” vindt ook Traas. “Tegelijkertijd is de realiteit ook dat die plekken het ene moment wel vol zitten en het andere niet. Dat heeft te maken met het feit dat mannen zich minder vaak melden en dat de hulpvraag niet altijd aansluit met de mogelijkheden die er geboden worden qua opvang.”
Zowel De Vogel als Traas vinden het belangrijk dat er in de hele samenleving meer aandacht komt voor dit onderwerp. Enerzijds om ervoor te zorgen dat mannen zich meer gaan melden en anderzijds om de hulpverlening beter te laten aansluiten op hun wensen. Traas: “We zouden het enorm toejuichen als er meer onderzoek komt naar dit onderwerp.”
Meer weten over dit onderwerp? Kijk Pointer, donderdag 18 juni om 21:15 uur op NPO 2.