Kinderen spelen steeds minder buiten en weten openbare speelplekken minder goed te vinden. Voor onze podcast ‘Rennen op de gang’ spraken we meerdere experts en initiatiefnemers die dit tegengaan: van een fietspad over een schoolgebouw tot een knop in de speeltuin waarmee je andere kinderen oproept ook te komen.
“Tring, tring.” Silvan laat zijn fietsbel rinkelen, want zijn vriend Binck moet naar hem kijken. Silvan zegt: “Let op, bij de volgende hobbel ga ik proberen een wheelie te maken. Gewoon dat ik ff van de grond afga… Jaaa, ik deed het!” De jongens racen door en roepen naar elkaar: “Rechtdoor, zó, links, jaaa, de schommel is vrij!”
Silvan en Binck zijn 10 jaar en zitten in groep 7. Na school spreken ze vaak af om naar een speeltuin in de buurt te gaan. Dat is niet vanzelfsprekend. “Een op de tien kinderen speelt nooit buiten”, zegt Sanne de Vries, bijzonder hoogleraar Bewegen tijdens de jeugd aan de Universiteit Leiden.
Dat komt onder andere doordat kinderen zich niet welkom voelen in de openbare ruimte, legt De Vries uit. Voor een onderzoek had zij kinderen gevraagd foto’s te maken van hun buurt en opvallend veel foto’s lieten viezigheid op straat zien, bijna onvindbare speelplekken en saaie speeltuintjes.
Ongebruikelijk fietspad
Dat kan veel beter, vindt ook Vincent Luyendijk, schrijver van het boek ‘De Fijne Stad’ over een duurzame en gezonde leefomgeving. Voor de Pointer-podcast ‘Rennen op de gang’ nam hij ons mee naar zijn favoriete fietspad: de Daphne Schippersbrug in Utrecht.
Als je aan het begin van dit fietspad staat, zie je een breed pad dat zich via een ruime bocht naar boven slingert, over het dak van een basisschool, langs het groen op het schoolpleintje, een sportveld en een tuin. Het pad is niet steil, er zijn geen hekken en is heel uitdagend. En je eindigt op de fietsbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal richting Leidsche Rijn.
“Daar wil je toch overheen fietsen?”, zegt Luyendijk. “Stel je voor dat je daar op school zit! Dat er een fietspad over het dak van jouw school gaat! Dat ongebruikelijke hebben we nodig. Als je via de leukste route van Nederland naar school kan fietsen, dan doe je dat ook.” Onlangs berichtte het Mulier Instituut dat maar een kwart van de Nederlandse kinderen naar school fiets.
Luyendijk adviseert veel gemeenten en provincies over de openbare ruimte. “Het voornaamste advies, dat ook het RIVM uitdraagt, is dat 25 procent van onze buitenruimte beweegvriendelijk zou moeten zijn. Dat betekent uitnodigende wandel- en fietspaden en speeltuinen.”
Wie komt er nog buitenspelen?
Buitenspelen is niet alleen leuk, het is ook belangrijk. “Voor de ontwikkeling van motorische vaardigheden van kinderen”, zegt Sanne de Vries, “via balans, sport- en spelvormen. Buitenspelen is ook nuttig voor de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Je ontmoet er anderen en leert met elkaar omgaan tijdens het spelen.”
Uit onderzoek van De Vries naar buitenspelen in 2009 bleek al dat kinderen korter en minder ver van huis buitenspelen dan vroeger. Omdat het onveilig kan zijn ver van huis te gaan, maar ook omdat kinderen niet altijd meer weten waar de speelplekken liggen.
Daarnaast is dat er te weinig andere kinderen buiten spelen een voorname reden voor kinderen om niet naar buiten te gaan. In Rotterdam bedachten ze daar een oplossing voor: de Spel Bel. Deze bel kun je vinden in een speeltuin, en met één druk op de knop krijgen alle aangesloten ouders een seintje via whatsapp of signal. Dan weten de kinderen dat er vriendjes aanwezig zijn.
Speelpleinen worden steeds kleiner
Pointer onderzocht in 2024 al de steeds kleiner wordende speelpleinen in Nederland. Wel is er een norm vastgesteld: een school heeft een schoolplein nodig van minimaal 3 vierkante meter per kind. Wel mag het fietsenhok daar ook onder vallen. Kinderen op scholen met te weinig ruimte doen aan ‘schemaspelen’ - dus om de beurt in groepen - in plaats van gewoon buitenspelen. Ze kunnen daardoor niet iedere dag voetballen of pionnenroof doen. Klik hier om de Pointer-uitzending over buitenspeelruimte terug te kijken.
Beweegwijs-methode
“Ik durf wel te zeggen dat buitenspelen misschien wel even belangrijk is als de twee keer 25 minuten gymles per week. Want kinderen zijn wel 30 tot 40 minuten per dag op het plein”, zegt gymdocent Nick Keijser. Hij geeft les aan de Waterhof, een Dynamische school in Delft.
Op het speelplein werkt hij volgens de Beweegwijs-methodiek. Dat betekent dat er verschillende vakken op het speelplein zijn: blauw voor kinderen die alleen willen spelen, geel voor kinderen die een spel spelen naast elkaar (langetouwspringen) en oranje vakken waarin je met elkaar speelt, dus niet om te winnen of verliezen. Het rode vak is tenslotte voor de competitie, om een spel tegen elkaar te spelen (bijvoorbeeld 3x3 voetbal).
“Ik gun ieder kind in Nederland een dynamische schooldag”, zegt Nick. “Je ziet dat kinderen steeds minder goed kunnen rollen, draaien, gooien, balanceren. Eigenlijk nemen die vaardigheden al 30, 40 jaar af. Terwijl dat kunnen geeft je zelfvertrouwen."
'Chillen’
Silvan en Binck rennen ondertussen nog een rondje rondom de speeltuin, zwieren op de schommel en springen zich moe op de trampoline. Gelukkig had Binck nog een fles water in zijn schooltas. Na anderhalf uur intensief bewegen gaan ze thuis ‘chillen’.
Woensdag 10 juni is de Nationale Buitenspeeldag, met als doel dat kinderen veilig naar hartenlust kunnen buitenspelen. Kijk hieronder onze Pointer-uitzending ‘Wie krijgt kinderen nog in beweging’ terug:
Of luister onze podcast 'Rennen op de gang':