10 juni 2021

'Knap van marketeers dat half Nederland denkt dat een croissant met jus gezond is'

Bekijk meer artikelen over: Onderwijs en jeugd Bekijk meer artikelen over: Vet!

“De ongezonde omgeving waarin wij leven zijn we als normaal gaan beschouwen. Alles wat gezond is, vinden we inmiddels abnormaal”. Het zijn geen geruststellende woorden van Paul van der Velpen. We bellen voor ons onderzoek over gezondheidsverschillen tussen kinderen met de oud-directeur van de GGD Amsterdam. Inmiddels is hij met pensioen, maar niet minder gepassioneerd over het beschermen van de gezondheid van onze kinderen. 

“Heb je enig idee hoeveel geld bedrijven aan de marketing besteden om ongezond voedsel te verkopen?”, vraagt Paul van der Velpen als we met hem beeldbellen. Hij wacht niet op ons antwoord, maar steekt direct van wal: “Het is knap van marketeers dat half Nederland nu denkt dat een croissant met een flesje jus d'orange een gezond ontbijt is. Frisdrankgigant Coca-Cola promoot al jaren dat we ‘gewoon’ frisdrank kunnen drinken als we maar genoeg bewegen. Ze sponsoren niet voor niets de Olympische Spelen. We zijn het met zijn allen gaan geloven.”

15 procent kinderen overgewicht

Van der Velpen maakt zich zichtbaar druk. En dat is niet voor niets. Want 15 procent van de kinderen heeft overgewicht. Sinds 1990 is er vooral een toename van overgewicht bij jongeren tussen de 12 en 18 jaar. “Waar je wieg staat, bepaalt hoe gezond je je ontwikkelt en uiteindelijk ook hoe gezond je wordt als je volwassen bent”. Van der Velpen vindt het onacceptabel dat we als maatschappij toekijken hoe kinderen van lager opgeleide ouders al op jonge leeftijd ongezonder opgroeien. “Natuurlijk wordt het deels veroorzaakt door de opvoeding maar ook de ongezonde omgeving speelt een heel belangrijke rol. En daar kan een overheid op ingrijpen”, legt Van der Velpen uit.

De groeiende ongezondheid van kinderen gaat Paul aan het hart. Hij was directeur van de GGD Amsterdam en zag in de praktijk hoe lastig het is voor ouders om kinderen een gezonde leefstijl mee te geven. “In sommige culturen is een stevig kind ook een toonbeeld van gezondheid. Hoe dikker, hoe beter. En ook de rol van grootouders speelt mee. Hoe ouders zijn opgevoed, wordt weer doorgegeven aan de kinderen.”

Betutteling

Hoe zit het met die eigen verantwoordelijkheid? Tenslotte weet iedereen toch wel dat een appel gezond is en een zak chips niet? Van der Velpen: “Jarenlang is het beleid geweest van de overheid om de verantwoordelijkheid voor de gezondheid volledig bij de burger neer te leggen. Maatregelen om overgewicht te voorkomen werden vooral gezien als betutteling. Dit paste ook goed bij het neoliberale beleid van de politiek. Voormalig minister van Volksgezondheid Edith Schippers was wars van collectieve maatregelen om de burgers op dit punt te beschermen en te helpen. De voedingsindustrie maatregelen opleggen zoals een suiker- en vettaks, was ‘not done’. De politiek ging uit van zelfregulering van de markt. En ook de meeste burgers vonden en vinden deze vrijheid aantrekkelijk.

Van der Velpen wijst ons op artikel 22 van de grondwet waarin staat dat de overheid maatregelen moet treffen ter bevordering van de volksgezondheid. “Een overheid moet niet betuttelen maar kan er wel voor zorgen dat een omgeving, zoals de school, de wijk, het bedrijf gezonder wordt. Als iemand dan zelf kiest voor ongezond dan is dat zijn of haar eigen individuele verantwoordelijkheid. Maar nu is het zo dat de prijs van slechte producten minder is gestegen dan van gezonde producten. Dat is toch bizar?“

Oproep

Hoe lastig is het om kinderen gezond op te voeden? Heeft Van der Velpen gelijk? Vind je ook dat er meer moet gebeuren om onze kinderen gezond op te laten groeien? En bij wie ligt de verantwoordelijkheid? Laat het ons weten.

