7 oktober 2016

Enquête ambulancemedewerkers: Toename ‘onzinritten’ zorgt voor tekort aan ambulances en personeel

Bekijk meer artikelen over: Gezondheid en zorg Bekijk meer artikelen over: Spoedzorg

Volgens 85,6 procent van de ambulancemedewerkers en meldkamercentralisten krijgen ambulanceritten in zijn of haar regio te vaak een onterecht hoge urgentie. Dat blijkt uit een enquête onder 640 medewerkers in de ambulancezorg die wij hielden voor ons dossier Spoedzorg. Veel medewerkers geven aan dat door het rijden op ‘niet ambulancewaardige ritten’ de beschikbaarheid van ambulances en personeel onder druk staat. En dat leidt volgens maar liefst 82 procent tot onwenselijke (medische) situaties, zoals niet kunnen vrijmaken voor een urgenter spoedgeval en gezondheidsschade bij patiënten.

Grafiek

Oorzaken van toename spoedritten

Veel medewerkers (85,9 procent) hebben in de afgelopen 2 tot 3 jaar het aantal spoedritten in hun regio aanzienlijk zien toenemen. En 90,7 procent stelt vast dat het te vaak voorkomt dat de inzet van een ambulance achteraf niet nodig was voor de zorgvraag van een patiënt. In de enquête vragen we de ambulancechauffeurs, ambulanceverpleegkundigen en meldkamercentralisten wat de oorzaken hiervan zijn.

Drie ontwikkelingen springen er volgens het personeel uit. Het meest genoemd wordt de invloed van de triagesystemen waarmee meldkamers sinds enige tijd werken, computersystemen waarmee centralisten bepalen of een ambulance moet uitrijden of niet. 76,7 procent noemt de invloed zeer relevant. Deze systemen zouden volgens het personeel sneller een hogere urgentie toekennen aan ritten. Maar ook de huisartsen verwijzen volgens het ambulancepersoneel te gemakkelijk door naar de ambulancezorg. En burgers bellen sneller het alarmnummer dan vroeger, aldus de ambulancemedewerkers.

Het zijn oorzaken die we al eerder horen van de branche. Zo vertelt ambulancechauffeur Bas den Bleker ons hoe hij met gierende sirenes en een traumahelikopter onderweg was naar een jongen die een ‘optater kreeg van het prikkeldraad’. Den Bleker stopte recent met zijn werk op de ambulance omdat hij al de ‘onzinritten spuugzat was.’

Onvoldoende personeel en ambulances

De capaciteit is volgens de medewerkers niet meegegroeid met de toename van het aantal ritten. Zo zegt slechts 14,8 procent dat het aantal wagens en personeel in hun regio voldoende is. En maar liefst 91,1 procent zegt dat het rijden op ‘niet-ambulancewaardige ritten’ de capaciteit onder druk zet.

Onwenselijke situaties door ‘overtriage’

Maar wat zijn daarvan de gevolgen? Eerder melden ambulancemedewerkers bij De Monitor onder andere het volgende:

 

‘We worden met zwaailichten en sirenes op een bloedneus afgestuurd, omdat het systeem overtriageert. Het duurt dan kostbare minuten voordat je weer vrij bent. Levensbedreigende ritten komen daardoor vaak te laat aan bod.’

We zijn benieuwd of dit incidenten zijn en leggen de 640 respondenten voor of zij in hun eigen werkzaamheden ook onwenselijke (medische) situaties hebben meegemaakt als gevolg van de zogenoemde ‘overtriage’. Maar liefst 82 procent geeft aan dat dat inderdaad het geval is. Het meest genoemd wordt het niet kunnen vrijmaken voor een urgenter spoedgeval (86,1 procent) of later aankomen dan noodzakelijk (69,7 procent). Ook kan het volgens het personeel onwenselijke situaties opleveren voor de gezondheid van de patiënt. 38,1 % van deze groep heeft hierdoor gezondheidsschade bij de patiënt zien ontstaan en een kleine aantal medewerkers geeft aan dat dit zelfs heeft geleid tot overlijden (11,4 procent).

grafiek 2

De kwalijke gevolgen van overtriage heeft ook oud-meldkamercentralist Tjerk Langman ervaren. ‘Ik moest een keer mijn laatste ambulance sturen naar de andere kant van de stad. Naar een jongen die duizelig was van de pijn. Ik vond dat niet direct noodzakelijk, maar het systeem zegt dan ‘collapse’, neiging tot flauwvallen. Spoedrit zegt het systeem. De ambulance was bijna ter plaatse toen ik hoorde dat het wel weer ging. Op dat moment krijgen we net een melding van een reanimatie op de plek waar de ambulance was vertrokken. Frusterend!'

Niet spoedeisend, wel mee naar het ziekenhuis

Uit de enquête blijkt verder dat 28,5 procent van het ambulancepersoneel in de meeste gevallen een patiënt toch vervoert, ook al heeft hij diens melding als niet spoedeisend beoordeeld. Een anonieme ambulanceverpleegkundige zegt in de uitzending van De Monitor komende zondag daarover: ‘Ik heb de strijd opgegeven, ik hou de deur open en laat mensen vrolijk instappen.’

Deze enquête is in overleg met CNV en FNV ook onder hun leden verspreid.

Auteurs

Y.V.

Yvonne Verkaik

Redacteur