19 april 2019

Burgemeester Delfzijl: ‘We hebben volstrekt onvoldoende capaciteit voor versterking’

Bekijk meer artikelen over: Wonen en leefomgeving Bekijk meer artikelen over: Heel Holland Zakt

Inwoners van het aardbevingsgebied moeten net zo veilig kunnen wonen als de rest van Nederland. Naast de schade-afhandeling voor hun Verzakte huizen, hebben de Groningers daarom te maken met het Versterkingsprogramma. Burgemeester Gerard Beukema van Delfzijl hield maar liefst 35 voorlichtingsbijeenkomsten om het uit te leggen: ‘We hebben volstrekt onvoldoende capaciteit.’

We horen in ons onderzoek Heel Holland Zakt dat de verwarring rondom de versterking van Groningse huizen groot is. Eerder beschreven we hoe het aantal huizen dat versterkt moet worden, telkens wordt bijgesteld. En een ingenieur legde ons uit hoe vertragen geld scheelt; men gaat er namelijk vanuit dat het risico op zware bevingen afneemt naarmate de gaskraan verder dichtgaat. Hoe langer het duurt, hoe minder huizen er dus versterkt hoeven te worden.

HRA-model: grote schade, maar geen verhoogd risico

De laatste ontwikkeling in het versterkingsprogramma is een brief die de Groningers ontvingen. Daarin staat of een huis een ‘verhoogd’, ‘licht verhoogd’ of ‘niet verhoogd risico’ heeft bij aardbevingen. Het gaat om de kans dat een woning niet voldoet aan de veiligheidsnorm. Die kans is berekend op basis van het Hazard and Risk Assessment-model (HRA), dat is opgesteld door de NAM.

Het gekke is dat bewoners van huizen met grote schades en onveilig verklaarde ruimtes een brief krijgen dat ze geen verhoogd risico hebben. Zoals de Luddeweerse Willem Kuiper bij wie we een paar weken geleden langs gingen. In zijn achterhuis mag hij niet meer komen, omdat het onveilig is. Toch kreeg hij een brief dat zijn huis een ‘niet verhoogd risico’ heeft. Daarnaast zijn er ook mensen zonder schade, maar met wél een ‘verhoogd risico’. Hoe kan dat?

Burgemeester op tour

Deze vraag speelt breed onder de Groningers. Daarom is burgemeester Gerard Beukema van Delfzijl zelf maar op tour gegaan door zijn gemeente om het uit te leggen. Hij hield maar liefst 35 voorlichtingsbijeenkomsten. Wij spreken hem bij de laatste in het tweeduizend inwoners tellende dorp Farmsum, bij Delfzijl. Daar legt de burgemeester ons uit dat de brief wat hem betreft niks zegt over of je woning wel of niet versterkt gaat worden. Het is een modelberekening. Beukema: ‘Iemand die veel schade heeft, kan alsnog op de voorrangslijst komen voor inspectie en versterking. Daarvoor wordt een procedure ontwikkeld. Als burgemeester heb ik de rol om die mensen aan een lijst toe te voegen.‘

Het HRA-model zegt dus niks over de versterking zelf? Waarom gebruiken we het dan? Beukema: ‘Het is op dit moment de enige methode waarmee we kunnen bepalen welke woning risicovol is en welke niet. Dat is de basis. Maar ik wil ook wel de uitkomst zien.’ 

‘Het glipt ons door de vingers, als we onvoldoende experts hebben’

Naast de onduidelijkheid over het model, is er een gebrek aan experts om versterkingsadviezen op te stellen, erkent de burgemeester. Daardoor zijn de Groningers bang dat dit traject weer jaren gaat duren, net zoals de schade-afhandeling. ‘Het vertrouwen glipt ons zo verder door de vingers,’ aldus Beukema.

De burgemeester doet daarom zijn best om het aantal experts op te krikken: ‘Ik heb met de minister afgesproken dat we komende maand gaan kijken of we de capaciteit kunnen vergroten. Het kan niet zo zijn dat Groningers straks weer jaren moeten wachten op een versterkingsadvies. Maar zoals het er nu voor staat, sluit ik dat niet uit.’

Auteurs

K.G.

Karen Geurtsen

Redacteur