Deel jouw verhaal

De gezondheidskloof

Deze keuzevrijheid blijkt niet voor iedereen goed uit te pakken. Van der Velpen pleit toch voor preventiemaatregelen van de overheid. “De overheid moet de gezondheid van burgers beschermen en helemaal de gezondheid van kinderen”, zegt hij stellig. “Hoe kunnen we accepteren dat kinderen die in een achterstandswijk opgroeien gemiddeld 7 jaar eerder overlijden en ook vaak als ze volwassen zijn een langer deel van hun leven met ernstige ziekten kampen? Een overheid die alleen maar uitgaat van individuele verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid, vergroot de gezondheidskloof tussen arm en rijk.”

Moeten we accepteren dat er nu eenmaal verschillen zijn tussen arm en rijk? Niemand wil toch betutteld worden? Volgens Van der Velpen is het de morele plicht van een moderne en rijke samenleving om niet te accepteren dat de gezondheidsverschillen tussen kinderen zo groot zijn. “Natuurlijk willen mensen niet betutteld worden, maar wel beschermd. De meeste mensen willen nu ook niet meer terug naar de tijd dat er in elk café en restaurant op los werd gepaft.”

Oases in de woestijn

Wat zou de overheid dan kunnen doen om dit enorme gezondheidsverschil tussen arm en rijk te verminderen? “Scholen zouden de motor moeten zijn, de oases in de woestijn.” Van der Velpen schets een beeld van de ongezonde maatschappij als woestijn. “Overal om ons heen zien we het ongezonde: in de supermarkten, in het straatbeeld, op stations. Overal wordt ongezond voedsel aangeprezen. Ongezond is de norm geworden. Scholen zouden juist de oases moeten zijn voor kinderen waar ze alleen ‘het gezonde’ zien. Dat zou op scholen normaal moeten zijn. Dus weg met de snoepautomaat en de vette broodjes uit de kantine.”

In zijn tijd bij de GGD Amsterdam sprak hij regelmatig met schooldirecteuren. Hij vroeg ze waarom ze de snoepautomaat nog steeds in de kantine hadden staan. “Tenslotte faciliteer je dan als schooldirectie een ongezonde snack. Het antwoord van de schooldirecteuren vond hij veelzeggend. “Coca-Cola betaalt de school om de automaat te kunnen neerzetten. En zo is de marketing van de voedingsindustrie zelfs doorgedrongen tot in de haarvaten van een school.”

Juridische middelen

“Dit zou verboden moeten worden. Iedere school zou een gezonde ‘oase’ moeten zijn. Maar dan zijn we er natuurlijk nog lang niet”, legt Van der Velpen uit. “Welk gereedschap heeft een jurist bij een gemeente om een eigenaar van een donutshop een vergunning te weigeren? Gemeenten hebben nauwelijks juridische middelen om de komst van fastfoodketens in hun stad tegen te gaan. Wethouders staan dus ook machteloos, terwijl de juridische middelen er wel zijn om coffeeshops te weren.”

Tijdens het gesprek komt vaak de macht van de voedingsindustrie ter sprake. Van der Velpen: “Ik noem het eigenlijk liever de verwerkingsindustrie, want het heeft niet veel meer met voeding te maken. We zijn als individu kansloos tegen die enorme marketing van multinationals. Laat staan dat jongeren hier weerstand aan kunnen bieden.”

De havermoutrevolutie

En toch ziet Van der Velpen ook nog genoeg lichtpuntjes. Hij is geen type om bij de pakken neer te zitten. Hij vertelt over een Marokkaanse moeder die het initiatief heeft genomen voor een ‘havermout-revolutie’. “Havermout is een gezond product. Deze moeder leert andere moeders om met havermout te koken. Ze heeft een receptenboekje gemaakt dat verkrijgbaar is bij de plaatselijke winkelier. Kijk, dat vind ik nou een fantastisch voorbeeld van een oase in de woestijn.

Wil je op de hoogte blijven van dit onderzoek?

Elke week sturen we je onderzoeksverhalen, tips van de redactie, en verhalen die je nog van ons kan verwachten.

Auteurs

O.J.

Odette Joosten

Verslaggever