6 december 2017

‘Hoe moet ik cliënten uitleggen dat ze minder zorg krijgen?’

Bekijk meer artikelen over: Gezondheid en zorg Bekijk meer artikelen over: Zorg aan huis

‘Dit is niet uit te leggen, het is niet te verkopen. Deze mensen willen heel graag thuis blijven wonen. Maar omdat je door de uren beperkt wordt, moet je gaan praten over hoe het nu verder moet.’

Wijkverpleegkundige Margriet van Rooijen maakt aan de lopende band mee dat ze mantelzorgers moet uitleggen waarom hun familielid ineens minder zorg krijgt als ze op de wachtlijst voor het verpleeghuis komt: ‘Het is heel krom en belachelijk. Ik maak me er echt boos over.’

Minder zorg voor ouderen

De hoeveelheid zorg voor duizenden kwetsbare ouderen met dementie gaat achteruit op het moment dat mensen van de ene zorgwet (Zorgverzekeringswet) overgaan naar de andere (Wet langdurige zorg). Je komt in de Wet langdurige zorg (Wlz) op het moment dat je je inschrijft voor een verpleeghuis. In die Wet langdurige zorg is voor veel mensen minder zorg beschikbaar, dan in de situatie voor ze onder die regels vielen. Door het tekort aan plekken in verpleeghuizen kan het gebeuren dat mensen een jaar of langer thuis blijven wonen, met minder zorg.

Familieleden nemen vaak zelf de beslissing om hun vader of moeder in te schrijven voor het verpleeghuis. Door de lange wachttijd kan dat grote gevolgen hebben volgens Van Rooijen: ‘De kinderen denken dat ze er goed aan doen door vooruit te denken. Ik vind dat positief, maar het blijkt dus heel anders uit te pakken en dan heb je een heel vervelend gesprek. Ik moet mensen gaan uitleggen dat hun ouder door deze regeling minder zorg krijgt. Als verpleegkundige wil ik inhoudelijk met zorg bezig zijn, maar ik moet nu een gesprek voeren met familieleden over het beschikbare geld voor de zorg.’

Margriet zorgt ook voor haar oma

Van Rooijen is niet alleen wijkverpleegkundige. Samen met haar moeder Pauline, die ook wijkverpleegkundige is, is ze mantelzorger van haar oma. En ook die is kort geleden overgegaan naar de Wet langdurige zorg en krijgt nu minder zorg. Dus ondanks dat Margriet en Pauline door hun werk het systeem kennen, lukt het hen niet om bij hun oma een achteruitgang in zorguren te voorkomen.

Om dat probleem op te lossen, wordt een beroep gedaan op mantelzorg. ‘We schakelen zoveel mogelijk mensen van de kerk in. Er is een voormalige huishoudelijke hulp die bereid is te helpen. We proberen met elkaar er zoveel mogelijk voor te zorgen dat het voor haar zo comfortabel mogelijk is. Maar dit kan je niet heel lang volhouden. Je merkt gewoon dat het voor alle mensen om haar heen, heel veel vraagt,’ aldus Margriet.

Met kunst en vliegwerk hangt de zorg nu aan elkaar: ‘Op momenten dat de mantelzorgers de zorg overnemen thuis, hoeft er geen wijkverpleegkundige te komen. Die kan dan meer zorg bieden op een ander moment. Zo proberen we dat een beetje op te sparen. Het is constant een puzzel: een rooster met wanneer de familie komt en wanneer, kunnen wij zorg overnemen.’

Mantelzorg is slopend

Pauline hoopt dat haar moeder snel naar het verpleeghuis kan in de buurt. Niet alleen voor haar moeder, maar ook voor haar zelf: ‘Je bent er constant mee bezig. Wie kan wanneer wat doen? Je moet eigenlijk constant alles in de gaten houden en vraagt je af: gaat dat allemaal goed? Alarmeert ze op tijd als ze valt? Lukt dat nog? Dus je blijft daar veel zorgen over houden.’ 

Margriet en Pauline hebben als wijkverpleegkundige in het afgelopen jaar drie keer met ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over het probleem met de Wet langdurige zorg gepraat: ‘We hebben dit telkens op tafel gelegd, maar we merken nog geen verschil. Ze (red: de ambtenaren) knikken en erkennen het probleem, maar een oplossing is er nog niet.’

Auteurs

H.F.

Huub Floor

Verslaggever